Nederland moet onder het volgende kabinet weer een volwaardige milieuminister krijgen, zeggen oud-milieuministers Ed Nijpels (VVD) en Jacqueline Cramer (PvdA) tegen NU.nl. De ministerspost werd afgeschaft in 2010, bij het aantreden van het kabinet-Rutte I. Daarmee is ook veel milieubeleid geschrapt, waardoor de stikstofcrisis escaleerde en klimaatdoelen niet werden gehaald.

Nijpels was in 1986 de tweede minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), een ministerie dat hij vier jaar eerder tijdens de kabinetsformatie had voorgesteld. Cramer was van 2007 tot 2010 de voorlopig laatste milieuminister.

Het oplossen van de stikstofcrisis is de dringendste milieu-uitdaging voor het nieuwe kabinet. De uitstoot van stikstof moet in de komende negen jaar ten minste halveren. Ook de uitstoot van broeikasgassen moet richting 2030 sneller omlaag.

Samen met huizenbouw, verkeer, duurzame energie, ecologische verbindingen, verduurzaming van de landbouw en aanpassingen aan klimaatverandering vraagt dat om een herinrichting van het Nederlandse landschap.

"Het is daarom van groot belang dat een toekomstige milieuminister ook ruimtelijke ordening weer in de portefeuille heeft", zegt Cramer. "Ruimtelijke ordening is cruciaal voor het afwegen van alle belangen. Iemand moet daar centraal voor verantwoordelijk zijn, anders gaat het op alle fronten mis."

Ruimtelijke ordening is elf jaar geleden onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geschoven, terwijl milieu nu officieel onder het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) valt. "De milieuportefeuille is onder Rutte-I aan een staatssecretaris gegeven", zegt Nijpels. "Dat was buitengewoon onverstandig."

Nieuw ministerie kan toezien op noodzakelijke inhaalslag

Cramer zag dat veel van haar beleid in 2010 in een diepe la belandde, zoals een uitgewerkt plan om de stikstofuitstoot terug te dringen. "Er is toen veel schade aangericht. Dat stikstofplan is geschrapt, zonder vervanging. De klimaatambities voor 2020 werden met een derde verlaagd. Het woord 'klimaat' mocht niet meer gezegd worden, dat werd 'energie' - alles ging van tafel."

Op het gebied van zowel stikstof als klimaat kwam het Rutte-beleid uiteindelijk in botsing met de rechter, en voor beide dossiers betekent dit dat er in de komende jaren juist een forse inhaalslag gemaakt moet worden.

Nijpels is er niet echt verbaasd over dat het misliep. "Milieu en ruimtelijke ordening vragen om een visie. Maar dat was jarenlang een vies woord. Als gevolg daarvan worden we nu ingehaald door de realiteit."

Nauw samenwerken met Economische Zaken en Landbouw

De oud-ministers zien in het opnieuw oprichten van een ministerie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) de ideale oplossing.

Infrastructuur en Waterstaat zou daar prima onder kunnen vallen, zegt Nijpels. "Maar nu is het de omgekeerde volgorde. Als ministerpost is Infrastructuur en Water een feestportefeuille met nul politiek risico. Daarnaast is het ook een belediging voor het milieu."

Cramer was als milieuminister nog verantwoordelijk voor klimaatbeleid. Die tak is naar het ministerie van Economische Zaken gegaan, dat sindsdien Economische Zaken én Klimaat (EZK) heet. Daar zien Cramer en Nijpels een minder groot probleem in, aangezien klimaatbeleid nauw verweven is met energie- en industriebeleid. Een toekomstig VROM zou in elk geval nauw moeten samenwerken met een economie- en ook een landbouwministerie.

De ontwikkeling van de 'circulaire economie' hoort volgens de oud-ministers wel onder VROM, net als de verantwoordelijkheid voor klimaatadaptatie, aanpassingen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen.

'Nederland riep in EU-verband zelf op tot 55 procent lagere uitstoot'

Cramer werkt tegenwoordig met bedrijven, overheden en burgers aan het in praktijk brengen van de circulaire economie en de energietransitie. Daarnaast is ze hoogleraar duurzaam innoveren aan de Universiteit Utrecht.

Nijpels is voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord, dat het Nederlandse klimaatbeleid tot 2030 bewaakt. Hij vindt dat Nederland tijdens de formatie een hoger klimaatdoel moet stellen, in lijn met een nieuwe Europese ambitie.

"Nederland heeft in EU-verband zelf opgeroepen tot een 55 procent lagere uitstoot van broeikasgassen. Dat moeten we nu ook tot nationaal doel stellen. Ook in het klimaatbeleid is dringend behoefte aan helderheid en eerlijkheid."