Leuk of niet: anno 2020 kan niemand meer om klimaatverandering heen. De dreiging van een verwoeste planeet werpt voor velen een schaduw over de toekomst. Hoe zit dat in de klas? Wat leren kinderen op de basisschool over smeltende ijskappen en een stijgende zeespiegel?

Het Parijsakkoord, bosbranden, extreme regen en berekeningen over CO2-uitstoot: wie het nieuws een beetje volgt, zou denken dat klimaatverandering is doorgesijpeld in alle hoeken en gaten van de samenleving. Een van de plekken waar nieuwe generaties worden klaargestoomd voor deze onzekere toekomst, is het klaslokaal. Toch komt het woord klimaatverandering (nog) niet voor in de leerdoelen voor de basisschool.

"Leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu en moeten weer en klimaat kunnen beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind," somt een woordvoerder van Stichting Leerplan Ontwikkeling de huidige leerdoelen op.

"Ze leren over de maatregelen die in Nederland worden en werden genomen om te kunnen wonen in gebieden die door water worden bedreigd. En ze leren over de spreiding van bevolkingsconcentraties, godsdiensten, klimaten, energiebronnen en natuurlandschappen over de wereld."

Leerdoelen sluiten niet meer aan op realiteit

Deze doelen sluiten niet meer goed aan op de realiteit: in 2013 pleitte de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid al voor een algehele onderwijsherziening. De Onderwijsraad noemde het curriculum in 2014 een lappendeken zonder samenhang en ook de onderwijsinspectie benadrukte in 2019 de noodzaak van meer focus in het vakkenpakket. Sinds een paar jaar zijn leraren, schoolleiders en onderwijsexperts dan ook druk bezig met aanpassingen.

"Duurzaamheid, gezondheid, technologie en burgerschap zijn belangrijke pijlers van de huidige onderwijshervorming," zegt Arjen Wals, hoogleraar Transformatief Leren voor sociaal-ecologische duurzaamheid aan de Wageningen Universiteit. "Verder krijgen scholen meer vrije ruimte om hun curriculum aan te passen aan actuele thema's die spelen in de samenleving en in leefwereld van kinderen. Daarin kunnen ze bijvoorbeeld aandacht besteden aan klimaatstress en -angst, of kijken naar feiten en fictie over klimaat en klimaatverandering."

“Op de basisschool hebben kinderen nog een positieve insteek en willen ze iets veranderen. Daar spelen wij met onze lesprogramma's op in.”
Patrick van der Hofstad, directeur van Stichting Technotrend

Grote verschillen in wat er wordt onderwezen

Scholen mogen ook nu al grotendeels zelf bepalen hoe ze de wettelijk vastgestelde leerdoelen invullen. Dat kan door lesstof aan te bieden per vak (bij bijvoorbeeld aardrijkskunde of biologie), of als thema waarin meerdere vakken samenkomen.

In praktijk zijn er daardoor grote verschillen in wat er wordt onderwezen en hoe, signaleert Patrick van der Hofstad, directeur van Stichting Technotrend. De stichting biedt onderwijsprogramma's en -projecten over duurzame ontwikkeling en circulariteit aan op basis- en middelbare scholen. Op de basisschool zetten leerlingen tijdens zo'n project bijvoorbeeld een campagne op om de school energiezuiniger te maken, of om zwerfafval in de buurt terug te dringen.

"Veel scholen doen wel iets met klimaatverandering, maar hebben er vaak niet voldoende tijd en middelen voor. Het hangt vooral af van de docenten. Als zij affiniteit met het onderwerp hebben, verwerken ze het in hun lessen. Aangezien veel scholen klimaatverandering projectmatig benaderen, krijgen sommige leerlingen er veel van mee en anderen weinig. Er is geen structurele basis."

"Er is wel eens onderzocht hoeveel tijd scholen per week aan natuur- en milieueducatie besteden," zegt Wals. "Dat varieerde sterk, al kwam het gemiddelde niet boven één uur per week uit. Sommige scholen lieten het bij Schooltv."

Pedagogisch klimaat bepaalt wat kinderen leren over klimaat

Wat en hoe kinderen leren over klimaat, hangt dus grotendeels af van het onderwijsprogramma op de basisschool. Dat bepaalt volgens Wals ook of er aandacht is voor de emoties en verschillende perspectieven die over het onderwerp leven, zoals klimaatontkenning.

Van der Hofstad besteedt daar in zijn lesprogramma's geen aandacht aan. "Het klimaatpanel van de VN schat dat 99 procent van de wetenschappers het erover eens is dat klimaatverandering door de mens is veroorzaakt. De 1 procent die het daar niet mee eens is, wordt gesponsord door de fossiele industrie."

Dat klimaatverandering bestaat en gaande is, is ook de realiteit in de klas, merkt hij. "Op de basisschool hebben kinderen nog een positieve insteek en willen ze iets veranderen. Daar spelen wij met onze lesprogramma's op in. Op de middelbare school zien we vaker dat leerlingen somber raken en het vertrouwen in de toekomst verliezen. De afweging waar wij steeds voor komen te staan, is hoe hard we de realiteit presenteren."