Twee weken voor de klimaattop in Glasgow blijken wereldwijde plannen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen ruim onvoldoende om sterke opwarming te voorkomen. Waar ligt dat aan? Het probleem is niet alleen dat veel landen proberen zo min mogelijk moeite te doen, maar ook dat het omgekeerde ontbreekt: een groep landen die met de vuist op tafel slaat. Dat zegt klimaatdiplomaat Yvo de Boer tegen NU.nl.

Dat de diplomatieke druk niet hoog is, blijkt uit de frustraties van de Britse koningin Elizabeth. De gastvrouw voor de conferentie in Glasgow mopperde vrijdagmiddag dat ze nog steeds niet weet welke wereldleiders komen.

Dat terwijl het om de belangrijkste klimaattop in jaren gaat: als de wereld niet op koers ligt voor het Parijsakkoord, zouden landen vóór 'Glasgow' hun klimaatdoelen aanscherpen.

Die nieuwe doelen blijken veel te zwak om die ambitie waar te maken: in 2030 realiseren landen volgens hun nationale plannen slechts een achtste van de benodigde uitstootverlaging om de opwarming onder 1,5 graden te houden, berichtte NU.nl woensdag op basis van doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dat is áls die nieuwe klimaatdoelen voor 2030 al worden waargemaakt, voegt De Boer eraan toe. "Want in de echte wereld gaat de CO2-uitstoot momenteel zelfs scherp omhoog."

"We zitten dus in een spagaat tussen beloften en de werkelijkheid, en het is de vraag hoe we die kloof op de klimaattop in Glasgow gaan overbruggen."

Parijsakkoord heeft geen stok achter de deur

De Boer is sinds 1990 betrokken bij klimaatonderhandelingen en was tussen 2006 en 2010 hoofd van het VN-klimaatverdrag UNFCCC. Dat was een dramatische periode. Ondanks hooggespannen verwachtingen mislukte in 2009 de belangrijke klimaattop van Kopenhagen.

Zes jaar later werd in Parijs wél een klimaatakkoord bereikt, maar dat was veel zachter van opzet dan de klimaatdeal die oorspronkelijk in Kopenhagen gesloten had moeten worden.

"We hebben na Kopenhagen de overstap gemaakt van bindende naar vrijwillige klimaatdoelen. Dat is gelijk de voornaamste reden dat het nu ontbreekt aan effectieve klimaatdiplomatie: landen die te weinig doen ondervinden daar geen gevolgen van."

Australië is een duidelijk voorbeeld. Het land heeft een bijzonder hoge uitstoot per inwoner, exporteert steenkool en probeert op klimaattoppen al jarenlang afspraken tegen te houden. Waar voor de klimaattop van Glasgow van alle landen werd gevraagd ambitieuzere klimaatdoelen voor 2030 in te dienen, diende Australië zijn oude, zwakke klimaatdoel opnieuw in.

"Binnen het Parijsakkoord heeft dit voor Australië geen politieke gevolgen", zegt De Boer. "Maar daarbuiten heb je wel degelijk mogelijkheden om landen onder druk te zetten."

Toen Rusland lid wilde worden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wilde Europa dat verzoek steunen, maar op één voorwaarde: Rusland moest wel het Kyoto-protocol nog ratificeren. Rusland deed dit in 2004, waarna de voorloper van het Parijsakkoord in werking kon treden. De Boer noemt het als zeldzaam voorbeeld van effectieve klimaatdiplomatie.

Voor de klimaattop in Glasgow moesten landen scherpere klimaatdoelen indienen. Ook deze nieuwe doelen zijn ruim onvoldoende om de opwarming onder 1,5 graden te houden.

Voor de klimaattop in Glasgow moesten landen scherpere klimaatdoelen indienen. Ook deze nieuwe doelen zijn ruim onvoldoende om de opwarming onder 1,5 graden te houden.
Voor de klimaattop in Glasgow moesten landen scherpere klimaatdoelen indienen. Ook deze nieuwe doelen zijn ruim onvoldoende om de opwarming onder 1,5 graden te houden.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl

Ook van de Europese Green Deal kan zo'n werking uitgaan, aldus De Boer. Vervuilende landen zullen aan de Europese grenzen straks een CO2-heffing moeten betalen als ze producten willen exporteren. "Dat is een manier om een groter effect te hebben in de wereld."

Nederland zou kleine eilandstaten kunnen steunen

Het zijn relatief subtiele voorbeelden, niet genoeg om een trendbreuk te forceren in de wereldwijde uitstoot, die momenteel met recordsnelheid stijgt.

De enige landen die in het verleden echt met de vuist op tafel hebben geslagen, zijn de allerkleinste en minst machtige: de Pacifische eilandstaten. Zij dreigen letterlijk van de kaart geveegd te worden door de zeespiegelstijging. Na jarenlang lobbyen kregen ze in Parijs wereldwijde steun voor het 1,5-gradendoel.

Om dat ook in daden om te zetten, is harde diplomatie van machtigere landen vereist. Nederland, de zeventiende economie van de wereld en zelf ook kwetsbaar voor zeespiegelstijging, zou die handschoen bijvoorbeeld kunnen oppakken, zegt De Boer.

Financieringsbeloften nakomen essentieel

Om ook arme landen te bewegen is het volgens De Boer nodig dat rijke industrielanden toegezegde financiële steun daadwerkelijk nakomen.

"Van de wereldwijde CO2-koek hebben zij historisch gezien sowieso maar heel weinig gegeten. En ook van het kleine nog resterende deel consumeren wij nog steeds meer dan zij."

"We kunnen pas iets van zulke landen verwachten als wij tenminste onze financiële beloften nakomen. Ook dat zou een succes voor Glasgow kunnen betekenen."