In de rubriek Hakketak duikt Francine Verbiest in het leven van een bekende Leidenaar. Dit keer ging ze naar de Hooglandse Kerk waar ze uitgebreid sprak met dominee Ad Alblas.

De Hooglandse Kerk als 'werkadres' hebben. Dat kan niet iedereen zeggen. De kerk is een gotisch gebouw in een karakteristieke uitvoering, omdat het schip en de toren lager zijn dan het koor.

De plannen voor de bouw van de kerk waren er al in 1314. In diezelfde eeuw is de bouw gestart en het gebouw heeft de afgelopen eeuwen veel getrotseerd. Niet afgebouwd kunnen worden vanwege geldgebrek, schades door de beeldenstorm in 1566, oorlogen en zelfs perioden waarin het gebouw als opslag voor graan werd gebruikt.

Koud en warm

Huiverend van de koude winterwind die net zo eeuwig op die hoek staat als het gebouw zelf, nader ik Hooglandse Kerkgracht nummer 50. Dat is het adres aan de 'achterkant' van de kerk waar ik met dominee Ad Alblas heb afgesproken.

Hij komt op me afstappen met een warm 'goedemiddag' met bijpassende glimlach. Twee tellen later staan we in het Hooglandse Huys, een ontvangstruimte waar het niet zo koud is als buiten. Al was het alleen maar door de mooie, exact bij de kerk passende, eenvoudige inrichting met een stenen vloer, grote tafels en stoelen met ouderwetse rieten zittingen.

Ad Alblas

De dominee werd geboren in Utrecht, zowat recht onder de Dom. Vader Alblas was ook dominee en nam het gezin mee naar Zeeland, waar Ad opgroeide in drie verschillende dorpen waar zijn vader benoemd was. Hij verhuisde weer retour naar Utrecht om de universitaire studie theologie te volgen. Want wie het ambt van predikant wil in Nederland wil uitoefenen, moet die afgerond hebben, plus een eventueel doctoraal in de theologische wetenschap.

Zijn vader was wel en ook niet zijn voorbeeld. In die generaties waren burgemeesters, notarissen en predikanten mensen waar de samenleving als het ware een beetje 'tegenop keek'. Het leek bijna onmogelijk om dat glazen huis te ontvluchten. maar Ad nam hetgeen hij juist niet wilde als basis om zichzelf als dominee tot op de dag van vandaag als een mensen-mens te profileren.

Jarenlang studeren

Terwijl ik daar in de Moriaanzaal van dat Hooglandse Huys met Ad zit, kijk ik af en toe even rond als hij met iemand anders spreekt. Serene rust binnen, kwebbelende toeristen en mopperende postbestellers buiten omdat de Hooglandse Kerkgracht door iedere passant anders beleefd wordt.

Door Ad’s stem word ik uit mijn gepeins getrokken. "Ehm, een jaar sociale academie, toen de definitieve keus voor theologie. Twee jaar Grieks en Latijn als aanvulling op de HBS-b opleiding en een pittige studie Hebreeuws, en daarna nog vele jaren pastoraal-psychologische trainingen had ik opgeschreven, dat klopt toch? Ja, is het antwoord."

Belangstelling voor natuur stamt al uit zijn HBS-b tijd en duurt nog immer voort, maar tot een universitaire studie in dat vak is het nooit gekomen. Natuur is voor Ad het ‘op één na leukste’ onderzoeksterrein, dat hij al sinds zijn ontwikkeling als predikant met veel belangstelling volgt. Dit toont aan dat Ad eigenlijk een ‘bèta’ is.

Amsterdam

Hij begon zijn arbeidsleven als jeugdwerker in Amsterdam en in die stad klom hij ook voor het eerst op de kansel in een statig kerkgebouw in Watergraafsmeer. Dat was zelfs nog tijdens zijn studie en met een erg interactieve gemeente, want die communiceerden vanuit de kerkbanken met hem tijdens de dienst.

Als Ad dit vertelt, verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. Ook al is dat enkele decennia geleden, de herinnering is eraan is fijn en voor mij het bewijs dat hij inderdaad die mensen-man is. Hij voelde zich niet aan- of tegengesproken, hij ging juist graag met zijn menigte in dialoog. Ad kwam naar Leiden op uitnodiging, omdat er een plaats vrij was voor een predikant.

In Leiden heeft hij zich de afgelopen jaren neergezet als een dominee met een warm hart voor zijn overtuiging en zijn ijver om die gedachten op de juiste wijze, de juiste momenten en mensen die ervoor open stonden over te brengen.

Leiden, Oegstgeest en het gezin

Ad is getrouwd, heeft kinderen en kleinkinderen en woont op de rand van Leiden en Oegstgeest. Hij loopt veel. Heerlijk in de buitenlucht, dwars door ons mooie Leiden. De stad die hem inmiddels is gaan passen als de beste jas. Soms zegt hij, doet hij de jas een 'beetje open'. Daarmee doelend op het feit dat je vanuit Leiden werkelijk aan alle kanten zó de natuur inloopt.

Dat kunnen de wandelpaden langs de weilanden achter de Stevenshof zijn, het looppad langs de Zijl ter hoogte van de Merenwijk, Cronestijn of gewoon, de ruim zes kilometer ‘Singelpark’ zoals we dat binnenkort officieel mogen noemen.

"En dan heb ik het nog niet eens over dat kleine stukje verder waardoor we midden in bos, duin en op het strand terechtkomen." Hij kijkt me bijna triomfantelijk aan als hij dat zegt. De natuurman sprak. Ik vind het leuk en wat is het waar. We zijn ook bevoorrecht in deze stad met al dat moois er omheen.

Leiden plus en min

Het is hier dag en nacht sfeervol is zijn mening over het Leidse. Dat de mensen hem kennen maakt het extra gezellig, hij loopt zo vaak groetend over straat. Hij voelt zich en is ook betrokken bij het leven van veel verschillende Leidenaren.

Er heerst in Leiden een goed klimaat binnen het verenigingsleven. Men heeft hier een grote mate van openheid en mensen kunnen redelijk goed omgaan met maatschappelijke verschillen. Waar mogelijk begeleidt hij, is het niet als predikant dan wel als personal coach. Dat is een van zijn andere kwaliteiten die Ad in praktijk heeft gebracht, het professioneel omgaan met mensen die structuur nodig hebben om hun vrijheid (terug) te vinden. 

En nadeel van Leiden weet Ad niet te noemen, nadat zijn ogen drie rondjes plafond hebben gemaakt kijkt hij me bijna in paniek aan en zegt: "Dit duurt te lang hé, ik weet het gewoon niet, ik zie geen nadelen in of aan Leiden." Ad voelt zich juist vergroeid met Leiden, de stad is actief, zijn er problemen? Het mag dan kort of soms wat langer duren, uiteindelijk wordt er wat aan gedaan. De schouders gaan er in Leiden altijd onder!

Mocht Leiden morgen van de kaart verdwenen zijn dan reist Ad terug naar de omgeving van de Dom in Utrecht, of wellicht naar Amsterdam en een kleine kans ligt zelfs op Bali. Want de natuur is daar ook zo mooi!

Levensmotto

Aan een dominee een levensmotto vragen, ik weifel even maar doe het toch. "Leef nu" is het directe antwoord. "Wij zitten nu hier Francine, wat zo direct komt weten we niet." 

Dáár raakt hij wel een punt. Ad vertelt verder, maakt een statement: "Het kunnen en mogen doen van wat ik doe is mijn beloning, ik moet natuurlijk wel eten dus moet ook op allerlei randvoorwaarden letten, maar ik ben zo enorm blij dat ik dit al dertig jaar in deze stad mag doen."

Werklozen

Ik wil het er nog even met de dominee over hebben. Vooruitlopend op mijn bezoekje aan hem heb ik namelijk eens langs neus en lippen geïnformeerd bij sommigen of men weet wat Kerst inhoudt? De antwoorden waren: "Gezellig, lichtjes, cadeautjes, vrije dagen en lekker eten." De werkelijke Kerstgedachte, de reden van de viering werd niet genoemd en lijkt niet eens bij iedereen bekend. Hoe denkt Ad daarover?

Hij kijkt me aan, glimlacht minzaam en verteld over die échte Leidse kerstnachtdienst in die mooie enorme Pieterskerk die niet eens meer als kerk gebruikt wordt, behalve in die ene speciale nacht. Dat de mensen dan braaf schuifelend door de deuren drommen en elk plekje, zelfs die waar men alleen kan staan, bezet zal zijn.

Dat dan de Leidse samenleving uit alle rangen en standen broederlijk naast elkaar zitten op zoek naar het 'geheim'. Dat 'geheim' vinden ze in de kerk, daar kan geen haas op tafel, geen cadeau zo groot of mooi tegenop.

Het met zijn allen zingen van de bij iedereen bekende Kerstliederen (de nieuwste staan nooit in de literatuur in die nacht, alleen de meezingers) brengt die vreugde en warmte in de mensen die zo nodig is. Bij het verlaten van de kerk gaan mensen glimlachend naar buiten let maar eens op. Dat samen zijn in de Kerstnacht, daar vind je rust en rust is vrede en vrede is innerlijk geluk.

Hakken

Ik haal diep adem en vergeet te tikken, ik hoop dat ik het straks allemaal nog weet. Buiten dendert een vrachtwagen voorbij en herinnert me aan de laatste vraag die ik altijd stel. "Wat vindt u van vrouwen op hakken?" 

Ad Albas schiet in de lach. "Weet je, is zijn gevatte antwoord, die mogen van mij een rondje om de kerk, heerlijk hier op die keitjes, dat kunnen ze écht niet!" Grapje hoor, sust hij. "Als de dames er goed op kunnen lopen, dan vind ik dat reuze charmant!"

Dertig jaar

Trek je hakken dus maar aan en neem je hoedje af voor Ad Alblas die dertig jaar lang al predikant in het centrum van Leiden is. Hij heeft de reorganisatie begeleid waarbij de Hooglandse Kerk als stadskerk ging functioneren en was een derde van zijn werktijd gedurende vijf jaar in de Oecumenische Geloofsgemeenschap in de Merenwijk werkzaam.

En dan is er nog een belangrijke stedelijke verantwoordelijkheid die hij al vele jaren vorm geeft: Ad is voorzitter van de Leids Raad van Kerken voor de christelijke oecumene en ook voorzitter van het Levensbeschouwelijk Platform, een overleggroep voor alle religies en levensbeschouwingen.

De basis is nu de Hooglandse Kerk in het hartje van Leiden. Voor de door velen geliefde Kerstnachtdienst is de andere historische kerk gekozen: de Pieterskerk. Dit omdat de Hooglandse kerk voor de enorme stroom van mensen voor die speciale dienst te klein is.

Volgend jaar zomer neemt dominee Alblas afscheid van zijn gemeente. Gelukkig is de geloofsgemeenschap groot genoeg om weer voor een voltijds opvolger in aanmerking te komen. Er worden door de kerkenraad al voorbereidingen getroffen om iemand te vinden aan wie hij zijn werk kan overdragen.