Wereldleiders doen maandag in Nederland mee aan een speciale klimaattop die niet gaat over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, maar over aanpassingen aan de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie). Waarom eigenlijk in Nederland, en zit er geen keerzijde aan om zo naar het onderwerp te kijken?

De Climate Adaptation Summit vindt plaats op initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en wordt aangeprezen als 's werelds eerste adaptatietop.

Het is niet geheel toevallig dat die top in Nederland plaatsvindt. Als land dat groot werd met dijken en andere vormen van waterbeheer kun je klimaatadaptatie ook zien als een (economische) kans. Mede op initiatief van Nederland vestigde het Global Center on Adaptation zich drie jaar geleden in Groningen en Rotterdam.

Maar waar Nederland mondiaal voorop wil lopen met adaptatie, doen we dat nog niet met die andere poot van het internationale klimaatbeleid: 'mitigatie', de vakterm voor het terugdringen van de uitstoot.

In Europa lopen we nog achteraan met duurzame energie. Waar Brussel onlangs een ambitieuzer klimaatdoel stelde voor het jaar 2030, moet die discussie in Nederland nog opstarten. Ook is onze uitstoot per inwoner relatief hoog.

Concurreert de aanpak van de gevolgen met de aanpak van de bron?

Is het dan niet een beetje gek dat Nederland zo'n grote broek aantrekt met betrekking tot adaptatie? En dreigt de aandacht voor adaptatie geen schijnveiligheid te creëren, waardoor de aanpak van de bron op een lager pitje komt?

Die laatste vraag is helaas nog steeds relevant, zegt professor klimaatbeleid en IPCC-hoofdauteur Richard Klein van het Stockholm Environment Institute, een autoriteit op het gebied van klimaatadaptatie.

"Klimaatbeleid bestaat uit zowel mitigatie als adaptatie, en die kunnen niet zonder elkaar. In de beginjaren van het klimaatbeleid lag de nadruk sterk op mitigatie. Voorkomen is beter dan genezen, was het motto. Onderzoek doen naar adaptatie werd zelfs een tijd lang als ongewenst gezien."

"Praten over adaptatie leidt aandacht af van emissiereducties. Dat is precies waarom leidende pleitbezorgers voor klimaatbeleid zich er zo lang tegen hebben verzet", zegt klimaatprofessor David Keith van de Universiteit van Harvard tegen NU.nl.

Dat taboe is verdwenen, en in de klimaatwereld is men er volgens Klein inmiddels van doordrongen dat de aanpak van de bron en de gevolgen naast elkaar noodzakelijk zijn.

“Hoe sterker we de klimaatverandering afremmen, hoe effectiever en goedkoper adaptatie wordt.”
Richard Klein, Stockholm Environment Institute

Grenzen aan wat met klimaatadaptatie bereikt kan worden

Toch erkent Klein dat een groep economen mitigatie en adaptatie lange tijd als onderling uitwisselbaar heeft gezien.

"In het voorlaatste IPCC-rapport rekenen we af met deze mythe. Maar voor een deel was het kwaad al geschied, en het werk van deze economen werd opgepikt door een nieuwe generatie klimaatontkenners. Die spreken zich uit vóór adaptatie, omdat het voor hen een argument is tégen mitigatie, en dus een manier om door te gaan met business as usual", aldus Klein.

"Maar er zijn grenzen aan wat met klimaatadaptatie bereikt kan worden. Hoe sterker de klimaatverandering, hoe sneller de natuur en daarna ook de menselijke samenleving op deze grenzen stuiten. En omgekeerd geldt: hoe sterker we de klimaatverandering afremmen, hoe effectiever en goedkoper adaptatie wordt", zegt Klein.

"Aanpassingen aan klimaatverandering veranderen simpelweg niks aan het feit dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen uiteindelijk naar nul moet", besluit Keith.

Op de adaptatietop in Nederland staat vergroening van de financiële wereld op de agenda. Daarmee worden twee vliegen in een klap geslagen: investeringen met grote klimaatrisico's moeten kleiner worden, terwijl er meer geld beschikbaar komt voor de aanpak van klimaatverandering - zowel voor adaptatie als het dichtdraaien van de kraan.