Vanuit het buitenland is het plaatje helder: Nederland is een klein, maar dichtbevolkt land waar mensen onder zeeniveau leven. Dus worden we ook gezien als een land dat kwetsbaar is voor de gevolgen van zeespiegelstijging, net als kleine eilandstaten en andere rivierdelta's. Maar zien Nederlanders dat zelf eigenlijk wel zo? NU.nl sprak twee buitenlandse wetenschappers die zich in het Nederlandse zeespiegeldebat verdiepen, en zich verbazen over het zelfvertrouwen.

"Ik had in Nederland veel meer een crisisretoriek verwacht ten aanzien van zeespiegelstijging", zegt de Deense antropoloog Lasse Bech van de Universiteit van Aarhus. "Ik zie dat wel bij Nederlandse zeespiegelexperts, maar hoor het niet terug bij gewone mensen." Bech doet onderzoek naar de culturele gevolgen van zeespiegelstijging in Nederland.

Ook Simon Richter van de University of Pennsylvania bespeurt een vorm van ontkenning, die volgens hem voortvloeit uit een gekozen zelfbeeld. "In Nederland wordt de aanpak van klimaatverandering opgesplitst: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt weinig prioriteit, terwijl klimaatadaptatie, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, juist wordt gezien als een business case, waar Nederland internationaal mee hoopt te verdienen."

Daarom wil Nederland volgens Richter in zowel binnen- als buitenland vooral uitstralen de situatie onder controle te hebben. "Voor een deltaland dat op termijn enorme gevolgen zal ondervinden van zeespiegelstijging, vind ik de neiging om de eigen kwetsbaarheid te ontkennen opvallend."

Richter spreekt als professor Germaanse talen Nederlands, en is specifiek geïnteresseerd in de 'complexiteiten van het leven onder zeeniveau'. Hij volgt het Nederlandse zeespiegeldebat nauwgezet en maakt video's over de dilemma's voor Nederland bij de zeespiegelstijging.

Bouwen in de Zuidplaspolder, boren onder de Waddenkust

Bech bezocht onlangs de Zuidplaspolder, het diepste punt van Nederland, waar een nieuw dorp moet verrijzen, en ook het dorp Ternaard aan de Friese waddenkust. Daar staat nieuwe gaswinning gepland die bodemdaling zal veroorzaken, terwijl zowel de Waddenzee als de Friese en Groningse kust op termijn grote problemen kunnen verwachten door zeespiegelstijging.

"Het doet mij denken aan het steeds opnieuw uitstellen van een doktersafspraak, tot je die dokter helemaal niet meer bezoekt. Je leeft dan vooral in het hier en nu, en dat is comfortabel - tot je alsnog wordt geconfronteerd met die lange termijn, want die verdwijnt er natuurlijk niet door."

Op die zeer lange termijn kan de zeespiegel langs de Nederlandse kust meters hoger staan en is het de vraag of de huidige kustlijn wel behouden kan blijven. Dit komt onder andere door problemen met rivierafvoeren, zout grondwater en bovenal steeds hogere kosten. Vanaf circa 2 meter volstaan dijkverhogingen niet langer, zeggen experts, en is er veel extra ruimte nodig om zee- en rivierwater op te vangen.

'Weinig interesse voor de lange termijn'

Die 2 meter kan als alles tegenzit al in 2100 bereikt zijn. Vijftig jaar daarna kan de Noordzee zelfs al 3 tot 5 meter hoger staan, blijkt uit het nieuwste IPCC-rapport.

Die projecties hangen wel nog sterk af van de hoogte van de internationale uitstoot van broeikasgassen - dus als landen iets aan het risico willen doen, ligt dáár de beste kans, aldus Richter. Dan moet men er wel van doordrongen zijn dat die zeespiegelverwachtingen reëel zijn, en grote gevolgen hebben.

"Maar veel mensen die ik spreek die nu verantwoordelijk zijn voor het Nederlandse waterbeheer en kustveiligheid lijken gewoon niet geïnteresseerd in zulke cijfers of dergelijke tijdschalen. Ze zijn vaak niet bereid om na 2050 of boven 85 centimeter zeespiegelstijging te denken of plannen. Dat is te veel."

Bijna niemand herinnert zich een dijkdoorbraak

Beide onderzoekers menen overmoed te bespeuren in de Nederlandse cultuur, te veel zelfvertrouwen. Bech probeert dat ook historisch te verklaren: "In de middeleeuwen waren er de veenontginningen, werden de eerste dijken aangelegd en ontstonden waterschappen."

"Daarna volgde de glorie van de zeevarende natie die de wereld veroverde - en tot slot het moment dat de woeste zee definitief gecontroleerd werd, met de twintigste-eeuwse deltawerken. Dat is steeds het verhaal van de Nederlandse samenleving die 'het gevecht' aangaat met het water, en dat gevecht ook wint", zegt Bech.

"Maar om de huidige houding te snappen, moeten we denk ik ook het ontbreken van collectieve herinnering meewegen: Nederland is een land dat zeer kwetsbaar is voor toekomstige zeespiegelstijging, maar waar nog maar een fractie van de bevolking zelf een dijkdoorbraak over overstroming heeft meegemaakt. Zeespiegelstijging wordt daarom als heel abstract ervaren."

Doorgaan met investeren in laagste delen

Toch zou je van de overheid een andere houding verwachten, zegt Richter. Een nieuw dorp bouw je voor minstens een eeuw, eigenlijk voor meerdere. Daar moet je dus de lange termijn meewegen.

"Maar Nederland laat de markt meebeslissen over waar gebouwd wordt. En ik denk bijna dat er een omgekeerde redenering is: Nederland is too deep to fail."

"Er zijn zoveel miljarden geïnvesteerd in de kwetsbaarste, laagste delen van het land, dat het bijna een strategie lijkt om daar gewoon mee door te gaan. Zodra je de kwetsbaarheid eenmaal erkent, kunnen de gevolgen daarvan ook heel groot zijn: veel investeringen zijn dan plotsklaps ook veel minder waard."