De stikstofuitstoot moet fors omlaag, maar door zogeheten 'latente rechten' kunnen bedrijven toch nog veel blijven uitstoten. Hoe zit het daarmee en is het einde in zicht voor deze situatie?

Sinds de Raad van State in 2019 een streep door het Programma Aanpak Stikstof zette, is er in Nederland sprake van een 'stikstofcrisis'. De uitstoot van stikstof moet omlaag, met name in de buurt van beschermde Natura 2000-gebieden. Dat heeft onder meer grote gevolgen voor de bouw en landbouw, en leidde tot verlaging van de maximumsnelheid op de Nederlandse snelwegen.

De problematiek is zo groot dat er in het nieuwe kabinet een aparte minister voor Natuur en Stikstof zit. VVD'er Christianne van der Wal moet een uitweg uit de stikstofcrisis zien te vinden. Het stikstofdoel wordt bovendien aangescherpt: in 2030 moet de uitstoot zijn gehalveerd ten opzichte van 2019. Daarmee volgt het kabinet het advies van de commissie-Remkes uit 2020.

Hoeveel stikstof een bedrijf mag uitstoten, staat in de natuurvergunning. Maar sommige bedrijven hebben 'latente rechten'. Dat betekent dat ze volgens de vergunning meer stikstof mogen uitstoten dan ze daadwerkelijk doen. Een veehouder kan bijvoorbeeld stikstofrechten hebben voor honderd dieren, terwijl hij er in werkelijkheid maar zestig heeft.

Door die latente stikstofruimte kunnen bedrijven uitbreiden zonder boven de limiet van hun vergunning uit te komen. Maar ze kunnen het merendeel van de ongebruikte stikstofuitstoot ook verkopen, bijvoorbeeld aan bouwprojecten. Daardoor kan de werkelijke uitstoot van stikstof en neerslag ervan op de natuur juist stijgen, terwijl het de bedoeling is dat die omlaag gaan.

Hoeveel latente stikstofrechten er precies zijn, is niet bekend. Uit onderzoek van journalistiek platform Investico bleek vorig jaar dat boeren en bedrijven nog zeker 30 miljoen kilo extra stikstof kunnen uitstoten op basis van hun huidige vergunningen. De industrie zou zelfs 60 procent meer mogen uitstoten dan zij nu doet; alleen al de 26 grootste uitstoters hebben zo'n 14 miljoen kilo ongebruikte 'stikstofruimte' over.

Dit hele systeem staat inmiddels op losse schroeven. Dat komt door een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over de vergunning van de Amercentrale in Geertruidenberg, die kolen en biomassa verstookt. Een van de ovens van die centrale stond al jaren stil, en had onbenutte stikstofruimte achtergelaten. Energiebedrijf RWE wilde die ruimte gebruiken om extra biomassa te verbranden.

De rechter bepaalde in december dat de provincie Noord-Brabant de overgebleven stikstofrechten had moeten intrekken, toen de vergunning van de Amercentrale in 2019 werd herzien. Er werd bij het verlenen van die vergunning onterecht nog rekening gehouden met de oven die op dat moment al gesloten was.

De neerslag van stikstof op Natura 2000-gebieden moet sterk omlaag, "maar zolang ongelimiteerd gebruik kan worden gemaakt van bestaande rechten uit het verleden is dit dweilen met de kraan open", waarschuwde de rechter.

Een wetswijziging die ervoor zorgt dat latente stikstofrechten automatisch worden ingetrokken "zou de nodige rompslomp kunnen voorkomen", schreef de rechter. Maar het is nog niet bekend of zo'n wijziging er komt.

De strijd in de rechtbanken woedt ondertussen voort. Maandag werd bekend dat een groep milieuorganisaties de bouw van een biomassacentrale in Bergen op Zoom wil stoppen. Een van de aanklagers is Mobilisation for the Environment, dezelfde groep die de zaak over de Amercentrale won en die door het hele land procedures start om natuurvergunningen van stikstofuitstoters aan te vechten.

Het chemiebedrijf Sabic wil in Bergen op Zoom latente stikstofrechten gebruiken om een biomassacentrale te bouwen. Die rechten zouden volgens de milieuorganisaties dus ongeldig moeten worden verklaard.