In een donderdag verschenen rapport wordt ervoor gepleit de stikstofaanpak op de korte termijn te concentreren in twee gebieden: de Gelderse Vallei en het Groene Hart. Ecologen zeggen tegen NU.nl dat ze die aanpak snappen. Maar ze wijzen er ook op dat stikstofvervuiling inmiddels bijna overal speelt: ook op plekken waar je dat niet direct zou verwachten. Dat vraagt volgens hen ook om een gespreide aanpak.

Stikstofvervuiling speelt zelfs op de Waddeneilanden, vertelt ecoloog Roland Bobbink van onderzoekscentrum B-WARE. "Sinds de jaren zeventig kom ik op Terschelling, aanvankelijk nog als student. In de duingebieden zag je toen heel gevarieerde plantengroei, met sterke verschillen tussen de noord- en zuidhellingen: bloeiende kruiden aan de ene kant, hei aan de andere."

"Al in de jaren negentig was die variatie enorm afgenomen, en was het vooral helmgras geworden. De oorzaak bleek stikstof te zijn. Wij vonden ter plekke veel hogere waarden dan de RIVM-modellen hadden voorspeld."

Dat is opmerkelijk, want die Waddeneilanden liggen op grote afstand van snelwegen en varkensstallen. Met name ammoniak legt geen grote afstanden af door het lucht: het grootste deel slaat binnen enkele tientallen kilometers van de bron neer.

Veeteelt Gelderse Vallei heeft grote invloed op de Veluwe

Dat is ook de gedachte achter een meer geconcentreerde aanpak van het probleem, die wordt bepleit in het donderdag verschenen rapport Naar een ontspannen Nederland.

Wil je bijvoorbeeld de ecologische achteruitgang op de Veluwe stoppen, dan heeft het vooral veel zin om de uitstoot in de naastgelegen Gelderse Vallei sterk te verlagen, zo is de redenering in het rapport. Onder andere Bobbink deelt die gedachte, als een van de voorwaarden voor ecologisch herstel op de Veluwe.

Maar daar kan de intensieve veehouderij in bijvoorbeeld delen van Overijssel aan worden toegevoegd - bij oostenwind een stikstofbron voor de Veluwe, en ook voor de eveneens sterk aangetaste Sallandse Heuvelrug, waar de laatste korhoenpopulatie door stikstofvervuiling op het punt van uitsterven staat.

Door stikstofvervuiling kunnen de jongen van het korhoen niet genoeg insecten vinden. De vogel is in Nederland bijna uitgestorven, en komt alleen nog voor op de Sallandse Heuvelrug.

Door stikstofvervuiling kunnen de jongen van het korhoen niet genoeg insecten vinden. De vogel is in Nederland bijna uitgestorven, en komt alleen nog voor op de Sallandse Heuvelrug.
Door stikstofvervuiling kunnen de jongen van het korhoen niet genoeg insecten vinden. De vogel is in Nederland bijna uitgestorven, en komt alleen nog voor op de Sallandse Heuvelrug.
Foto: Francesco Veronesi

Dat erkennen de auteurs van het nieuwe rapport ook. Naast de Gelderse Vallei en het Groene Hart noemen ze nog vier andere 'sleutelgebieden' die extra aandacht verdienen: delen van Friesland, Drenthe, Overijssel en het gebied rond de Peel.

Zo kan dat rijtje van potentiële aandachtsgebieden nog wel even doorgaan. De meest stikstofgevoelige natuur ligt in Nederland op de oostelijke zandgronden, en die reiken van Noord-Brabant tot Drenthe. De natuurschade is niet overal even groot. De nabijheid van intensieve veehouderij is een belangrijke factor, net als industrie en druk wegverkeer.

Via rivierwater verspreidt mest zich langs kust

Maar hoe kan het dan dat er ook te veel stikstof neerslaat op de Waddeneilanden? Dat gaat via een flinke omweg, legt Bobbink uit. Een deel van de (kunst)mest uit de landbouw belandt via oppervlaktewater uiteindelijk in de Maas en de Rijn. Daardoor bevat ook het kustwater in de Nederlandse Noordzee en Waddenzee veel ammonium - water dat langs de kust naar het noorden stroomt.

