De productie van elektriciteit uit zon en wind groeit snel. Over tien jaar levert de opwekking van zonne- en windenergie 70 procent van onze stroombehoefte. Maar kunnen vraag en aanbod goed op elkaar worden aangesloten? Energie-expert Jules Kortenhorst is optimistisch: tot 2030 hebben we meerdere opties, daarna is grootschalige opslag nodig.

De snelle groei van zonne-energie en windenergie heeft een dubbele oorzaak: de methodes helpen in de strijd tegen klimaatverandering en worden economisch steeds gunstiger. Dan blijft er een nadeel over: de zon schijnt niet altijd en het is ook weleens windstil.

Daarom verschijnen er op tekentafels plannen voor het opslaan van elektriciteit in gas. Dat kan bijvoorbeeld met waterstof. Dat wordt dan geproduceerd als het 's nachts veel waait en weer omgezet in elektriciteit als de vraag naar stroom groter is dan het aanbod.

Onder andere energiebedrijf Vattenfall overweegt oude kolen- en gascentrales om te bouwen tot waterstof- of ammoniakcentrales.

Waterstofcentrales over tien jaar nodig, 'niet aan markt overlaten'

Kortenhorst zegt tegen NU.nl dergelijke plannen toe te juichen, maar ook te verwachten dat we de komende tien jaar nog andere oplossingen achter de hand hebben. "Naar alle waarschijnlijkheid hebben we zeker tot een niveau van 70 procent wind en zon voldoende aan bijvoorbeeld uitbreiding van het hoogspanningsnet over Noordwest-Europa, batterij-opslag en beter inspelen van de stroomvraag."

Kortenhorst was van 2006 tot 2008 Kamerlid voor het CDA, werd aansluitend directeur van de European Climate Foundation en leidt sinds 2013 het Rocky Mountain Institute, een organisatie die zich bezighoudt met de energietransitie.

Na 2030 zal het aanbod van zon en wind in Nederland doorgroeien naar meer dan 85 procent van onze vraag naar stroom. "Dan hebben we zeker power-to-gas nodig. Dus het produceren van waterstof met groene stroom. Meerdere bedrijven zijn daar al mee bezig", zegt Kortenhorst.

"Maar de overheid moet daar wel steunen. Den Haag heeft nog weleens de neiging te denken dat de markt het zelf wel regelt."

De omgekeerde oplossing: digitalisering van de stroomvraag

Veel oplossingen zijn gericht op de beïnvloeding van het aanbod aan elektriciteit. Maar er zijn volgens Kortenhorst ook belangrijke ontwikkelingen gaande die de vraag naar elektriciteit flexibeler kunnen maken. "En interessant genoeg loopt de VS daarin voorop."

"Het tijdelijk afstemmen van de vraag op het aanbod van elektriciteit lijkt achterstevoren, maar is in een groot aantal toepassingen een belangrijke oplossing. Daarvoor moeten we ons elektriciteitsnetwerk 'slim' maken, zodat de vraag digitaal bijgesteld kan worden."

Het gaat daarbij niet alleen om de industriële consumptie van elektriciteit, maar volgens Kortenhorst ook om die van huishoudens. "Denk aan een elektrische smartboiler of de oplader voor een elektrische auto. Die kunnen het stroomverbruik deels aanpassen aan een gunstig moment."

Daar zit volgens Kortenhorst ook een belangrijke waarde van elektrische auto's. Ze worden soms genoemd als een soort reservebatterij voor het stroomnetwerk. Ingeplugde auto's leveren dan elektriciteit terug als de vraag hoog is. "Maar de timing van het laden is naar mijn inschatting nog belangrijker. Pas op de lange termijn moeten we denken aan batterijen die ook terugvoeden aan het net."

Ideale laadmomenten zijn volgens Kortenhorst midden op de dag, wanneer zonne-energie een piek geeft, en midden in de nacht, wanneer de vraag naar stroom klein is. Het begin van de avond is volgens Kortenhorst het ongunstigste moment.

'Kernenergie is naïef: te duur en inflexibel'

De oud-politicus vindt dat Nederland er goed in slaagt een maatschappelijke dialoog te voeren over de energietransitie. "Daarmee lijkt ook steeds meer draagvlak in het bedrijfsleven te ontstaan en dat is cruciaal. Tegelijk heeft dit in het verleden wel tot vertraging geleid", aldus de energie-expert.

"Nu wordt het belangrijk om duidelijkheid te geven. Bijvoorbeeld over een versnelde sluiting van de kolencentrales. Dat is een essentiële stap om onder de 1,5 graden opwarming te blijven en belangrijk voor de internationale geloofwaardigheid op klimaat."

Flirten met kernenergie komt die geloofwaardigheid niet ten goede, stelt Kortenhorst, die daarbij van "ideologische naïviteit" spreekt. "Zon, wind en batterijen schalen op, zijn flexibel en worden steeds goedkoper. Kernenergie wordt juist alleen maar duurder en biedt geen enkele flexibiliteit."