'Verpaupering Herenstraat dreigt bij doorzetten gemeenteplannen'

“De gemeente moet zich terughoudend opstellen als het erom gaat waar en wanneer winkels zich ergens mogen vestigen. Dat moet je gewoon aan de lokale actoren overlaten”. Dat zegt de Leidse hoogleraar economische geografie en planologie Robert Kloosterman.

Hij was afgelopen week een van de maar liefst 14 insprekers die de gemeente opriepen om af te zien van het afwaarderen van de Herenstraat.

Kloosterman: “Als je eenmaal zegt dat je de winkelfunctie in de Herenstraat wil afschaffen, dan krijgen ondernemers die daar zitten steeds meer moeite om geld te krijgen van banken. Ze zullen er ook minder zin in hebben. Dat sterft het gewoon een zachte dood. Of misschien niet eens een zachte dood, dan gaat het zelfs verpauperen.”

Leiden heeft met vijf buurgemeenten een regionale retailvisie opgesteld. Daarin zijn 41 winkelgebieden onderzocht. Daarvan kregen er 11 in eerste instantie het predicaat ‘niet toekomstvast’.

Na een storm van kritiek volgde een heerformulering. De 30 kansrijke winkelgebieden behoren voortaan tot de regionale detailhandelsstructuur, de rest niet. “Een semantische discussie”, geeft ook de Leidse wethouder van economische zaken Robert Strijk toe.

Namens de Herenstraat-winkeliers zelf voerde onder andere bestuurslid Christiaan van Minnen het woord. Net als de 13 overige insprekers voert ook bij hem verbazing de boventoon.

Verbazing over de gebruikte onderzoeksmethode, de gebruikte cijfers, de conclusies die er door de gemeente uit getrokken worden en zelfs de tegenstrijdigheden waar de onderzoekers soepeltjes aan voorbijgaan. Al was het maar het op de Herenstraat lijkende winkelstraatje in Leeuwarden dat volgens RMC de beste winkelstraat van Nederland is.

Adviezen

Een verrassende inspreker was ook Jelle Dijkstra. Voorzitter van de gemeentelijke Adviesraad WMO Leiden. Dit officiële adviesorgaan van het college van burgemeester en wethouders geeft gevraagd en ongevraagd adviezen over zaken die de zwakkeren in de samenleving treffen.

Dijkstra verbaast zich enorm over het feit dat in de retailvisie geen enkele maatschappelijke component is opgenomen, terwijl dat zelfs wettelijk verplicht is.

Minder winkels nodig

Volgens wethouder Strijk klopt dat niet. Hij herhaalt nog maar eens dat de gemeente geen winkels wil sluiten, maar dat het nu eenmaal een autonome ontwikkeling is dat er minder winkels nodig zijn. Alleen als de gemeente actief winkels zou wegbestemmen, moet er ook gekeken worden naar de maatschappelijke gevolgen in – in dit geval – de wijk.

Dat gaat overigens alsnog gebeuren bij de uitwerking van de plannen, zo heeft de gemeente beloofd. Maar dat gaat de WMO-adviesraad niet ver genoeg. Dijkstra doet dan ook een oproep aan zijn collega’s in de regio om ook bij hun gemeente aan de bel te trekken.

Wijkvereniging

Naast bewoners van Tuinstad Staalwijk waarin de Herenstraat ligt, kwam ook de wijkvereniging van de aangrenzende Vreewijk inspreken. Net als een vertegenwoordiger van de winkeliers van de Doezastraat.

Allemaal hadden ze één centrale boodschap voor de Leidse politiek: “Een regionale visie op de winkelgebieden is prima, maar van de Herenstraat blijf je af.”

Daar kan ook hoogleraar Kloosterman zich prima in vinden. “De cijfers die RMC, dat is het onderzoeksbureau dat de retailvisie voor de Leidse regio heeft opgesteld, heeft gebruikt, hebben betrekking op heel Nederland. Het is de vraag in hoeverre dat ook voor dit soort winkelgebieden geldt. die cijfers zijn veel te grof om uitspraken te doen over individuele winkelgebieden.”

Lees meer op Sleutelstad.nl

Tip de redactie