Demissionair premier Mark Rutte ziet geen aanleiding om het inkomen van de koning van ongeveer 1 miljoen euro te evalueren. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Vorig jaar werd er door de Tweede Kamer gevraagd om een evaluatie. Rutte gaf toen al aan daar weinig in te zien, maar beloofde het te zullen onderzoeken.

De demissionaire premier ziet geen reden tot een evaluatie vanwege "het ontbreken van brede overeenstemming over objectieve maatstaven" ten aanzien van het inkomen van de koning. Rutte zei eerder geen jaarlijkse discussie te willen over het inkomen van de koning en de huidige stabiliteit waardevol te vinden. "Je wordt het nooit eens over de hoogte van het salaris", zei hij vorig jaar.

Naast een salaris van 1 miljoen euro krijgt het staatshoofd jaarlijks ook een vergoeding van ongeveer 5 miljoen euro voor personele en materiële kosten. Rutte schrijft aan de Tweede Kamer waar het geld ruwweg aan op gaat, maar het is volgens de Grondwet aan de koning zelf om te bepalen waar dit geld aan wordt uitgegeven, "met inachtneming van het openbaar belang".

Een meerderheid van de Kamer nam vorig jaar een motie aan om deze onkostenvergoeding periodiek te toetsen of die nog passend is. Volgens Rutte vallen deze uitgaven echter binnen de persoonlijk levenssfeer van de koning. Hierdoor kan volgens de premier geen oordeel worden gegeven of deze vergoeding "nog passend is bij de hoogte van de personele en materiële uitgaven". Rutte ziet dan ook geen reden om de vergoeding periodiek te toetsen.

Deze maand bespreekt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Algemene Zaken, waar het koningshuis onder valt. Daar zal de kwestie weer aan de orde komen.