Het cameratoezicht rondom Leiden Centraal was ook in 2017 van toegevoegde waarde voor de veiligheid van de stad. Dat concludeert burgemeester Henri Lenferink in een jaarlijkse evaluatie van de camera’s.

Hij schrijft aan de gemeenteraad dat het systeem zowel op het gebied van terrorismebestrijding als bij de aanpak van criminaliteit effectief is, waarmee de twee belangrijkste doelen van het cameratoezicht zijn behaald.

De camera’s werden in 2010 geplaatst rond Leiden Centraal, met als belangrijkste doel bij te dragen aan de vroegtijdige signalering en de bestrijding van terrorisme.

Omdat de kans op een aanslag door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid nog steeds "reëel" wordt geacht, is ook het cameratoezicht in Leiden nog nodig, concludeert Lenferink. "Daarnaast is en blijft cameratoezicht nuttig en efficiënt als ondersteunend middel bij de handhaving en opsporing."

Daarmee doelt de burgemeester op de aanhouding van onder andere fietsendieven en vandalen, die zonder de camera’s niet zouden zijn opgepakt. In 2017 ging het om 169 incidenten waarbij cameratoezicht een (al dan niet cruciale) rol heeft gespeeld.

Camera's dragen ook bij aan onderzoek

Daarnaast konden de camera’s ook een bijdrage leveren in het onderzoek naar strafbare feiten, bijvoorbeeld om de vluchtroute van verdachten in beeld te brengen. "Concreet heeft dit in 2017 opgeleverd dat verschillende verdachten van onder andere een geweldsmisdrijf, beroving en bedreiging werden herkend en konden worden aangehouden."

Bij de plaatsing van de camera’s in 2010 stelde de gemeenteraad als eis dat het toezicht jaarlijks zou worden geëvalueerd. Op basis van die evaluaties werd eind 2016 besloten de plaatsing van de camera’s met in ieder geval vijf jaar te verlengen en daar jaarlijks over te blijven evalueren.

In 2021 zal de gemeenteraad opnieuw een besluit moeten nemen over de plaatsing van de camera’s, waarbij de gevolgen voor privacy zullen moeten worden afgewogen tegen het nut van cameratoezicht.