De uitspraak van de Raad van State over de onterechte sluiting van de Leidse coffeeshop GOA door burgemeester Lenferink heeft uitsluitend betrekking op dit specifieke geval.

Dat heeft minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) dinsdag geantwoord op Kamervragen van de CDA-fractie tijdens het wekelijkse Vragenuurtje.

Volgens Van der Steur is in de rechtszaak rond de sluiting van GOA niet onomstotelijk vast komen te staan dat de coffeeshop meer dan vijfhonderd gram sofdrugs in huis had. Dat is de onder het gedoogbeleid maximaal toegestane handelsvoorraad.

Volgens de minister is de uitspraak daarom dan ook niet van invloed op het beleid in het algemeen.

Beleid failliet

CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg had de vragen gesteld omdat haar partij vreesde dat de deur nu is opengezet voor een verruiming van de regels van het gedoogbeleid. De Raad van State is immers het hoogste bestuursrechtsorgaan van ons land.

Bovendien stuurden Sidney Smeets en Tim Vis van Spong Advocaten, die coffeeshophouder bijstonden, na de uitspraak een ronkend persbericht de wereld in, waarin ze het failliet van het huidige beleid aankondigden.

“Rechters weigeren zich nog langer te voegen naar onhoudbaar beleid. De minister zou moeten luisteren naar gemeenten, rechters en naar deskundigen. Iedereen roept op tot een transparante, gereguleerde aanvoerketen”, aldus Vis.

Transparante aanvoer

Zijn college Smeets valt hem bij: “Er zijn initiatieven om tot een gereguleerde aanvoerketen te komen, waaronder een conceptwetsvoorstel van D66. Het politieke gegeven dat er nog geen meerderheid in de Kamer is, kan niet betekenen dat de minister zijn ogen blijft sluiten voor wat nu ook de Raad van State glashelder zegt: coffeeshops die cannabis mogen verkopen, moeten dat ook transparant kunnen aanvoeren.”

Naast het CDA vroeg ook SGP-leider Kees van der Staaij de minister nog eens heel expliciet of er echt geen aanscherping van de regelgeving nodig is om te voorkomen dat er straks meer moet worden toegestaan.

Van der Steur benadrukte dat dat niet nodig is. Er zal heus weleens vaker een rechter vinden dat iets onterecht is gebeurd, maar de praktijk is niet veranderd.”