De laatste gewone Koningsdag, die voor de twee 'corona-Koningsdagen', vond in 2019 plaats in Amersfoort. De Amersfoortse burgemeester Lucas Bolsius blik terug op die dag. "Ik zag van dichtbij hoe trots Máxima op Amalia was."

De keuze voor Amersfoort als organiserende stad ontstond eigenlijk door een toevallige ontmoeting. "Ik kwam de destijds nieuwe secretaris van de koning tegen, die ik nog uit een vorig leven kende", vertelt Bolsius, die sinds 2010 burgemeester van de stad in de provincie Utrecht is.

"Die vroeg of Koningsdag weleens in Amersfoort is georganiseerd. Dat was niet het geval, maar ik dacht: waarom ook eigenlijk niet? Toen ik burgemeester werd, wilde ik graag een aantal grote evenementen naar Amersfoort halen, want dat is goed voor de identiteit van de stad. En ja, Koningsdag stond natuurlijk ook op die lijst."

Amersfoort voldeed aan de voorwaarden: de stad speelt een centrale rol in de provincie en ook was er al een tijdje geen Koningsdag of Koninginnedag in de provincie Utrecht georganiseerd. "Op een gegeven moment weet je dat je bovenaan het lijstje staat en dat er wordt gevraagd: zou u kunnen en willen?"

Eerst de routepuzzel oplossen

Gelijk daarna begon de organisatie van de grote dag op 27 april 2019. Het eerste wat gedaan wordt, is de route bepalen. "Het bezoek van de familie duurt 2 à 2,5 uur. Je weet dat ze in die tijd een route van een bepaalde afstand en met een bepaalde snelheid afleggen, dat er wat plekken zijn waar ze even gaan zitten en dat je eindigt op een plein waar je met tienduizend man publiek kan zijn (daar houdt koning Willem-Alexander zijn dankwoord, red.)", legt Bolsius uit. "Dat zijn de bouwstenen die je hebt. Als stad moet je dan kijken welke route qua omgeving interessant is, maar ook voldoet aan al die elementen."

Op de route die de koninklijke familie aflegt, worden ze 'verrast' met een aantal demonstraties en optredens van de inwoners. Om te inventariseren wat er in het programma kon worden opgenomen, werden Amersfoorters uitgenodigd om hun ideeën te presenteren. Daaruit ontstond bijvoorbeeld de regioquiz, waar onder anderen de koning, koningin Máxima en prinses Amalia aan deelnamen en vragen over omgeving van Amersfoort beantwoordden.

Burgemeester Lucas Bolsius met het koningspaar.

Burgemeester Lucas Bolsius met het koningspaar.
Burgemeester Lucas Bolsius met het koningspaar.
Foto: ANP

Niks is een verrassing

Op televisie lijkt het dan alsof de familie wordt verrast door zo'n quiz en spontaan meedoet, maar Bolsius vertelt dat het hele programma al van tevoren uitgebreid wordt doorgenomen. "Het was op een papierrol van 15 meter geprint, zodat ze letterlijk langs het programma konden lopen. En niet alleen de medewerkers van het koningshuis, maar ook de familie zelf bereidt zich actief voor." Zo had Amalia voor de regioquiz een spiekbriefje gemaakt, onthulde royaltyexpert Rick Evers vorig jaar.

Koningsdag in Amersfoort had daarnaast een primeur: de toen vijftienjarige troonopvolgster had daar haar eerste interviews met de pers. "Ik zag van dichtbij hoe trots Máxima op haar was. En je ziet natuurlijk al die kleine momenten tussendoor: de jongste dochter die even een knuffel bij haar moeder komt halen."

Als burgemeester ben je op Koningsdag de gastheer van de stad, legt Bolsius uit. "Je bent maanden bezig geweest met de voorbereiding, de veiligheid, noem het maar op. Met een enorm team aan mensen om je heen, dus je moet ook veel uit handen geven, wat soms lastig is. Zenuwachtig voor de dag was ik absoluut niet, ik heb er juist hartstikke van genoten. Je vertelt de koning over de stad en hebt ook veel interactie met het publiek. Je komt tussendoor veel mensen tegen die je kent."

Een van de activiteiten van de koninklijke familie in Amersfoort.

Een van de activiteiten van de koninklijke familie in Amersfoort.
Een van de activiteiten van de koninklijke familie in Amersfoort.
Foto: BrunoPress

'Het kost veel, maar daar krijg je veel voor terug'

Natuurlijk zorgt Koningsdag voor meer bekendheid van de stad en een toename van het aantal toeristen, maar dat is volgens de burgemeester niet het belangrijkste. "Dat is het zelfvertrouwen dat we als stad iets van deze grootte kunnen organiseren, wat natuurlijk ook weer door anderen gezien wordt. De middag na Koningsdag liep ik met wat collega's door de stad. Hoeveel inwoners er wel niet naar me toe kwamen en met trots uitspraken dat we het voor elkaar hadden gekregen."

"Dat zelfvertrouwen en de organisatiekracht hebben we goed kunnen gebruiken tijdens de coronaperiode en ook nu met de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Die trotsheid is de nalatenschap van het organiseren van een groot evenement. Het kost energie en heel wat geld, maar daar krijg je een veelvoud van terug."