In 2030 zal de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen nog 26 tot 11 procent boven het EU-gemiddelde liggen. Dat blijkt uit een door NU.nl gemaakte doorrekening van de (twee) nieuwe klimaatdoelen die VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben afgesproken in het woensdag gepresenteerde regeerakkoord, waarmee de partijen Nederland "koploper in Europa" willen maken. De achterstand van Nederland wordt wel kleiner.

In het coalitieakkoord stelt het nieuwe kabinet niet één, maar twee klimaatdoelen voor 2030: officieel wil de coalitie de uitstoot in 2030 met 55 procent hebben verlaagd ten opzichte van 1990. Maar de partijen zeggen "het beleid te richten" op een verlaging van circa 60 procent, om er ook "zeker van te zijn" dat de doelen gehaald worden.

Het officiële doel (van 55 procent dus) is 6 procent meer dan de oude doelstelling uit het klimaatakkoord (49 procent) en gelijk aan het eveneens verhoogde klimaatdoel van de Europese Unie als geheel.

Met de nieuwe klimaatambitie "wil Nederland koploper in Europa zijn bij het tegengaan van de opwarming van de aarde", zo staat in het regeerakkoord. Die koppositie zal met de nieuwe klimaatplannen in 2030 nog niet bereikt zijn: bij beide doelen blijft de Nederlandse uitstoot per inwoner bovengemiddeld hoog.

Uitstoot nog altijd kwart hoger dan gemiddeld in EU

In 2020 stootte een gemiddelde Nederlander 9,4 ton broeikasgassen uit. Volgens het 55 procentklimaatdoel zou dat in 2030 5,4 ton per inwoner zijn. Als de Nederlandse uitstoot in de praktijk met 60 procent omlaaggaat, komt dat uit op 4,76 ton. Het EU-gemiddelde daalt in dezelfde periode van 6,6 naar 4,2 ton.

Daarmee wordt het verschil met het EU-gemiddelde wel kleiner. In 2020 lag de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen per inwoner 43 procent boven het EU-gemiddelde. In 2030 zal die met het officiële klimaatdoel nog 26 procent boven het EU-gemiddelde uitkomen.

Ook bij een reductie van 60 procent ligt de Nederlandse uitstoot in 2030 nog boven het EU-gemiddelde. Het verschil bedraagt dan 12 procent.

Enkele buurlanden stellen relatief scherpe klimaatdoelen. Deze landen hebben bovendien nu al een lagere uitstoot per inwoner.

Enkele buurlanden stellen relatief scherpe klimaatdoelen. Deze landen hebben bovendien nu al een lagere uitstoot per inwoner.
Enkele buurlanden stellen relatief scherpe klimaatdoelen. Deze landen hebben bovendien nu al een lagere uitstoot per inwoner.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl

Aandeel fossiele energie bepaalt uitstoot

De cijfers zijn gecorrigeerd voor de verwachte bevolkingsgroei in Nederland en de EU, en ook voor het toe- en uittreden van lidstaten.

Als het Verenigd Koninkrijk nog onderdeel van de EU was geweest, dan zou het verschil bijvoorbeeld wat groter zijn: een gemiddelde Nederlander stoot nu jaarlijks bijna twee keer zo veel CO2 uit als een gemiddeld Brit.

De verschillen tussen Europese landen hangen af van het aandeel fossiele brandstoffen in de energievoorziening. Ook de mate van energieverspilling, de hoogte van de consumptie en de industriële productie verschillen per land en bepalen de hoogte van de uitstoot per inwoner.

Nederland heeft voor Europese begrippen een relatief hoge uitstoot per inwoner. Dit verschil zal met de nieuwe klimaatplannen kleiner worden, maar Nederland wordt voor 2030 nog geen koploper.

Nederland heeft voor Europese begrippen een relatief hoge uitstoot per inwoner. Dit verschil zal met de nieuwe klimaatplannen kleiner worden, maar Nederland wordt voor 2030 nog geen koploper.
Nederland heeft voor Europese begrippen een relatief hoge uitstoot per inwoner. Dit verschil zal met de nieuwe klimaatplannen kleiner worden, maar Nederland wordt voor 2030 nog geen koploper.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl