De provincie Groningen hakte afgelopen week de knoop door: op alle stoptreintrajecten gaan waterstoftreinen rijden. Er wordt begonnen met vier stuks en per 2035 moeten alle dieseltreinen vervangen zijn. Maar is het wel zo'n goede investering?

Dat we uiteindelijk met diesel willen stoppen is helder. Nederland wil in de komende tien jaar, net als de Europese Unie als geheel, de CO2-uitstoot ongeveer halveren. Dat betekent dat het gebruik van fossiele brandstoffen flink moet worden teruggedraaid.

Dieselverbranding is daarnaast een bron van fijnstof en zware metalen. Dus als je buiten adem staat na te hijgen na een mislukte eindsprint over het perron van Loppersum, heb je ook om die reden liever dat er een waterstoftrein voor je neus optrekt, dan een dieseltrein.

Maar bestond er niet een derde optie? Sinds jaar en dag zijn de meeste treinen in Nederland elektrisch. Die hebben dankzij de bovenleiding een nog aanzienlijk hoger rendement dan elektrische auto's. Ze kunnen bovendien, zoals de NS doet middels windparken op de Noordzee, op groene stroom rijden.

Voor Groningen is de situatie iets lastiger, vertelt mobiliteitsonderzoeker Auke Hoekstra aan NU.nl: er is op het grootste deel van de trajecten namelijk geen bovenleiding aanwezig. Dus sta je eigenlijk voor een andere keuze: veel geld investeren in bovenleiding, of een kleiner bedrag in waterstoftreinen - die geen aanpassingen aan het spoor vragen.

Er bestaat een goedkoper alternatief: gedeeltelijke bovenleiding

Maar het rendement is een stuk lager, voegt Hoekstra toe, en dat geeft op termijn weer kosten: "Direct rijden op elektriciteit is normaal veel beter. Dan hou je twee tot drie keer zoveel energie over en het is ook goedkoper. Maar als je lijntjes hebt waarop eigenlijk niet genoeg gereden wordt om de prijs van een bovenleiding te kunnen laten renderen heb je een compromisoptie: een gedeeltelijke bovenleiding."

"Daar kunnen dan elektrische treinen rijden met een batterij, die de tussenstukken kan overbruggen en daarna tijdens het rijden weer oplaadt. Dat bespaart 80 tot 90 procent van de kosten."

Waarom kiest Groningen dan toch voor waterstof? Daar speelt mee dat waterstof momenteel niet uit groene stroom gemaakt wordt, maar door chemische omzetting uit aardgas - waar in Groningen nog een industrie voor bestaat.

'Groene waterstof' heeft toekomst, voor opslag windstroom

In de toekomst moet dat anders. Dan kan waterstof gemaakt worden met behulp van elektriciteit van enkele grote windparken die op de Noordzee worden gebouwd, die windstroom naar Eemshaven en Delfzijl brengen. Dat wordt dan 'groene waterstof' genoemd, zegt Hoekstra - en Groningen kan daar een toekomst mee hebben.

Maar de vraag is dan of je die waterstof moet gebruiken voor transport, of als opslagmedium, om pieken en dalen in vraag en aanbod naar elektriciteit te vereffenen. Voor die laatste toepassing zullen we over een jaar of tien mogelijk alle kleine beetjes nodig hebben.