De artsen op de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) werken efficiënt samen. Dat blijkt uit een onderzoek van geneeskundestudent Daniël van der Veen (PLoS ONE). 

De meeste patiënten behandelen ze zelfstandig en als ze een ander specialisme om hulp vragen, is dat in de meeste gevallen ook nodig.

“Als ik iemand voor me heb met buikpijn en ik heb de diagnose blindedarmontsteking gesteld, dan moet ik er een chirurg bijhalen omdat ik de patient niet zelf kan opereren”, aldus spoedeisende-hulp-arts Bas de Groot.

“Maar het nadeel van zo’n consult is dat de patiënt moet wachten en meer dan 50 procent langer op onze afdeling ligt. Dat zorgt voor oplopende drukte en die brengt weer het risico met zich mee dat we niet iedereen snel genoeg kunnen helpen. Dat kan de patiëntveiligheid bedreigen.” Hij wilde daarom weten hoe vaak artsen op de Spoedeisende Hulp (SEH) een consult aanvragen en hoe vaak ze dat met de juiste reden doen.

Onderzoeker Daniël van der Veen ging tijdens zijn wetenschapsstage met die vragen aan de slag. Gedurende zes weken bracht hij lange dagen door op de SEH en noteerde gegevens over de mensen die het ziekenhuis bezochten, de klachten die ze hadden en de behandeling die ze kregen.

Verbetering

De hulp op de SEH blijkt uit dat onderzoek dus efficiënt. Het kan nog wel beter. “Spoedeisende-hulp-artsen zijn verplicht om een specialist te laten komen als ze denken dat een ziekenhuisopname of een poliklinische behandeling nodig is”, begint spoedeisende-hulp-arts Bas de Groot uit te leggen. “Zo’n consult zouden we kunnen overslaan nu blijkt dat we het meestal bij het rechte eind hebben.”

Het bericht Samenwerking op Spoedeisende Hulp LUMC blijkt efficiënt verscheen eerst op Sleutelstad.nl.