Op verschillende plekken in Leiden geldt vanaf woensdag een bedelverbod. Het gaat om het hele centrum van de stad en om de gebieden rond het Diamantplein, de wijk Groenoord, het parkje aan de Zoeterwoudsesingel, het Kooiplein, de Kopermolen en het Vijf Meiplein. Met het verbod wil de gemeente overlast door bedelaars terugdringen.

Burgemeester en wethouders kunnen zo'n totaalverbod op bedelarij pas sinds een recente wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uitvaardigen. Eerder konden bedelaars alleen worden bestraft als er sprake was van "hinderlijk of bedreigend" gedrag, maar een meerderheid van de gemeenteraad kreeg van politie en handhavers te horen dat dat in de praktijk als "onwerkbaar" werd ervaren. Daarom is het sinds eind vorig jaar ook mogelijk om bedelen op zich te verbieden.

Burgemeester Henri Lenferink maakt van die mogelijkheid gebruik door zeven gebieden aan te wijzen waar bedelen verboden is. Het grootste gebied beslaat het hele centrum, inclusief het gebied rond het centraal station en de Maredijkbuurt.

Op de vraag of mensen dan niet op een andere plek in de stad gaan bedelen, antwoordt een woordvoerder van de gemeente dat in de gaten wordt gehouden of er een waterbedeffect optreedt. Als de overlast zich inderdaad verplaatst, zal overwogen worden om ook deze gebieden aan te wijzen.

Als er in een verboden gebied toch gebedeld wordt, loopt de bedelaar het risico op een boete van zo'n 95 euro. Het precieze boetebedrag wordt bepaald door de officier van justitie.