De Leidse archeologen Maikel Kuijpers en Catalin Popa hebben onderzoek gedaan naar ongeveer vijfduizend bronzen objecten die in Centraal-Europa zijn gevonden en kwamen erachter dat het waarschijnlijk om de vroegste vorm van geld gaat.

Volgens de onderzoekers zijn de bronzen ringen, ribben en bijlen een vroege vorm van geld en zijn ze gestandaardiseerd in vorm en gewicht. De objecten dateren van 2.500 tot 1.700 voor Christus.

Kuijpers en Popa ontwikkelden een statistische aanpak waarmee berekend kan worden of mensen het verschil in gewicht tussen de verschillende objecten konden waarnemen. "Van de ruim 2.500 bronzen ringen is 70 procent gevoelsmatig identiek aan een ring van 195 gram. Dat is een hele sterke aanwijzing dat het om een vroege vorm van geld gaat", zegt Kuijpers.

"Archeologen hebben eerder onderzocht of deze objecten als geld werden gebruikt, maar de uitkomsten waren vaak niet eenduidig", legt Kuijpers uit. "We weten wel dat spullen alleen als geld, of commodity money, konden dienen als ze qua vorm en gewicht sterk overeenkomen. Het gebruik van weegschalen in dit gebied is pas van honderden jaren later."

De onderzoekers denken dat mensen het geld in de vroege bronstijd wogen met hun handen. In gewicht zijn veel ringen, ribben en bijlen gelijk. "Een beetje zoals euro's nu andere afbeeldingen hebben, maar verder overeenkomen. Je zou kunnen zeggen dat we hier met de allereerste euro's te maken hebben", zegt Kuijpers.