Als de zon op het zeewater schijnt en de temperatuur omhoog gaat, ontstaat een reactie waarbij dat ammonium wordt omgezet in ammoniak, en dus vanuit het zeewater neerslaat op de duinen en de Waddeneilanden. "Daar komt op Texel en Terschelling stikstof uit lokale landbouw bij, en stikstofoxiden uit de industrie, die wel grote afstanden afleggen."

"Stikstof speelt echt overal", zegt hoogleraar plantecologie Joop Schaminée tegen NU.nl. "Het meest bekend zijn de gebieden die van nature voedselarm zijn, zoals de oostelijke zandgronden - en dat is eigenlijk van Zeeuws-Vlaanderen tot Drenthe. Maar stikstofvervuiling speelt bijvoorbeeld óók in het heuvelland van Zuid-Limburg, dat met kalksteen en löss weer een heel andere bodem heeft."

Door die kalkrijke bodem is verzuring, een van de schadelijke effecten van ammoniak, er niet direct een probleem, maar vermesting is dat volgens Schaminée wel: door de steeds hogere stikstofconcentraties wordt een grote diversiteit aan bloeiende planten weggedrukt door een klein aantal stikstofminnende soorten, vooral gras.

In Zuid-Limburg komen nog relatief bloemrijke graslanden voor, zoals dit veld met ratelaar. Maar ook hier leidt stikstof tot vergrassing en daarmee achteruitgang van bloeiende kruiden.

In Zuid-Limburg komen nog relatief bloemrijke graslanden voor, zoals dit veld met ratelaar. Maar ook hier leidt stikstof tot vergrassing en daarmee achteruitgang van bloeiende kruiden.
In Zuid-Limburg komen nog relatief bloemrijke graslanden voor, zoals dit veld met ratelaar. Maar ook hier leidt stikstof tot vergrassing en daarmee achteruitgang van bloeiende kruiden.
Foto: Rolf Schuttenhelm

'Stikstof is in Zuid-Limburg een tikkende tijdbom'

Als je naar die oorspronkelijke plantenrijkdom kijkt, zou je zelfs kunnen zeggen dat stikstofvervuiling vooral in Zuid-Limburg een risico is: het gebied heeft de hoogste biodiversiteit van Nederland, met zeldzame planten, vlinders en bijen - ook voor Europese begrippen is het (nog) een hotspot. "Zuid-Limburg is door menselijke activiteiten een extreem belast gebied, maar aan de andere kant ook het gebied met de meest diverse soorten. Dus je kunt er ook heel veel verliezen."

Als we de stikstofvervuiling in dit gebied niet aanpakken, zijn we straks mogelijk te laat, zegt Schaminée: "In Zuid-Limburg is stikstof een tijdbom. Wat nog nauwelijks aandacht krijgt, is dat er door overbemesting ook steeds hogere concentraties in het grondwater belanden. Zuid-Limburg heeft langs de hellingen bronnen met unieke bronvegetatie. Die bronnen raken op gegeven moment teveel vervuild, en dan is de ellende niet langer te overzien - het dreigt overal langs de helling af te lopen."

Schaminée is er geen voorstander van om de stikstofaanpak te concentreren in slechts twee gebieden, maar ziet meer heil in het aanwijzen van 'nationale landschappen', waar bescherming van ecologie en cultuurhistorie hand in hand gaan.

Een advies met die strekking van een speciale commissie onder leiding van Pieter van Vollenhoven werd in november vorig jaar gepubliceerd. Enkele maanden eerder had de commissie-Remkes al geadviseerd de totale Nederlandse stikstofuitstoot tot 2030 tenminste te halveren. Zo stapelen adviezen en rapporten over de crisis in de Nederlandse natuur zich op, maar is er tot nog toe niet een die heeft geleid tot een grote politieke koerswijziging.