Het aandeel duurzame energie in de wereld groeit exponentieel. Zo verdubbelt de elektriciteitsopwekking uit wind en zon elke vijf jaar. In 2023 halen deze samen aardgas in, en een jaar later ook steenkool, blijkt uit een nieuw rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA).

Volgens het rapport heeft de coronacrisis veel invloed op de mondiale energiemarkt. Zo is door een combinatie van overproductie en een afnemende vraag de olie- en gasprijs sterk gedaald - met kelderende aandeelwaarden van grote oliebedrijven.

De duurzame energiesector groeide juist. Terwijl de totale mondiale energieconsumptie daalde met 5 procent, steeg de productie uit duurzame energie met 7 procent. Dat is een sterkere groei dan het IEA afgelopen voorjaar, aan het begin van de coronacrisis had verwacht.

Duurzame groei haalt conservatieve projecties in

De werkelijke groei van duurzame energie loopt al enkele jaren op de projecties vooruit. IEA-rapporten bevatten doorgaans verschillende scenario's - waarbij de ontwikkeling van duurzame energie in praktijk vaak rond of boven het snelste scenario plaatsvindt.

“In de meeste landen op aarde is elektriciteit uit zon nu al goedkoper dan uit aardgas en steenkool.”

Ook het nieuwe rapport bevat een scenario met sterkere versnelling. Daarin halen stroomproductie uit wind en zon samen aardgas en steenkool nog een jaar eerder in, respectievelijk in 2022 en 2023. Die snelheid hangt er onder andere vanaf in welke mate overheden met de economische herstelpakketten volgend jaar extra inzetten op duurzame energie en besparingsmaatregelen.

Naar verwachting zal volgend jaar wereldwijd meer dan 10 biljoen euro staatssteun in de economie worden gepompt. Met de helft van dat bedrag kan de wereld op koers komen voor de doelen van het Parijsverdrag. Op lange termijn kan dat een veel grotere economische schadepost van klimaatverandering voorkomen.

Zonne-energie wordt uiteindelijk goedkoopste energiebron

Aan de basis van de energietransitie staan maatregelen van landen in de strijd tegen klimaatverandering. Die hebben in afgelopen vijf jaar geleid tot een 70 procent prijsdaling van technologie voor zon en wind, en soortgelijke prijsdalingen voor opslagtechnologie en elektrisch wegvervoer.

In de meeste landen op aarde is elektriciteit uit zon nu al goedkoper dan elektriciteit uit aardgas en steenkool. Het IEA verwacht dat dat prijsverschil alleen nog maar verder toe zal nemen, en dat zonne-energie uiteindelijk de 'goedkoopste energiebron in de geschiedenis' wordt - zo schreef het agentschap vorige maand in een ander leidend rapport, de World Energy Outlook 2020.

Investeringskapitaal nodig om te profiteren van duurzaam rendement

Reden waarom sommige (arme) landen ondanks het lagere financiële rendement toch nog kiezen voor nieuwbouw van klimaatvervuilende kolencentrales, is dat ze niet genoeg krediet hebben om de investeringskosten van duurzame energie te betalen. Momenteel kan de bouw van een 'standaard kolencentrale' nog goedkoper zijn dan een windpark van gelijke capaciteit. Terwijl de netto kosten na oplevering hoger zijn als je ook meeweegt dat je vervolgens dertig jaar lang elke dag steenkool moet importeren.

In het Parijsakkoord hebben rijke landen daarom toegezegd jaarlijks 100 miljard dollar in een VN-klimaatfonds te steken. De helft van dat bedrag is bedoeld om arme landen te helpen met de investeringskosten van duurzame energie en andere uitstootverlagende maatregelen. Experts noemen dat bedrag ontoereikend, en in praktijk komen landen slechts een deel van deze klimaatsteun na.