De coronacrisis gooit sowieso roet in het eten, maar ook zonder anderhalvemetersamenleving wordt het steeds onwaarschijnlijker dat de Elfstedentocht kan doorgaan. Ook 'koude' winters worden namelijk steeds zachter, en het ontbreekt al jaren aan voldoende vorst.

Vanaf volgende week is de weersverwachting onverbiddelijk: maandag valt de dooi in. Nederland kreeg acht dagen vorst, die niet streng genoeg was voor een officiële koudegolf. Koudegolven worden dan ook steeds zeldzamer, schrijft het KNMI - als gevolg van de mondiale opwarming. Nederlandse winters zijn gemiddeld 2,4 graden warmer dan een eeuw geleden.

Daarmee neemt de kans op een Elfstedentocht steeds verder af. De jaarlijkse kans op een winter met voldoende kou, schat het KNMI nu nog op 8 procent. Maar onze winter warmt nu op in een tempo van 0,4 graden per tien jaar.

Zet die trend door dan is de kans over dertig jaar al geslonken tot 1 procent - dus één winter per eeuw met voldoende vorst om het ijs over de bijna 200 kilometer lang Elfstedentraject te laten aangroeien tot de vereiste 15 centimeter dikte. Dat laat andere pechfactoren zoals sneeuwval of zoals in deze winter de coronacrisis nog buiten beschouwing.

'Koude winters komen in groepjes' (die óók steeds zachter worden)

Koude winters komen in groepjes, luidt een oude schaatserswijsheid. En als we kijken naar de statistieken van Nederlandse winters, klopt dat wel een beetje: 1985-1987, 1996-1997, 2010-2013.

Maar ook daar is klimaatverandering zichtbaar: de groepjes 'koude' winters worden elk decennium minder koud. Naast de gemiddelde temperatuur, hanteert het KNMI het Hellmanngetal, een maat voor de hoeveelheid vorst in een winter.

Hoe wordt het Hellmanngetal berekend?

  • Het Hellmangetal of koudegetal is een maat voor de kou tussen 1 november tot en met 31 maart van het genoemde jaar.
  • Het wordt bepaald door de gemiddelde etmaaltemperaturen beneden het vriespunt op te tellen, en vervolgens het minteken weg te laten.
  • Hoe hoger het Hellmangetal, hoe kouder de winter.

1997 was de laatste officieel koude winter

Op basis van dit koudecijfer was 1997 de laatste officieel koude winter, en die van 1985 de laatste 'zeer koude'. Voor een officieel 'strenge winter' moeten we nog verder terug: 1963 - een winter met veertien keer zo veel vorst als de huidige (tot nog toe).

Tussen 2010 en 2013 werden er weer enkele toertochten verreden, maar op basis van het koudegetal waren dat gewoon 'normale' winters.

En de huidige winter? Zelfs met een week strenge vorst, classificeert dit officieel als 'zacht': een Hellmanngetal onder de 40. Dat is nog steeds een heel stuk kouder dan vorig jaar, toen het koudegetal bleef steken op 0,1 - de een-na-zachtste winter ooit gemeten.