Het besluit om de hekken van de Leidse speeltuinen tot 19 januari op slot te houden krijgt weinig steun van de betrokkenen. De Leidse Bond van Speeltuinverenigingen pleit daarom met buitenspeelorganisatie Jantje Beton bij de gemeente voor het heropenen van de speelplekken.

De voorzitter van Veiligheidsregio Hollands Midden en burgemeester van Leiden, Henri Lenferink, besloot maandag om de deuren van de speeltuinen tot het eind van de huidige lockdown op slot te houden. Volgens Lenferink worden de vijftien speeltuinen die beheerd worden door de Leidse speeltuinverenigingen gezien als publieke ruimtes.

"Een bijzonder besluit omdat dit in de rest van Nederland niet zo is", vindt John van Haasteren, de voorzitter van de Leidse Bond van Speeltuinverenigingen. Hij zocht direct na het besluit contact met Lenferink.

De regiovoorzitter verklaarde desgevraagd dat het grote aantal coronabesmettingen in de Leidse regio hem had aangezet tot het besluit. "Onbegrijpelijk", vindt Van Haasteren, "Als er nou gigantische samenscholingen van ouders bij de speeltuinen zijn, dan begrijp ik het. Maar die zijn er niet."

'Heropenen moet mogelijk zijn'

"Ik heb de directeur van Jantje Beton gesproken en ook hij zal zijn bezwaren schriftelijk kenbaar maken bij de voorzitter van de veiligheidsregio."

Onder vrijwilligers van de verschillende Leidse speeltuinverenigingen gaan momenteel stemmen op om in protest te komen. Op verzoek van Van Haasteren wachten de vrijwilligers met hun acties tot Lenferink op de bezwaren van Jantje Beton heeft gereageerd.

"Ik heb er wel vertrouwen in dat we eruit gaan komen. Misschien gaan we alleen open voor kinderen, dan zijn ouders niet welkom en moet je iets regelen voor extra toezicht. We bedenken iets, maar heropenen moet mogelijk zijn", aldus Van Haasteren.