Zevenendertig nieuwe Nederlanders, statushouders, ondertekenden deze week in het stadhuis van Leiden hun participatieverklaring.

In de zomer gingen eerder achtentwintig statushouders hen voor, in een bijna tot in detail dezelfde ceremonie. Jos Valk van project JAS benadrukte dat dit de start is van een traject, waarin Nederlands leren, talenten en deskundigheden benoemen, vervolgtrajecten (arbeidsmarkt, een studie of een vakopleiding), en een inburgeringsexamen belangrijke stappen zijn.

Syriërs

De groep mensen die zich om 10.00 uur in de hal van het stadhuis verzamelt, bestaat grotendeels uit (Syrische) vluchtelingen en hun (vrijwillige) mentoren. Historicus Jos Hooghuis zet daar een en ander uiteen over het gebouw. Maar in tegenstelling tot afgelopen juli eindigt hij zijn verhaal in de raadszaal van het stadhuis. Daar wordt het verhaal verteld dat Leidenaren goed kennen; dat van het Spaanse beleg, Leidens Ontzet "het enige jaartal dat ik noemde, want iedere Leidenaar moet dát kennen", en de komst van (geloofs)vluchtelingen en de instelling van de universiteit. Leiden als 'bolwerk van vrijheid', zoals de universiteit zich omschrijft.

Geleerd

Jezelf uitspreken voor een groep, vinden de meeste mensen lastig. De antwoorden op de vraag wat je de afgelopen weken hebt geleerd, kwamen dan ook eerst schoorvoetend. 'Nederlanders zijn zuinig', door hun geschiedenis, de oorlog. 'Wees duidelijk en direct', zeg wat je vindt zonder emotie. En dat er verschillen in lichaamstaal zijn, waardoor je best iets kunt overbrengen wat je niet zo bedoelt of iets anders begrijpen dan bedoeld.

Ook de beleefde antwoorden, alsof het een overhoring betreft, kwamen terug: de 'warme en de koude cultuur', de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de geringe afstand tussen burger en machthebbers, het vrijwilligerswerk dat veel Nederlanders doen, respect dat ook het nakomen van afspraken is.

Normatief

Inburgeren blijkt normatief én complex te zijn. De zuinige volksaard wordt immers ook verklaard uit een calvinistische (en handels)mentaliteit. Wat goed is en wat slecht is, ligt subtieler dan in regels is te vatten. Tijd en ervaring zijn veel belangrijker om Nederlander te (kunnen) worden. Uiteraard is de taal een barrière – deze groep sprak grotendeels Arabisch – maar terughoudendheid je uit te spreken, is niet uitzonderlijk.

Terwijl de vraag 'wat zou je ons, Nederlanders, willen leren, laten zien? Wat valt je op?' een leerzame kan zijn. Slechts een enkeling ging er op in. En het antwoord was min of meer voorspelbaar: Nederlanders zijn niet zo familie geöriënteerd, zijn veel individualistischer. Zo’n, terugkerend, antwoord is niet betekenisloos.

Arbeidsmarkt

Een plek vinden in Nederland is niet een kwestie van vragen als 'waarom zijn hier de gordijnen altijd open?' of 'waarom eet iedereen om 18.00 uur?'. In termen van project JAS: "Waar zeg je 'ja' tegen? Jullie wíllen erbij horen. Jullie doen je best.' En dan nog... "de Nederlandse arbeidsmarkt is hard. Heel erg hard."

Valk benadrukt daarnaast de rol van de klantmanager "niet alleen om te klagen. Vertel je klantmanager ook je goede ideeën, je tips." Productief zijn, is duidelijk het doel. Gelukkig krijgen de cursisten ook een voucher, "voor museum Volkenkunde", zegt wethouder Van Gelderen, "voor twee personen. Dan kun je er met je mentor heen." Want inburgeren is veel meer dan aan het werk (kunnen) gaan en dáárin zijn mentoren een belangrijk element.

Subsidie

De Leidse aanpak, vertelt Valk, kan "inhoudelijk verder worden uitgewerkt. Er is voor twee jaar twee ton ESF-subsidie toegekend." Uit dat fonds wordt "door ons een paar miljoen binnen geharkt." Ook dat is (de bedrijfsvoering van) inburgering.