Nederland sluit zich op de klimaattop in Glasgow alsnog aan bij een groep landen die wil stoppen met investeren in kolen, olie en gas in het buitenland. Dat zeggen betrokkenen tegen NU.nl.

Woensdag werd duidelijk dat Nederland zich niet zou aansluiten bij de groep, terwijl grote investeerders als de VS en Canada de stap wel zetten. Er klonk kritiek in de Tweede Kamer en het kabinet besloot daarna toch mee te doen.

Het gaat om het beëindigen van overheidsinvesteringen in fossiele energieprojecten in het buitenland, zoals de zoektocht naar nieuwe olievelden of de aanleg van gascentrales. Deze investeringen zijn onverenigbaar met het doel de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden.

Daarom lanceerde het Verenigd Koninkrijk op de klimaattop in Glasgow een kopgroep van landen die de knoop wil doorhakken en deze investeringen per 2022 wil terugtrekken.

Exportsteun goed voor tweeduizend banen per jaar

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) dat het kabinet zal proberen de internationale steun aan fossiele projecten voor eind 2022 te beëindigen. Het blijft volgens hem wel mogelijk om projecten te steunen die gebruikmaken van fossiele brandstoffen, zoals fabrieken die staal of plastic maken. Ook als initiatiefnemers de CO2-uitstoot van hun projecten volledig afvangen of compenseren, kan erin geïnvesteerd worden.

Volgens Vijlbrief is de Nederlandse exportsteun aan de fossiele industrie goed voor bijna tweeduizend banen per jaar. Hij zegt samen met de getroffen sectoren te willen kijken naar manieren om de stap naar groene investeringen te zetten.

Vijlbrief hoopt en verwacht dat nog meer Europese landen zich zullen aansluiten bij de verklaring. Onder meer in Duitsland wordt hier nog over gesproken. Veel landen willen hun investeringen vergroenen, "maar het tempo verschilt nog te veel
tussen landen", aldus de staatssecretaris.

Nederland relatief grote investeerder in fossiele projecten

Vorige week zei de regering nog dat een nieuw kabinet zou moeten beslissen over het beëindigen van de exportsteun aan fossiele projecten.

Critici merkten vorige week op dat het demissionaire kabinet uit dezelfde partijen bestaat als het beoogde nieuwe kabinet en daarom net zo goed zelf een besluit kon nemen. "De formerende partijen zijn hetzelfde. Dat maakte het net even iets makkelijker", erkent nu ook demissionair minister Tom de Bruijn (Buitenlandse Handel).

Nederland is een relatief grote investeerder in fossiele energieprojecten in het buitenland. Dat loopt via exportkredietverzekeraar Atradius die voor circa 4,5 miljard euro (waarvan 1,5 miljard verstrekt in 2020) garant staat bij bedrijven die bijvoorbeeld actief zijn in de offshorewinning van olie en gas in Afrika.

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO besloot zich vorige week al op eigen initiatief aan te sluiten bij de kopgroep en investeert per direct alleen nog in duurzame energieprojecten in het buitenland.

'Moeten investeren in de toekomst'

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver reageert verheugd op het besluit van het kabinet. Stoppen met het financieren van fossiele projecten is volgens hem een "no-brainer om de klimaatcrisis in de hand te houden".

Ook D66-Kamerlid Raoul Boucke spreekt van "de enige goede keuze". "We willen, moeten, vooroplopen en investeren in de toekomst in plaats van in fossiele technieken en brandstoffen van de vorige eeuw."

GroenLinks had in de Tweede Kamer al een motie ingediend om Nederland alsnog te laten aansluiten bij de kopgroep. Daar zou dinsdag over gestemd worden.

'Nederland wil graag in kopgroepen'

Demissionair premier Mark Rutte zei maandag in Glasgow tegen NU.nl zich "graag te willen aansluiten bij kopgroepen". Hij zei in dat gesprek ook het initiatief van het gastland niet te kennen.

De kopgroep bestaat uit meer dan 25 landen en wordt gesteund door de Europese Investeringsbank. De deelnemende landen halen gezamenlijk een kleine 20 miljard euro uit fossiele energie.