Drie Nederlandse politieke partijen stellen maatregelen voor waarmee het verwachte klimaatdoel van het nieuwe kabinet daadwerkelijk gehaald zou worden, blijkt maandag uit een doorrekening door planbureaus. Het gaat daarbij om D66, GroenLinks en PvdA.

Uit een analyse van verkiezingsprogramma's door NU.nl bleek eerder dat de grote politieke partijen ongeveer dezelfde klimaatdoelen stellen. Maar in de doorrekening van de planbureaus komen grotere verschillen naar boven.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) bieden politieke partijen de mogelijkheid om in de aanloop naar de verkiezingen hun partijprogramma's te laten doorrekenen op kosten en effectiviteit.

De resultaten zijn maandag gepubliceerd, maar tonen niet alle partijen. Het CDA, D66, GroenLinks, de SP, de PvdA en de ChristenUnie hebben van de mogelijkheid gebruikgemaakt. Onder andere de VVD heeft de klimaat- en energieplannen uit het verkiezingsprogramma niet laten doorrekenen.

Meeste partijen willen uitstoot ruim halveren

Het nieuwe kabinet staat voor een grote klimaatopgave. In lijn met een recente aangescherpte ambitie van de Europese Unie zal ook Nederland de uitstoot van broeikasgassen tot 2030 sterker moeten reduceren. Uit onze eerdere analyse van verkiezingsprogramma's blijkt dat de meeste grote partijen vrij dicht op elkaar zitten: VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie stellen voor de uitstoot van broeikasgassen (ten opzichte van 1990) met 55 procent terug te dringen. D66 en GroenLinks willen iets sneller en stellen 60 procent reductie voor.

De twee partijen die iets hoger inzetten, stellen een pakket van maatregelen voor dat dit hogere emissiedoel ook zou realiseren (D66 precies 60 procent, GroenLinks 63 procent). Van de overige partijen komt alleen de PvdA met een sluitend pakket, dat zou resulteren in een 55 procent lagere uitstoot in 2030.

Met de plannen van ChristenUnie en SP zou de uitstoot met respectievelijk 52 en 53 procent dalen, terwijl het CDA blijft steken op een reductie van 46 procent.

Voor de SP geldt wel dat het doel uit het verkiezingsprogramma mogelijk wordt gehaald, maar dat streven is niet in lijn met de Europese ambitie en daarmee ook niet met het verwachte klimaatdoel van het nieuwe kabinet. In het verkiezingsprogramma staat dat de SP in 2030 halverwege het doel voor 2050 wil zijn. De Europese Unie en Nederland willen in 2050 klimaatneutraal zijn, dus halverwege zou 50 procent reductie in 2030 kunnen betekenen.

Plannen bepalen ook noodzakelijke tempo ná 2030

Het PBL waarschuwt in de analyse wel voor internationale "weglekeffecten". Waar klimaatbeleid zou resulteren in lastenverhoging voor de industrie, kan dit ertoe leiden dat industriële activiteit naar het buitenland vertrekt om daar vervolgens de uitstoot te verhogen.

Alle partijen zetten in op een extra inspanning ten opzichte van het bestaande beleid, zegt PBL-directeur Hans Mommaas. "Maar vervolgens ontstaan verschillen en valt er dus wat te kiezen."

Hij herinnert eraan dat 2030 een tussenstop is, en het uiteindelijk doel is om twintig jaar later een volledig klimaatneutrale samenleving te hebben. "De verschillen tussen partijen geven dus ook aan welke inspanning na 2030 nog resulteert."

Meer openbaar vervoer, minder auto's en rem op groei luchtvaart

De meeste partijen willen met een pakket van maatregelen de mobiliteit verduurzamen. De PvdA zet in op de grootste toename van openbaar vervoer en GroenLinks op de sterkste afname van autoverkeer.

Opmerkelijk is dat in de voorstellen voor het eerst ook de luchtvaart begrensd wordt met een maximum aantal vluchten vanaf Nederlandse vliegvelden. GroenLinks en D66 willen de groei van de luchtvaart volgens het PBL het sterkst beperken.

D66, GroenLinks, PvdA en SP zijn verder voorstander van het verkleinen van de veestapel. Naast het herstel van natuurgebieden, moet dit bijdragen aan het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit in Nederland.