Verwarring rond het basisinkomen

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer ging hij naar de door de Leidse PvdA en GroenLinks georganiseerde avond over een basisinkomen voor iedereen.

De opkomst bij de bijeenkomst van Groen Links en Partij van de Arbeid over het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen was groot. Dát er iets moet gebeuren, is blijkbaar overduidelijk voor veel mensen. Maar wát?

Een panel – twee voor- en één tegenstander – en een volle Voltzaal in de Nieuwe Energie in Leiden – grotendeels vóór, zo leek – kwamen er uiteindelijk toch niet uit. Grotendeels omdat 'basisinkomen' een complex begrip is met veel mitsen en maren, maar óók omdat ook nu een 'discussie' vooral bestond uit het ventileren van eigen meningen en standpunten.

Betaalbaarheid

Gesprekken over een basisinkomen worden binnen de kortste keren gereduceerd tot betaalbaarheidsvragen. Vrijdagavond in Leiden gebeurde dat ook. 'Verklaard tegenstander' Paul Ulenbelt (Tweede Kamer SP) ziet een basisinkomen er onder meer daarom niet van komen "150 miljard om iedereen 1000 euro te geven. 150 miljard!"

Eigenlijk is dat niet zijn grootste bezwaar. De avond was ook een botsing van toekomstbeelden en maatschappij-analyses. Juist dát is het waardevolle aan het denken over een basisinkomen; welke andere vormen van werk en geld ordenen zijn er mogelijk?

Johan Luijendijk ('linkse ondernemer' en initiatiefnemer burgerinitiatief Basisinkomen) bleek degene te zijn die die breedte trachtte op te zoeken en vooral het gesprek wilde voeren over hoe we als samenleving het beschikbare werk en geld zouden kunnen herverdelen om een leefbare situatie te krijgen.

Breed

Aan juist dát perspectief ontbrak het de hele avond. Het basisinkomen bleef in de discussie teveel hangen in gehakketak over '1000 euro extra voor iedereen' en niet 'als iedereen als basisbedrag X heeft'. Een basisinkomen invoeren eist enorm veel aanpassingen en doordenking. In zo’n situatie (te) snel concentreren op doorrekening is vragen om onbesliste discussies; stomweg omdat de voor doorrekening noodzakelijke randvoorwaarden niet worden meegenomen. Daar had Luijendijk zeker een punt.

Steun

Toch is Ulenbelts standpunt interessant. Hij gaat uit van een heel andere (maatschappij-)opvatting. "Steun geef je aan mensen die het nodig hebben, die het niet redden in onze samenleving." Geld weggeven zónder tegenprestatie, laat staan duizend euro voor rijken, is in zijn ogen misplaatst.

Ook dat is een belangrijk punt van verschil: werkt een gegarandeerd basisinkomen (bestaansminimum) nu stimulerend of juist dempend? De zaal leek overwegend van mening dat een basisinkomen het beste in de mens boven brengt en creativiteit en ondernemingszin zal stimuleren.

Verknoping

De verknoping arbeid-inkomen lijkt de discussie op te breken. Ulenbelt hekelt Rutger Bregman die "op pagina 66 in zijn boek" schrijft dat een basisinkomen een prikkel zal zijn naar werk. "Het is zo laag dat je je móet aanbieden op de arbeidsmarkt. Het minimumloon ziet hij ook verdwijnen. De lachende derde is de werkgever."

Toch staan voor- en tegenstanders niet eens diametraal tegenover elkaar. Voor Ulenbelt bestaat er een principieel ongelijk startpunt, waardoor een basisinkomen ook ten goede komt aan reeds bevoordeelden. "Als je werk eerlijk verdeelt en beloont, heb je geen basisinkomen nodig. Het is een nederlaagstrategie." De klassenstrijd zit het basisinkomen danig in de weg.

Hervorming

Om betaalbaar te zijn, eist een basisinkomen een haast draconische hervorming van zowel de arbeidsmarkt, als de financiële wereld en de samenleving. Los daarvan lijkt het wel het panacee, het wondermiddel voor veel problemen. Door inkomen en arbeid los te koppelen, zullen banen die nu niet aantrekkelijk zijn omdat ze te slecht betalen, aantrekkelijk worden (Ulenbelt: "Sinds de vuilnisman in New York 50.000 dollar per jaar verdient, is er een wachtlijst").

We zouden onze identiteit niet moeten ontlenen aan "wat we zijn, maar wie we zijn", volgens Luijendijk. We zíjn ons werk niet. Luijendijk is dan ook van mening dat iedereen die "waarde toevoegt" dat moet kunnen omdat het basisinkomen zorg draagt voor bestaanszekerheid. Dat Ulenbelt dat "extreem elitair" vindt, zal in deze discussie niet verbazen: beide vertrekken vanuit geheel verschillende startpunten. Waar Luijendijk menselijke ontplooiing centraal stelt, stelt Ulenbelt de samenleving centraal.

Actueel

Het basisinkomen spreekt overduidelijk aan. Volgens Ulenbelt "raakt het basisinkomen je hart... Maar je moet ook een beetje nadenken." Naar zijn mening is het "een natuurverschijnsel" en zie je gedachten over een basisinkomen opduiken als zich hoge werkloosheid voordoet. De geschiedenis lijkt hem daarin te steunen.

Toch levert iedere opflakkering ook weer experimenten op om iets wezenlijks te verbeteren. Misschien dat een basisinkomen een stap te ver is, een sociale bijstand is dat niet. Daarin zat enige verwarring – Ulenbelt is voorstander van ontzorgen en een sociale bijstand – omdat beide in elkaars verlengde lijken te liggen.

Sociale bijstand geïnterpreteerd als minder strikt regelgeleide bijstand kán een opstapje zijn. Maar uit de discussie bleek ook dat met name het idee van een tegenprestatie en van bijverdiensten forse drempels opwerpen om daadwerkelijk in de buurt van een (pseudo)basisinkomen te komen. De ervaringen van Lisa Westerfield (Nijmegen raadslid GL) wijzen in die richting.

Niet in Leiden

Afgaand op de geluiden uit de zaal zou ook Leiden richting een basisinkomen moeten. Afgaand op de woorden van aanwezige raadsleden is die kans klein, maar zal Leiden wel kritisch blijven op de hoeveelheid en toepassing van regels.

Tip de redactie