Niet alleen natuurgebieden, óók wegbermen en dijken hebben in Nederland te maken met stikstofvervuiling. Het gevolg is dat er minder wilde bloemen groeien, en dus ook minder bijen en vlinders leven. Veel gemeenten willen er wat aan doen. Maar bloemrijke bermen herstellen blijkt nog een hele kunst.

Wie vanaf de fiets of uit de auto naast zich kijkt, ziet dat Nederlandse wegbermen er heel verschillend uitzien. Sommige staan maandenlang in bloei, andere bestaan hoofdzakelijk uit gras.

Ook valt op dat sommige bermen als een gazon gemaaid worden, terwijl op andere plekken ongemaaide stroken blijven staan. Waarom? En wat is het best voor de biodiversiteit?

Het is paradoxaal, maar als je de bermen niet maait, gaat de biodiversiteit nog verder omlaag, zegt plantecoloog Nils van Rooijen van Wageningen University & Research tegen NU.nl. "Dat komt door de stikstofvervuiling. Maaien is de enige manier om stikstof weer weg te krijgen, maar een verkeerde techniek of verkeerd tijdstip van maaien kan ook veel schade aanrichten."

Door stikstof minder voedsel voor bijen

Van Rooijen ziet dat steeds meer bermbeheerders zich willen inzetten voor biodiversiteitsherstel, dankzij bewustzijn over de achteruitgang van bijen, vlinders en andere bestuivers.

Die achteruitgang heeft meerdere oorzaken, maar een belangrijke is de afname van het voedselaanbod: er zijn minder bloeiende kruiden, en dus is er voor insecten minder nectar en stuifmeel.

Dat komt weer door de steeds hoger opstapelende stikstofvervuiling: in weilanden staan geen weidebloemen meer, en ook natuurgebieden en wegbermen 'vergrassen', waardoor wilde bloeiende planten achteruitgaan.

Klepelen en 'stofzuigen' funest

De meeste winst zit volgens Van Rooijen in aanpassing van de maaitechniek. De helft van de Nederlandse bermen wordt niet gemaaid, maar geklepeld. Plantenresten blijven dan achter, en stikstof stapelt hoger op. Gevolg: eentonige bermen met naast gras alleen ruimte voor brandnetels en wat fluitekruid.

Ook grasmaaiers met een ingebouwde stofzuiger zijn volgens Van Rooijen schadelijk. Die zuigen niet alleen plantenresten op, maar ook alle zaden, insecten en rupsen. Voor de natuur is het belangrijk maaisel eerst een paar dagen te laten drogen, en daarna pas te verzamelen en af te voeren. Zaden en insecten vallen dan naar de grond.

"Timing is ook heel belangrijk", zegt Van Rooijen. "Steeds meer gemeenten laten een bloeiende berm staan. Maar de bloemzaden vormen pas na de bloei. Je moet dan dus nog even wachten met maaien."

Maaien in etappes helpt zaden en insecten

Waar vroegtijdig maaien onontkomelijk is, raden ecologen aan om in etappes te maaien. Insecten kunnen hun toevlucht vinden in de ongemaaide delen, en van daaruit kunnen ook bloemzaden verspreiden.

Een ander goed moment om te maaien is volgens Van Rooijen het vroege voorjaar. Gras schiet dan al omhoog, maar kruiden hebben nog geen bloemknoppen. "Dat is een ideaal moment om gras en stikstof af te voeren en bloeiende kruiden een kleine voorsprong te geven aan het begin van de lente."

Voor het herstel van bloemrijke bermen is zaaien volgens Van Rooijen meestal niet nodig: als door goed maaibeleid stikstof wordt afgevoerd en zaadvorming een kans krijgt, kunnen lokaal aanwezige wilde bloemen herstellen en bermen terugveroveren.

Het inzaaien van zogeheten 'carnavalsmengsels', met exotische bloemen of gekweekte varianten, kan zelfs meer kwaad dan goed doen. "Veel insecten zijn afhankelijk van heel specifieke plantensoorten. Uitheemse bloemen bieden vaak alleen voedsel aan een paar minder kieskeurige soorten, zoals honingbijen. Maar we hebben honderden bedreigde bijen- en vlindersoorten, die zo juist extra concurrentienadeel krijgen."

Laatste strohalm vlinder per ongeluk gemaaid

Met het toegenomen bewustzijn van de achteruitgang van bloeiende kruiden en bestuivers heeft nog een woord zijn intrede gedaan: 'maaifouten'. Regelmatig halen ongelukjes het nieuws, bijvoorbeeld wanneer een overijverige grasmaaier een speciaal ingezaaide bloemenweide voor bijen en vlinders tot kort gazon heeft gereduceerd.

Soms zijn de gevolgen ernstiger, zoals na het maaiongeluk in Midden-Limburg vorig jaar, waarbij het laatste leefgebied van het donker pimpernelblauwtje (een uiterst zeldzame vlinder) per ongeluk werd platgemaaid.

Bloeiende bermen als knooppunt voor natuur

Dat laat ook zien dat gezonde wegbermen in het dichtbevolkte Nederland juist een unieke rol kunnen spelen voor de ecologie. Veel land wordt intensief gebruikt voor landbouw en bewoning. Officiële natuurgebieden zijn vaak bossen, heidevelden of open water - waar heel andere soorten leven.

Dijken en bermen kunnen als 'kruidenrijk grasland' een overgebleven leefgebied vormen voor specifieke planten en dieren, en zo een ecologische verbinding door Nederland vormen, pal naast het wegennetwerk.

Dat is ook in EU-verband de afspraak: voor 2030 moet minstens 10 procent van het landelijk gebied ecologisch waardevolle 'blauw-groene dooradering' worden.

Gouda uitgeroepen tot beste bermbeheerder

Het vraagt wel wat van gemeenten. Klepelen is populair omdat het goedkoop is. En gefaseerd maaien is ook technisch een uitdaging. Toch nemen meer beheerders de uitdaging serieus.

Zo worden in Rotterdam zaden van lokale wilde bloemen verzameld om in eigen bermen te verspreiden, werkt Waterschap Rivierenland samen met natuurorganisaties aan het herstel van bloemrijke dijken en won Gouda afgelopen jaar de prijs voor de beste bermbeheerder van de Vlinderstichting.

Het onderwerp leeft dus, zegt Van Rooijen. Nu de bermen nog.