''Wie een nieuw matras koopt, kan beter ook zijn bedbodem vervangen'', wordt vaak geadviseerd in beddenwinkels. Maar zo belangrijk voor de lichaamsondersteuning is een bedbodem helemaal niet. 

Dit bleek uit een test van de Duitse Stiftung Warentest. De Duitsers testten tien bedbodems van verschillende typen van 12 euro tot ruim 1000 euro. Ter vergelijking lieten ze ook een zelfgebouwde grenen lattenbodem met de test meelopen.

In de test werden matrassen van verschillende soorten en dikten op de bedbodems gelegd en op een spaanplaat. Van elke matras-bodem-combinatie werden de belangrijkste ligeigenschappen getest. Denk aan eigenschappen als de lichaamsondersteuning bij verschillende lighoudingen en posturen.

Wat bleek? De bedbodems maakten ten opzichte van de spaanplaat nauwelijks verschil. Alle bodems kregen voor hun invloed op de ligeigenschappen een oordeel ‘matig’. Alleen de zelfgemaakte bedbodem schopte het tot een ‘redelijk’ voor dit testonderdeel. De verschillende soorten bedbodems scoorden niet aanmerkelijk verschillend van elkaar.