Is een duurzame samenleving mogelijk? Proeftuinen geven misschien antwoord: kleine gemeenschappen die proberen volledig zelfvoorzienend te zijn. Zo bestaat er een hele rits eilanden die een flink stuk voorlopen op het Europese vasteland. Met stip gestegen: Astipalaia.

Een van de grote uitdagingen in de strijd tegen klimaatverandering is de verduurzaming van mobiliteit. Hoe lang zou dat duren - tien jaar, twintig, dertig? Als we het eerst eens op kleine schaal heel groot aanpakken, dachten de Griekse overheid en autofabrikant Volkswagen, dan moet het wel in twee jaar lukken. Zo wordt ook Astipalaia als duurzaam eiland op de kaart gezet.

Astipalaia ligt in de Egeïsche Zee en heeft dertienhonderd inwoners, en zo'n vijftienhonderd voertuigen met verbrandingsmotor. Die zijn ook bedoeld om 's zomers in totaal 72.000 toeristen te vervoeren.

“Weer of geen weer, het Schotse eiland Eigg draait het hele jaar door 24 uur per dag op de zelfopgewekte duurzame energie.”

Binnen twee jaar 100 procent duurzaam

Niet alleen het vervoerssysteem op het eiland is vervuilend, ook de elektriciteit. Die wordt voor meer dan 90 procent opgewekt uit dieselgeneratoren.

Over twee jaar moet het eiland een volledige metamorfose hebben ondergaan. Alle stroom wordt dan opgewekt met behulp van windmolens en zonnepanelen - die niet alleen de dieselgeneratoren vervangen, maar ook een netwerk van 230 laadstations van elektriciteit zullen voorzien.

Die zijn bedoeld voor een vloot van duizend elektrische voertuigen, van busjes en auto's tot e-bikes - inclusief politieauto's en ambulances. Alle verbrandingsvoertuigen gaan vervolgens op de veerboot - want Astipalaia wordt in één klap 100 procent duurzaam. Volkswagen levert de voertuigen en laadstations.

Zelfvoorzienend met windmolens en waterkracht

Astipalaia treedt in de voetsporen van andere groene eilanden. Zo besloten de inwoners van het eiland Eigg voor de Schotse westkust al in 2008 volledig duurzaam te willen worden. Ze bouwden vier windmolens en een waterkrachtcentrale, en vulden dat later aan met zonnepanelen en batterijen. Weer of geen weer, het Schotse eiland draait het hele jaar door 24 uur per dag op de zelfopgewekte duurzame energie.

Het veel grotere Orkney ten noorden van Schotland produceert zelfs meer groene stroom dan het nodig heeft, en levert dit via een onderzeese kabel aan het Schotse vasteland - dezelfde kabel waar het tot enkele jaren geleden zelf van afhankelijk was voor de import van kolenstroom.

Ook El Hierro, de meest verafgelegen van de Canarische Eilanden, is een koploper. Daar is een systeem bedacht om met een vijftal windmolens water in een oude vulkaankrater te pompen, en daar een waterkrachtcentrale op te plaatsen. Zo is het aanbod van groene stroom er constant - waarmee het grootste deel van de stroombehoefte wordt gedekt.

De twee groenste eilanden van Europa liggen dichter bij huis - het Deense Bornholm en Samsø, de nummers 1 en 2 in een recente EU-verkiezing voor duurzame projecten. Beide hebben 100 procent groene stroom uit zon en wind (Samsø al sinds 2007) - en proberen ook de huizen fossielvrij te verwarmen. Het initiatief kwam van de eilanders zelf. Windparken zijn van de gemeenschap, die zo de financiële baten verdelen.

Bewoners Vlieland proberen eigen wijk gasvrij te maken

En hoe zit het met onze eigen eilanden? Vlieland is de duurzaamste, bleek dinsdag uit de Monitor Duurzame Gemeenten. Wat op Astipalaia revolutionair is, is daar al jaren heel gewoon: er rijden sowieso vrijwel geen auto's. Nadat een energiebedrijf zich terugtrok zijn inwoners op Vlieland zelf begonnen om hun wijk gasvrij te maken. Daarbij gebruiken ze naast zonne-energie een ondergronds reservoir om zomerwarmte op te slaan, en 's winters te benutten.

Zo'n project zou op heel veel plekken in Nederland kunnen worden toegepast, zegt Antoine Maartens van Urgenda tegen NU.nl. Maartens is bij meerdere duurzame waddenprojecten betrokken, en ziet Vlieland momenteel op kop gaan.

Verhuizen naar een eiland maakt niet automatisch duurzaam

Wonen op een eiland is overigens geen garantie voor een kleine klimaatvoetafdruk. Inwoners van afgelegen eilanden die niet zelfvoorzienend zijn, kunnen een relatief hoge uitstoot hebben. De meest vervuilende eilandstaat is Palau, waar inwoners jaarlijks gemiddeld 58 ton CO2 uitstoten. Op plek twee: Curacao - waar een gemiddelde inwoner een bijna zes keer zo hoge uitstoot heeft als op het vasteland van het Nederlandse koninkrijk.

Dat heeft alles te maken met de olieraffinaderij op het eiland - op het naastgelegen Aruba is de uitstoot per inwoner gelijk aan die in Nederland.