Klimaat is voor de meeste politieke partijen een veel belangrijker thema geworden dan bij de verkiezingen vier jaar geleden. En de onderlinge verschillen zijn kleiner dan je misschien zou verwachten: de meeste partijen willen zich houden aan internationale afspraken en zetten in op dezelfde oplossingen.

De toegenomen aandacht is een groot verschil met de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, zegt Karen van den Einden van Natuur & Milieu. "Klimaat was destijds nauwelijks een onderwerp in campagnes en verkiezingsdebatten. Nu zie je er in de meeste partijprogramma's veel aandacht voor."

Dat signaleert ook energie-expert Martien Visser: "De verkiezingsprogramma's zijn nu veel concreter over klimaatmaatregelen. Bij de vorige verkiezingen leek het net alsof de VVD niets wilde en het CDA deed bij de doorrekening van de partijplannen niet eens mee." In praktijk werd er vervolgens stevig klimaatbeleid gevoerd, merken beide experts op.

De aandacht is niet alleen toegenomen doordat een groeiend aandeel van de kiezers zich zorgen maakt over klimaatverandering, maar ook doordat de rest van de wereld niet stilstaat. Met het klimaatakkoord van Parijs willen landen de opwarming onder 1,5 graden houden. Daartoe werd in 2019 de Green Deal afgesproken, waarmee de EU - net als veel andere economieën - rond 2050 klimaatneutraal wil zijn. Ook Nederland is daaraan gebonden.

Ook Nederland krijgt scherper klimaatdoel voor 2030

In veel landen worden bovendien klimaatdoelen voor 2030 aangescherpt. In de EU moet de uitstoot van broeikasgassen dan 55 procent lager liggen dan in 1990. Nederland zal daarom zijn klimaatdoel voor 2030 moeten aanscherpen, ongeacht welke partijen straks de regering vormen. Hogere klimaatambities worden ondertussen vergemakkelijkt door scherpe prijsdalingen in duurzame technologie, een trend die naar verwachting zal doorzetten.

"Bij de meeste partijen is er nu geen discussie meer óf we de klimaatdoelen moeten bereiken. Het gaat vooral over hoe we dat gaan doen en wie de rekening betaalt", zegt Van den Einden.

Op hoofdlijnen lijkt het erg op elkaar, zegt Visser: "Alle partijen, behalve PVV en Forum voor Democratie, zeggen achter het Europese doel te staan. Dat betekent dat alle partijen in de komende tien jaar meer CO2 willen reduceren dan het huidige doel van 49 procent reductie. Wat mij betreft scoren alle partijen behalve PVV en Forum voor Democratie dus ongeveer gelijk op klimaatambitie."

Toch zijn er in die percentages wel wat verschillen te bespeuren, zegt Van den Einden. Zo wil DENK in 2030 een reductie van 40 procent, zetten VVD, CDA en ChristenUnie in op 55 procent, en willen D66 en GroenLinks een grotere stap zetten door een 60 procent lagere uitstoot na te streven. Dat gaat de Partij voor de Dieren nog te langzaam: die wil dat de Nederlandse samenleving binnen tien jaar klimaatneutraal wordt.

Partijen zetten in op meer zonnedaken en wind op zee

Zelfs in de energieopties die partijen voorstellen, zijn volgens Visser de verschillen beperkt. "Ik heb in de partijplannen speciaal gekeken naar oplossingen die bij kiezers soms minder populair zijn: biomassa, CO2-opslag, wind op land en zonneweides. Daar worden wel allerlei beschouwingen aan gewijd, maar het is moeilijk te beoordelen wat ze nu echt willen en vooral wat ze niet willen."

"Ik kwam daarnaast nogal wat voorstellen tegen die gewoon bestaand beleid zijn. Zo is inzet van biomassa voor elektriciteitsproductie al afgeschaft en is er ook een wet die kolencentrales dwingt in 2030 te sluiten." Andersoortige toepassingen van biomassa zijn volgens Visser juist wel essentieel voor het bereiken van klimaatdoelen. Partijen zetten massaal in op wind op zee en zonnedaken en ook CO2-opslag wordt door de meeste inmiddels als noodzakelijk gezien.

Verschillen zijn er nog in de mate van uitwerking: "Sommige partijen stippelen de toekomst tot 2030 zeer gedetailleerd uit, andere laten het nog wat meer open voor maatschappelijk debat."

De staalindustrie is mondiaal verantwoordelijk voor 8 procent van de CO2-uitstoot en is alleen te verduurzamen via internationale samenwerking.

De staalindustrie is mondiaal verantwoordelijk voor 8 procent van de CO2-uitstoot en is alleen te verduurzamen via internationale samenwerking.
De staalindustrie is mondiaal verantwoordelijk voor 8 procent van de CO2-uitstoot en is alleen te verduurzamen via internationale samenwerking.
Foto: ANP

Gasvrij wonen en luchtvaart

Het valt Van den Einden op dat partijen nog worstelen met de vraag hoe we van het gas afgaan. "Energiebesparing staat centraal, maar hoe krijg je mensen aan het isoleren van hun huis? Partijen als GroenLinks, D66 en PvdA vinden dat de overheid een leidende rol moet spelen. De VVD daarentegen legt de verantwoordelijkheid meer bij huiseigenaren." Het CDA kiest als oplossing nadrukkelijk voor hybride warmtepompen.

Aangezien veel klimaatbeleid eigenlijk al Europees beklonken is, kun je je afvragen of Nederland niet op ander vlak verschil moet maken. Gezien onze marktpositie zou Nederland actief samenwerking kunnen zoeken om internationaal opererende 'lastige' sectoren als de staalindustrie, luchtvaart en scheepvaart te verduurzamen. Partijprogramma's bevatten op dat vlak geen concrete plannen, behalve dat veel partijen langzaam kritischer gaan kijken naar de luchtvaart, zegt Van den Einden. De VVD ziet daar evenwel nog ruimte voor "gematigde groei".