Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer was hij aanwezig bij de laatste Podium Pitch van het jaar.

Aan beperkte tijd moet je je aanpassen. Het charmante aan Yaël Vinckx is dat ze dat niet doet. De presentatrice van Podium Pitch heeft één uur, van 14.30 tot 15.30 uur; en ook deze keer wordt het later, 16.10 uur om precies te zijn. Vinkcx praat alsof de tijd niet bestaat. Gelukkig wordt het nergens echt saai.

De veertig extra minuten zien we maar als bonus, ondanks de opgeofferde pauze "want we lopen uit". Met gasten als Ionica Smeets, Isabelle Beernaert, Remko Koopman en Jeroen van Veen – inclusief twéé optredens – loop je al snel uit je tijdplanning. Voor een beetje gesprek dat het De Wereld Draait Door-niveau overstijgt, is het gewoon té veel in té korte tijd.

Misschien dat de vleugel waarop Van Veen aan het eind een stuk van Philip Glass speelde nog wel naar de foyer had kunnen worden gerold, maar voor Beernaerts performance was de foyer ongeschikt. En dus week Podium Pitch uit naar de grote zaal van de Stadsgehoorzaal in Leiden.

Publiceren

Die is veel groter dan de foyer, en eigenlijk ook veel te groot voor de hoeveelheid bezoekers van Podium Pitch. Maar door de stoelopstelling vlak voor het podium en het feit dat je in het algemeen naar vóren kijkt, bleek dat geen enkel probleem. Het gaf Beernaerts dan wel de ruimte voor haar dans; het publiek moest over de interviewopstelling op het voortoneel heen kijken om haar te kunnen zien.

Een boek publiceren is goede reden voor een publiek optreden. In het geval van Podium Pitch lijkt dat ook zo te zijn, ware het niet dat Vinkcx en consorten ook uit zijn op het attenderen op podium-activiteiten. Ionica Smeets mag dan wel een boek hebben geschreven waarin bakerpraatjes worden ontzenuwd en het grootste deel van het gesprek mag daarover gaan; uiteindelijk blijkt Smeets met een “liegen met cijfers-show” op 30 januari in de Leidse Schouwburg te vinden te zijn.

Waarheidsgehalte

Zondagmiddag ging het echter nog over het waarheidsgehalte van onder meer de gedachte dat ‘de eerste tandjes die kinderen krijgen tot diarree en koorts leiden’. Niet waar, zo vond Smeets, om een paar minuten later duidelijk te maken dat zo’n bakerpraatje ook weer niet hélemaal niet waar is “want in die periode gebeurt er zoveel met kinderen. Ze gaan vast voedsel eten, gedrag verandert, bevattelijkheid voor virussen neemt toe”.

Juist dat maakt haar verhaal interessant: veel hangt af van wat we wíllen zien en sommige bakerpraatjes moet je ook niet helemaal letterlijk nemen. ‘Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen’ past in die tweede categorie. Dat suiker leidt tot hyperactieve kinderen tot de eerste: aantoonbaar niet waar. Het pikante is dat ouders in het gedrag van hun kinderen zien wat ze willen zien, vaak onbewust.

Missie

Vinckx’ tweede gast, Isabelle Beernaert, is een dame met een missie, zo blijkt. Alhoewel opgeleid tot "gediplomeerd prima ballerina" is Beernaert minder danseres dan choreografe. Met "altijd al een rebels kantje" wil ze jongeren bereiken naar "deze van oorsprong elitaire kunstvorm" te komen.

Voor haar is "perfectie (de heilige graal van klassiek ballet, red.) onhaalbaar, verstikkend", maar zoekt ze naar de essentie van dans: expressie, en lól. Haar choreografieën zijn dan ook gebaseerd op uiteenlopend werk, zeker ook uit de populaire muziek.

Eenzaamheid

Dat is ook terug te zien in So You Can Think You Can Dance. Dat programma blijkt op haar pad te zijn gekomen op een moment in haar leven dat je volledig storten op je werk zalvend werkt. Werk en doelgerichtheid "ik wist heel jong dat ik choreograaf wilde worden (…) en ging op m’n achtste naar (dans, red.)internaat" kenmerken een drive, maar ook eenzaamheid en onbegrip maken daar deel van uit "Ik kreeg verwijten dat ik er te weinig voor de kinderen was".

Jeroen van Veen beaamde dat eenzaamheidsgevoel. Het lijkt de scheppend kunstenaar eigen, in ieder interview komt het terug. Bij Van Veen – en ook Beernaert – is het voor een buitenstaander een vreemde gewaarwording. Je wordt overstelpt met lof en tóch is er die twijfel of het nieuwste werk wel goed genoeg is, zal zijn. Voor Van Veen is dat "een donkere weg, maar wel een met licht aan het eind (…) Het (twijfel, red.) zal waarschijnlijk wel nooit overgaan". Waar Beernaert dat “heel diep in het gevoel kruipen” noemde, benoemt Van Veen het besef dat leven eindig is.

In het seizoen 2017/2018 zullen hij en zijn vrouw dan ook de wereld bereizen om "al die mensen die ik voor m’n werk tot nu heb leren kennen” in levende lijve te ontmoeten “sommige zijn al in de zeventig, tachtig!".

Doors

Geestverruimende middelen als opium en LSD hebben onder scheppende kunstenaars ook tot magnifiek werk geleid. Maar om eerst van een ladder te donderen, een linkerenkel te verbrijzelen, en niet te reageren op pijnprikkelremmers als morfine, is nogal radicaal. Toch is dat in één zin de aanloop van Remko Koopman naar werk dat hij onder invloed van ketamine maakte. Psychonauten gebruiken het om in ‘die andere wereld’ te komen. Koopman was er en maakte er tekeningen van, somber, dreigend, k-trippy.

De "metafysische ervaring" bleek voor de kunstenaar niet alleen therapeutisch "ik kon er de pijn door handlen. Het tekenen haalde m’n aandacht weg van het malen" maar ook inspirerend "ik kan er nu in en uit gaan als ik dat, door concentreren, wil". Zijn bezeten tekenen "een stuk of vijftig tekeningen?!" leverde in elk geval een boek. Het is de moeite waard die te vergelijken met eerder werk van Koopman.

Presentatie

Eind december vindt de officiële presentatie van Koopmans boek plaats in de Leidse Lente (tijdens deze Podium Pitch was het al beschikbaar!) met onder meer elektronische muziek die Koopmans tijdens zijn werk gebruikt "als katalysator". Dat wordt vast anders dan de manier waarop, zo ontdekte Van Veen, mensen thuis naar muziek luisterden.

"Naar muziek luisteren blijken mensen liggend te doen. Dat hebben we dus in onze concerten geïntroduceerd. Dat kostte wel tijd, want programmeurs dachten dat hun bezoekers niet liggend wilden luisteren". Mooi wel. En dus sloot Podium Pitch af met een pracht pianocompositie van Philip Glass, die je inderdaad liggend moet horen om niet door van alles en nog wat te worden afgeleid. Het is jammer dat er te weinig ligmatjes waren, anders had iederéén gelegen. Want het wérkt… En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vleugel van LEGOsteentjes "30.000 steentjes en tweeëneenhalf jaar werk, samen met m’n zoons" die hij maakte en waarop hij ook spéélt. En, voor puristen, mogelijk ook over het in één adem noemen van Glass en Einaudi.

De eerstvolgende Podium Pitch zal zijn op zondag 8 januari. Dan is het al 2017.