Tijdens de partnerdag aan de overkant van de straat had de directeur van de Lakenhal, Meta Knol, al een en ander verteld over De Stijl.

Nu, de schemerige namiddag van donderdag 26 januari, wordt het Leidse themajaar 100 Jaar De Stijl feestelijk geopend in het Achmeagebouw aan de Schipholweg in Leiden. Een gebouw dat een duidelijke relatie heeft met kunststroming De Stijl met z’n geometrische beeldtaal en gebruik van primaire kleuren.

Toeval

Dat de oorsprong van De Stijl in Leiden is te vinden, blijkt min of meer toeval. Van Doesburg was verliefd en zijn geliefde woonde in Leiden. “En wat veel mensen zal ontgaan, is dat hij toen al 33 jaar was. Zijn jeugd, zijn vorming tot volwassene had niet in Leiden plaatsgevonden”, vertelt Knol. En ook dat De Stijl op de keper beschouwd een invloedrijke stroming blijkt te zijn, maar ook dat een klein tijdschrift “A5-formaat, met beperkte oplage” de kern van De Stijl vormde. Via dat tijdschrift waren kunstenaars verbonden die op zoek waren naar een universele beeldtaal en een betere wereld wilden ontwerpen (de apocalyptische Eerste Wereldoorlog woedt in 1917 nog steeds). In dat opzicht was De Stijl veel meer dan een kunststroming.

Invloedrijk

Dat 100 Jaar De Stijl in een groter kader past, wordt geïllustreerd doordat het Leids themajaar op zijn beurt onderdeel is van het landelijk themajaar Mondriaan tot Dutch Design, waarin de invloeden van De Stijl op andere disciplines en in andere plaatsen worden aangeduid: van architectuur (Papegaaienbuurt in Drachten bijvoorbeeld) tot hedendaags ontwerp. Dutch Design staat, net als De Stijl, voor ‘vernieuwend’.

Leids

Ook in Leiden is de invloed van De Stijl vandaag de dag terug te vinden. Niet alleen in de bestrating – voor het huis aan het Kort Galgewater waar Van Doesburg woonde – of binnenkort in de plaatsing van de fontein Vierkant in vierkant, maar zeker ook in actueel werk zoals dat van muziektheaterensemble De Veenfabriek, of kunstenaars als Albert Roskam, Hans de Bruijn en het duo Guido Winkler/Iemke van Dijk. Voor wie de invloed van De Stijl: de Leidse uitgever De Muze brengt een achtdelige serie publicaties uit over die invloed.

Veenfabriek

De Veenfabriek startte de opening met een muzikaal ondersteund gedicht van Van Doesburg De Trom, een gedicht waarin een beeld wordt geschetst met woorden, in ritme en zelfs met (regie)aanwijzingen. Het is aanpak die De Veenfabriek op het lijf is geschreven. Het ensemble heeft immers een geheel eigen aanpak (en muzieknotatie) ontwikkeld die gelijkenissen vertoont met het gedachtegoed van De Stijl. In de woorden van Ton van der Meer “dit is de tijd van de co-producties”. Met Pinksteren zal De Veenfabriek bijvoorbeeld gedurende vijf hele dágen in de Stadsgehoorzaal, met publiek, aan de slag gaan in een combinatie van repetitie en voorstelling in één.

Reductie

Het is fascinerend te zien hoe Van Doesburg een beeld steeds verder terugbracht tot een geometrisch patroon. Het is lastig om in dat patroon het oorspronkelijk beeld te herkennen. “Er is moed voor nodig om vooruit te kijken”, benoemt Knol die drang een betere mens en een betere wereld te scheppen. Van der Meer hoopt “dat na dit jaar uitleg van abstractie niet meer nodig is”. Van Doesburgs streven naar een universele schoonheidsbeleving past daar prima in, zij het dat daar ook de tegenvraag bij hoort wat die reductie voor het prikkelende van kunst en de diversiteit in kunst betekent.

Blauwe Uur

Zoals het werk van De Stijl haast automatisch naar De Veenfabriek leidt, zo leidt het ook haast automatisch naar Blauwe Uur. Het werk van De Stijl laat zich prima gebruiken voor hun bewegende lichtschilderingen, zoals ze lieten zien op de wanden in het inmiddels donkere Achmeagebouw.

Programma

Drie gelijktijdige klappen op een confettiepatroon en een borrel sloten de bijeenkomst af en luidden het Leidse themajaar in, dat een volle evenementenkalender heeft.