Jonge hoogleraar gaat voor nieuwe oude universiteit

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer sprak hij met hoogleraar Jong Kon Chin.

Met zijn oratie, het college waarmee een hoogleraar zijn functie aanvaardt, zette professor Jong Kon Chin een markant piketpaaltje. Hij stelt dat juist een brede universiteit met ruimte voor fundamenteel onderzoek een goede voedingsbodem is voor (economische) vooruitgang. In de huidige tijd, waarin nuts- en rendementsdenken de overhand hebben, staat juist dat onder druk.

Moet een universiteit niet vooral (uitsluitend?) die studies aanbieden die kans op werk bieden? Moet universitair onderzoek niet vooral bestaan uit direct toepasbaar onderzoek? En, moet de universitaire onderzoeksagenda worden bepaald door vraagstukken waarmee het bedrijfsleven wordt geconfronteerd, of niet? Aan de rand van het Bio Science Park in Leiden leidt Jong nu een onderzoeksgroep en geeft onderwijs over dergelijke vragen. Hoe kunnen bedrijfsleven en universiteit van elkaar profiteren zonder te kannibaliseren?

“In de Verenigde Staten viel me op dat in San Francisco één van de drie grote universiteiten een veel grotere rol had in de ontwikkeling van biotech startups. Niet Stanford, niet Berkeley, maar UCSF, waar biomedisch onderzoek veel meer interdisciplinair was georganiseerd”.

Daar beter naar kijkend, kwam hij tot de conclusie dat juist UCSF (biomedische) academici opleidde die waren gewend aan interdisciplinair werken én die daardoor beschikten over betere, veelzijdiger netwerken. Met die kenis kwam Jong, zelf een multi-disciplinair wetenschapper, naar Leiden om daar aan de slag te gaan met “science based business“, binnen een universiteit die hij als “vrij conservatief” kenschetst. “Dat is wel een vóórdeel in dit geval, want Leiden houdt het klassieke universiteitsaanbod redelijk in stand. Dat is breed en biedt juist ruimte aan fundamenteel onderzoek”, zegt hij.

Creatief en innovatief

Misschien dat het beeld ontstaat van een jong hoogleraar die oude academische waarden koste wat kost overeind wil houden. Dat beeld klopt niet. Jong pleit niet voor een universiteit als ivoren toren. Sterker, hij pleit juist voor kruisbestuiving waarin wetenschappelijke kennis – meer dan nu gebeurt – wordt aangesproken. Het Leidse Bio Science Park ziet hij als voorbeeld “toonaangevend in Nederland”.

Interessant is zijn waardering ervoor; die hangt zeker ook samen met de evenementen die worden georganiseerd en “waar verschillende mensen, uit verschillende disciplines, en verschillende bedrijven of de universiteit elkaar ontmoeten”. De kracht zit in ménsen en hun ontmoetingen “Dat stimuleert creativiteit en innovatie”. Dat is een voor de stad Leiden relevante vaststelling: kun – en wíl – je in de stad een cultuur (proberen te) creëren die die ontmoetingen faciliteert? Een universitaire driehoek als Rotterdam-Delft-Leiden zal precies dat element niet of slechter kunnen ontwikkelen vanwege de afstanden.

In feite werkt Jong “tegen de tijdgeest in”, zoals hij zelf opmerkt, als het gaat om de universiteit. Fundamenteel onderzoek borgen, betekent immers veel minder de vraag stellen naar direct nut. Waar ‘alles van waarde weerloos is’, is ook fundamenteel onderzoek kwetsbaar voor dergelijke, wezensvreemde, vragen. In een tijd waarin juist ‘economisch rendementsdenken’ dominant is, is de vervolgvraag dan wie zich zou moeten opwerpen als belangenbehartiger.

Jongs antwoord is dat eigenlijk niet één partij zich daardoor aangesproken moet voelen. De universiteit zelf, uiteraard, maar ook overheid en bedrijfsleven “want fundamenteel onderzoek levert kennis op die al die partijen kunnen gebruiken”. Het Bio Science Park ontwikkelde zich op basis van dergelijke kennis, maar Jong noemt ook Cosine – eigenlijk Warmond – dat sensors levert. Wat hem betreft, zal het Bio Science Park zich kunnen verbreden “Er is hier ook de Leidse Instrumentmakersschool, high end instrumentation), data sciences en life sciences“.

Aantrekkingskracht

Dat (grote) bedrijven voor R&D naar universiteiten kijken, staat voor Jong buiten kijf “Dat is bij veel bedrijven weg bezuinigd”. Daar ligt in elk geval een vraag als het gaat over de voor een bedrijf noodzakelijke vernieuwing en ontwikkeling van de eigen producten.

“Economisch geografen hebben voldoende onderzoek gedaan en bewezen dat universiteiten waar top-onderzoek en fundamenteel onderzoek wordt gedaan, aantrekkelijk zijn. De steden waar je die vindt, zijn succesvol als innovatieve, creatieve kern”. Wel wijst hij er op dat een en ander ook goede afspraken noodzakelijk maakt “goede regelgeving, goede contracten, maar zoiets als Lugus ook dat startende ondernemers ondersteunt”.

Jongs leerstoel richt zich op de ontmoeting wetenschap-bedrijfsleven, maar óók op jonge, ondernemende studenten. Het stimuleren van een aantrekkelijke omgeving voor jónge ondernemers is iets wat Leiden nastreeft. Het Bio Science park kan vers bloed gebruiken (en gaat dan ook uitbreiden met een ‘sprong over de snelweg A44’).

Binnen de diverse studierichtingen aan de Leidse universiteit (en de hogeschool, red.) is toenemende aandacht voor de ondernemingszin van studenten. Binnen zijn eigen studierichting wordt dat belichaamd door Business Studies en door New Technology Ventures. De eerste richt zich op de student die het bedrijfsleven in wil, de tweede op de student die zelf wil gaan ondernemen. Ook hier doet zich een interessante terzijde voor: via de studenten komen ook vraagstukken uit het bedrijfsleven binnen bij de universiteit.

Een nieuwe ‘klassieke universiteit’

‘Tegen de tijdgeest in’ is de leeropdracht van Jong geen eenvoudige. Niet alleen omdat de klassieke universiteit onder druk staat, maar ook omdat de houding waarvoor hij pleit, zal leiden tot “nieuwe mogelijkheden voor studenten” en (dus) leiden tot een nieuwe student.

Hij voorziet dat vooral de drive, de beweegredenen van studenten het verschil zullen maken “ook bij de startups en grote bedrijven kun je toponderzoek vinden, maar de motivatie is anders”. Het lijkt een terug wensen van de bekende universiteit primair gericht op kennisvermeerdering, maar Jong pleit voor iets anders: een multidisciplinaire onderzoeks- en ontwikkelaanpak waarin academische waarden náást bedrijfsbelangen bestaan. Dat is een andere dan een klassieke universiteit.

Tip de redactie