Wageningse studenten hebben tijdens een veldwerk in het Geuldal in Zuid-Limburg een boshommel aangetroffen, een zeer zeldzame hommelsoort die veertien jaar geleden voor het laatst werd gezien. Onderzoekers zien het als een bekroning op een natuurherstelproject, waarbij lokale partijen zich onder meer inzetten voor terugkeer van bloeiende akkerranden en meidoornheggen.

Dergelijke kleinschalige landschapselementen verhogen de natuurwaarde, waar onder andere bestuivende insecten van profiteren. Het project is zelfs naar de hommel vernoemd: Boshommellandschap Geuldal.

Professor David Kleijn van Wageningen University & Research is een van de initiatiefnemers van het project. "Als je de juiste omstandigheden creëert, keren soorten die zich veel door het landschap bewegen vanzelf terug. Het hele landschap moet wel weer geschikt zijn voor deze terugkeer."

Hommelssoorten zijn vaak actief van het vroege voorjaar tot in de herfst. Een van de succesvoorwaarden is volgens Kleijn dan ook om in natuurgebieden, openbare ruimtes en op boerenland een maandenlang aanbod van inheemse bloeiende planten aan te bieden. Hommels zijn afhankelijk van nectar en stuifmeel, dat ze in bloemen verzamelen.

Wat dat betreft is de boshommel, in tegenstelling tot veel andere zeldzame bestuivende insecten, weinig kieskeurig. Veelvoorkomende planten als rode klaver en dovenetel behoren volgens de onderzoekers tot de favoriete bloemen van de boshommel. Het dier is verder vooral gebaat bij kleinschaligheid van de landbouw, met veel afwisseling in het landschap.

Bermen worden later gemaaid voor meer bloei in lente en zomer

Lokale groenbeheerders werken mee aan het project. Zo worden wegbermen later en in verschillende fasen gemaaid, en heggen minder strak geschoren, zodat ook de struiken in het Limburgse landschap in lente en zomer tot bloei komen.

"Het feit dat de boshommel het nu al probeert laat zien dat het gebied veel potentie heeft. Goed beheer op de juiste plekken, vooral tussen de bestaande natuurgebieden, zal er nu voor moeten zorgen dat de soort weer een vaste bewoner van het Geuldal wordt," zegt bijendeskundige Ivo Raemakers - die de waarneming van de studenten bevestigde.

Studenten Janneke Scheeres en David Kingma wisten deze hommel voorzichtig te vangen (en daarna weer vrij te laten). Specialist Ivo Raemakers kon bevestigen dat het om de zeer zeldzame boshommel gaat, die sinds 1950 nog maar een paar keer gezien was in Nederland.

Studenten Janneke Scheeres en David Kingma wisten deze hommel voorzichtig te vangen (en daarna weer vrij te laten). Specialist Ivo Raemakers kon bevestigen dat het om de zeer zeldzame boshommel gaat, die sinds 1950 nog maar een paar keer gezien was in Nederland.
Studenten Janneke Scheeres en David Kingma wisten deze hommel voorzichtig te vangen (en daarna weer vrij te laten). Specialist Ivo Raemakers kon bevestigen dat het om de zeer zeldzame boshommel gaat, die sinds 1950 nog maar een paar keer gezien was in Nederland.
Foto: Wageningen University & Research

Boshommel vroeger algemeen, nu sterk bedreigd

De naam suggereert dat de boshommel net als bijvoorbeeld de boomhommel of de akkerhommel een veelvoorkomende soort is.

De boshommel kwam vroeger voor in heel Nederland, maar sinds de intensivering van de landbouw zijn er nog maar weinig over. Sinds 1950 werd de soort nog maar een paar keer waargenomen - in 2007 voor het laatst.