De klimaatschade die de industrie en de lucht- en scheepvaart veroorzaken door het gebruik van fossiele brandstoffen is groter dan de CO2-prijs die de overheid in rekening brengt. Een deel van de uitstoot wordt helemaal niet in rekening gebracht, zoals die van een belangrijk deel van de landbouwsector. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een rapport over de beprijzing van de broeikasgasuitstoot.

Vanaf begin dit jaar geldt in Nederland een CO2-heffing voor de meest vervuilende industrieën. Met die belasting op uitstoot van koolstofdioxide door grote bedrijven hoopt het kabinet de ondernemingen te stimuleren om sneller te verduurzamen. Een aantal grote bedrijven was tegen de invoering van de CO2-heffing omdat ze voor hun uitstoot ook al meebetalen in het Europese emissiehandelssysteem ETS. De heffing geldt niet voor onder meer de glastuinbouw.

Met het onderzoek, dat het PBL op eigen initiatief heeft verricht, wil het planbureau een volgend kabinet instrumenten geven om de beprijzing van het energieverbruik te verbeteren. Het instituut verwacht dat Nederland afstevent op een "nieuwe aanscherpingsronde voor het klimaatbeleid".

In december hebben de landen van de Europese Unie afgesproken de productie van broeikasgassen de komende tien jaar met ten minste 55 procent te reduceren, in plaats van de eerder afgesproken 40 procent minder ten opzichte van 1990. Vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans, die belast is met het klimaatbeleid, presenteert woensdag een pakket van twaalf wetsvoorstellen, Fit for 55 genaamd, om ervoor te zorgen dat dit doel ook wordt behaald. Daarbij moet hernieuwbare energie goed zijn voor 38 tot 40 procent van het energieverbruik.

"Deze nieuwe ambities stellen Nederland voor een flinke opgave", meent het PBL. Volgens het planbureau is er in Nederland onder meer reden om de belastingen op elektriciteit te herzien. Die richten zich nu op het verbruik van elektriciteit en houden geen rekening met de hoeveelheid broeikasgassen die bij de opwekking ervan worden uitgestoten. Daardoor gaat er onder meer "geen prikkel vanuit om méér elektriciteit hernieuwbaar op te wekken", aldus het PBL.