Een deel van het vlees van wilde grazende konikpaarden in de Oostvaardersplassen blijkt te veel dioxine te bevatten en mag daarom niet gegeten worden, zo bracht Nieuwsuur onlangs aan het licht. Het roept, met het kerstdiner in de planning, de vervolgvraag op: hoeveel dioxine zit er in ander wildvlees?

Te hoge dioxinewaarden waren al bekend bij wilde grazende runderen in de uiterwaarden van de grote rivieren, maar daar is de bron tenminste helder: vervuild rivierslib, door lozingen uit de industrie.

De Oostvaardersplassen staan niet in contact met de Rijn of Maas en liggen ook niet pal onder een vuilverbrandingsinstallatie. Als een wilde grazer daar te veel dioxine binnenkrijgt, kan dat ook op veel andere plaatsen het geval zijn.

Wat is het dioxineprobleem?

Dioxines zijn een groep van ruim tweehonderd verschillende chloorverbindingen, waarvan sommige uiterst giftig zijn. Ook de giftige pcb's worden er soms toe gerekend.

De meeste zijn afkomstig uit kunststoffen. Zo komt bij de verbranding van huisvuil veel dioxine vrij, net als bij een autobrand. Dioxines zijn slecht afbreekbaar en kunnen dus ophopen in het milieu en in vetweefsel van dieren en mensen.

“De consumptie van wild is zo laag dat zelfs wat hogere gehaltes niet echt bijdragen aan de totale inname van dioxines en pcb's.”
Ron Hoogenboom, dioxine-onderzoeker

Het RIVM heeft een dioxinedossier op de website, met aandacht voor gezondheidsschade die optreedt als mensen te veel dioxine binnenkrijgen, bijvoorbeeld door (langdurige) consumptie van met dioxine vervuilde melk, vlees of eieren. Blootstelling kan tot onder meer slechter functioneren van het immuunsysteem en verminderde vruchtbaarheid leiden.

Dioxinegehaltes in Nederlands wild zijn onbekend

Het RIVM laat aan NU.nl weten dat dit dossier niet meer wordt bijgewerkt, omdat het geen onderzoeksopdracht meer heeft van de Rijksoverheid.

Onderzoek werd vooral in de jaren tachtig en negentig gedaan, en voor het laatst in 2014. Dat onderzoek richtte zich op dioxinegehaltes in moedermelk en vee. Dioxinecijfers bij wild zijn bij het RIVM niet bekend.

Dat blijkt ook het geval bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de instantie die een maximaal toelaatbare norm bewaakt. Maar alleen voor vlees uit de veehouderij - voor wild bestaat geen dioxinenorm, aldus een woordvoerder.

Dat heeft twee redenen, vertelt dioxineonderzoeker Ron Hoogenboom van Wageningen University & Research: "Dioxineanalyses zijn duur, dus er wordt vooral onderzoek gedaan naar gehaltes in dierlijke producten die veel geconsumeerd worden. Vlees van varkens, koeien, schapen en kippen en eieren, melk en vis."

"De consumptie van wild is zo laag dat zelfs wat hogere gehaltes niet echt bijdragen aan de totale inname van dioxines en pcb's."

Wilde grazers krijgen bij elke hap wat dioxine binnen

Toch is het wel aannemelijk dat juist wild in Nederland meer dioxines kan bevatten dan 'stalvlees'. Door ongefilterde vuilverbranding tot circa 1990 zit het op veel plaatsen in de grond, zegt Marco Zeilmaker, onderzoeker voedselveiligheid bij het RIVM.

Als je gras maait en naar de stal brengt, bevat dat voer weinig dioxine. Maar vrijlopende 'grondgrazers', zoals paarden en schapen, krijgen met elke hap gras ook wat aarde binnen, en dan kan de dioxine opbouwen in hun vetweefsels.

“Dieren die het hele jaar door buiten lopen, hebben potentieel meer dioxines in hun lijf. Reden dat de eieren van uitloopkippen soms meer dioxines bevatten dan stalkippen.”

Dieren die het hele jaar door buiten lopen, hebben potentieel dus meer dioxines in hun lijf. Reden dat de eieren van uitloopkippen (die ook graag in de grond pikken) soms meer dioxines bevatten dan stalkippen, zegt emeritus hoogleraar toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht.

En wat voor uitloopkippen geldt, zal ook wel gelden voor fazanten - zo neem je althans aan, want ook Van den Berg zijn geen metingen bij wild bekend.

Hij heeft nog wel een relativerende opmerking: "De paarden uit de Oostvaardersplassen zaten één tot drie keer boven de norm, maar die norm hanteert een veiligheidsmarge van een factor honderd. Ik zou pas gezondheidsproblemen verwachten bij levenslange dagelijkse consumptie." Hoogenboom is voorzichtiger: "Normen voor producten zijn niet direct gerelateerd aan wat veilig is voor de mens, maar wat haalbaar is."

De grootste bron van het probleem is aangepakt

Ook Zeilmaker relativeert. Hoewel dioxines slecht afbreken en dus kunnen opstapelen in het milieu, bleek uit eerder moedermelkonderzoek dat het in Nederland de goede kant opging: "We zagen elke vijf jaar een halvering van de dioxinegehaltes."

Dat komt door strengere regels voor vuilverbranders. Soms slagen we erin een milieuprobleem daadwerkelijk te verkleinen, om met een kerstgedachte te eindigen.

Wild op het menu? Dan deed je er vroeger goed aan op nog iets anders te letten: lood. Klein wild, zoals fazanten, eenden en hazen, wordt met hagel afgeschoten - kleine kogeltjes, die in het vlees kunnen achterblijven. En lood is behoorlijk giftig. Reden dat loden hagelmunitie (sinds een verbod in 2002) in Nederland ook niet meer wordt gebruikt, laat de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging aan NU.nl weten.