De wereld is nu 1,1 graden warmer dan vóór 1900 en die opwarming kan nog fors oplopen, blijkt uit het maandag verschenen rapport van VN-klimaatpanel IPCC. Daarin is er ook veel aandacht voor regionale verschillen. Zo gaat de temperatuurstijging in Nederland bijna twee keer zo hard als wereldgemiddeld. Blijft dat zo? En wat kan de rest van Europa verwachten voor de toekomst?

Kort samengevat wordt het overal warmer, maar gaat die opwarming op sommige plekken op aarde veel sneller. Daarnaast veranderen neerslagpatronen: natte gebieden worden vaak nog natter en droge gebieden juist nog droger.

Nederland zit eigenlijk tussen twee vuren in, zegt klimaatonderzoeker Rein Haarsma van het KNMI tegen NU.nl. Hij is een van de auteurs van het hoofdstuk over regionale verschillen in de klimaatverandering.

"Als je kijkt naar de echte mondiale hotspots van klimaatverandering, heeft Europa er maar liefst twee: het uiterste noorden, onderdeel van het noordpoolgebied, en de regio rond de Middellandse Zee. Beide gebieden warmen heel sterk op, ruim boven het wereldwijde gemiddelde."

"Maar als we kijken naar verandering in de neerslag, zijn het juist tegenpolen: het noorden van Europa wordt natter, terwijl het Middellandse Zeegebied sterk uitdroogt. Nederland zit daartussenin: onze winters worden regenachtiger, maar de neerslag in onze zomers wordt vooral grilliger: perioden van droogte en extreme neerslag nemen naast elkaar toe."

Landtemperaturen gaan overál sneller omhoog

Hoe zit het dan met de temperatuur? Moet Nederland ook in de komende eeuwen rekenen op een bovengemiddeld sterke opwarming?

Temperatuurmetingen kunnen een beetje vertekenen, zegt Haarsma. De opwarming gaat niet alleen in Nederland, maar overal boven land sneller dan boven de oceanen, en dat zal ook zo blijven. Omdat 70 procent van het aardoppervlak uit oceaan bestaat, trekken die de gemiddelde opwarming sterk naar beneden.

De lucht boven de oceanen is gemiddeld 0,9 graden warmer geworden, terwijl de landtemperaturen gemiddeld 1,6 graden zijn gestegen. Daar zit Nederland dus nog steeds ruim 25 procent boven.

"Of Nederland ook in de toekomst sneller zal opwarmen dan andere gebieden boven land, weten we niet zeker", zegt Haarsma. "Zuid-Europa en het uiterste noorden zullen sterk bovengemiddeld opwarmen, maar in West-Europa speelt bijvoorbeeld ook de hoeveelheid wind van zee een rol. Sinds de jaren tachtig is de opwarming bij ons wat sneller gegaan door het aanpakken van zwavelvervuiling. Dat is een tijdelijk effect."

Haarsma noemt het een misverstand dat het verschil tussen de opwarming boven land en zee zal bijtrekken. En daar zit dus wel een belangrijke conclusie in: als we schrijven dat het gemiddeld op aarde nog 5 graden warmer kan worden, betekent dat dus dat het gemiddeld boven land 7 of 8 graden warmer kan worden, ook in Nederland.

Vooral hittegolven nemen wereldwijd sterk toe

De gevolgen van klimaatverandering worden nu in alle gebieden op aarde waargenomen. Dat is een van de hoofdconclusies van het nieuwe klimaatrapport, zegt klimaatonderzoeker Bart van den Hurk van Deltares. Hij schreef mee aan het ATLAS-hoofdstuk van het rapport, dat een interactieve wereldkaart van klimaatverandering bevat.

Hittegolven nemen het sterkst toe, maar dat geldt ook voor extreme neerslag en droogte. "Bij een flink aantal van die extremen is de menselijke invloed ook aangetoond met nieuwe wetenschappelijke methodes. Dat gerichte onderzoek naar individuele weerssituaties is ook een nieuwe lijn van bewijs in het nieuwe IPCC-rapport."

Uit de waarnemingen valt bovendien op dat temperatuur van hittegolven in praktijk sterker toeneemt dan de gemiddelde temperatuurstijging, en ook sterker dan klimaatmodellen voorspelden.

"Statistisch heb je natuurlijk altijd kans op extreme uitschieters. Maar sommige hitte-extremen gaan harder dan gedacht, en we moeten ons bij het verklaren van extreem weer wel erg vaak beroepen op de kleine kansen."

Afnemende westenwind nog onzeker

Tekenend is deze zomer een temperatuurrecord van 50 graden in Canada en ook de extreme regenval in de Chinese stad Zhengzhou, waar in één dag het jaargemiddelde aan neerslag viel en alle Chinese regenrecords werden gebroken.

Bij zulke extremen is het uiteindelijk ook een toevalstreffer waar het toeslaat, maar ze kunnen wel onderling verband houden: in lopend onderzoek wordt nu gekeken of in de zomermaanden op het hele noordelijk halfrond weersystemen langer op een plek blijven liggen, door een afname van westenwinden.

Er zijn tekenen dat dit patroon zich vooral boven Europa in de zomer vaker zal voordoen, maar in het nieuwe IPCC-rapport worden er nog geen stellige uitspraken over gedaan.

Onderling verband tussen weersextremen in de zomer van 2021: bij een zwakkere westenwind gaat de 'straalstroom' meer slingeren, waardoor heet, droog of nat weer langer op één plek blijft. Het is een van de verklaringen voor de waargenomen toename van extreem weer, maar het IPCC houdt op dit complexe onderwerp nog een slag om de arm.

Onderling verband tussen weersextremen in de zomer van 2021: bij een zwakkere westenwind gaat de 'straalstroom' meer slingeren, waardoor heet, droog of nat weer langer op één plek blijft. Het is een van de verklaringen voor de waargenomen toename van extreem weer, maar het IPCC houdt op dit complexe onderwerp nog een slag om de arm.
Onderling verband tussen weersextremen in de zomer van 2021: bij een zwakkere westenwind gaat de 'straalstroom' meer slingeren, waardoor heet, droog of nat weer langer op één plek blijft. Het is een van de verklaringen voor de waargenomen toename van extreem weer, maar het IPCC houdt op dit complexe onderwerp nog een slag om de arm.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl

Stormachtige regenwinters zonder schaatsijs

In de wintermaanden nemen westenwinden in Nederland juist toe. Dat betekent dan extra zachte lucht, meer regen en een grotere kans op stormen. De kans op schaatsijs wordt daarbij steeds kleiner.

Op basis van het nieuwe IPCC-rapport werkt het KNMI aan een herziening van de nationale klimaatscenario's, waarin de gevolgen voor Nederland in groter detail worden beschreven.