Als gevolg van de coronacrisis incasseerden grote oliebedrijven vorig jaar miljarden euro's verlies. Zullen ze zich dit jaar herstellen? Dat hangt van veel factoren af, zegt energie-econoom Hans van Cleef van ABN AMRO tegen NU.nl. Door de lange nasleep zal de vraag naar olie ook in 2021 lager uitpakken dan voor de coronacrisis. Maar door verlaging van de productie is de olieprijs gestabiliseerd.

Het is inmiddels duidelijk geworden dat de coronacrisis ook in 2021 voortduurt. Het grootste effect van die langere nasleep zit volgens Van Cleef in het uitvallen van de vraag naar kerosine door de luchtvaart. "Ook met de vaccinatieprogramma's verwachten we dat het herstel van het vliegverkeer in 2021 beperkt zal zijn. Hierdoor zal de olievraag dit jaar niet snel herstellen."

Desondanks verwacht Van Cleef geen herhaling van vorig jaar, toen de Brentolieprijs in april kelderde naar een waarde van slechts 16 dollar per vat. "Die scherpe daling was het gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder de aanbodoorlog tussen Rusland en Saoedi-Arabië, het wegvallen van de vraag naar olie door coronamaatregelen en het daardoor oplopen van oliereserves. Al met al was het aanbod van olie dus veel hoger dan de vraag."

Rusland en Saoedi-Arabië hebben hun meningsverschil inmiddels bijgelegd en samen met veel andere olieproducerende landen hebben ze de olieproductie sterk verlaagd. De productie is daarom nu meer in balans met de (lagere) vraag.

Daarnaast is het optimisme op de beurs goed en anticiperen beleggers op het toekomstig aantrekken van de vraag, zegt Van Cleef. Hij verwacht daarom dat de olieprijs in 2021 hoger komt te liggen dan in 2020. "We gaan nu uit van een gemiddelde van rond de 55 dollar per vat."

Omdat de olieproductie verlaagd is, is de kans op hoge pieken in de olieprijs wel lager. "Er is veel reserveproductiecapaciteit. Die wordt ingeschakeld zodra de prijs verder stijgt, dus dat creëert een plafond. Ik denk dat we al in de buurt van dat plafond zitten."

Beursgenoteerde oliebedrijven afhankelijk van koers van oliestaten

Analisten verwachten ook na de coronacrisis een structurele daling van de vraag naar olie, nu 's werelds grootste economieën steeds meer inzetten op duurzame energie en elektrificatie van het wegverkeer.

Dat stelt olieproducenten voor een dilemma: voeren ze de productie op om een zo groot mogelijk marktaandeel te behouden, of kiezen ze voor vrijwillige productieverlagingen om de olieprijs op peil te houden?

De ontwikkelen rondom de coronacrisis laten alvast zien dat grote oliebedrijven als BP, ExxonMobil en Shell niet alleen afhankelijk zijn van de wereldwijde olievraag, maar net zozeer van de politieke keuzes van de olieproducerende landen. Die landen hebben circa 90 procent van de productie in handen, de beursgenoteerde oliebedrijven slechts 10 procent.