Vorige week haalde Unilever het nieuws: vanaf 2030 wil de producent van merken als Omo, Glorix en Robijn geen fossiele brandstoffen meer verwerken in wasmiddelen en andere schoonmaakproducten. Is dat een serieuze stap op weg naar een duurzame economie?

Voor consumenten is dat een lastige vraag. Veel mensen geven om de natuur of zijn bezorgd om klimaatverandering en oprakende grondstoffen. En misschien zijn ze ook wel bereid daar in hun koopgedrag rekening mee te houden.

Maar hoe weet je als milieubewuste consument nou waar je op af moet gaan? Dat producenten hun eigen producten aanprijzen is weinig verrassend. Daarnaast kan een verantwoord imago voor bedrijven heel lucratief zijn.

Een miljard euro is meer dan wat snelle marketing

Als het alleen gaat om een paar maatregelen voor de schone schijn, wordt de term 'greenwashing' gebruikt. Vrij vertaald betekent dat een lik groene verf aan je product of voorgevel om het een duurzaam imago te geven, zonder dat er achter de schermen iets substantieel verandert.

Hoe zit het dan met de fossielvrije wasmiddelen? Het belangrijkste ingrediënt voor eventuele greenwashing is aanwezig: het klinkt mooi. Of beter gezegd: aardolie in schoonmaakmiddelen klinkt niet goed, dus daarmee stoppen is een verbetering.

Het gemoeide bedrag laat echter zien dat het meer is dan een snelle marketingstunt. Het levensmiddelenconcern trekt maar liefst een miljard euro uit voor de omslag, een serieuze investering dus.

De meeste fossiele brandstoffen worden verbrand in auto's, vrachtwagens en kolencentrales. (Foto: Pro Shots)

Het klimaatprobleem gaat meer om energie dan om grondstoffen

Maar als je het wat dieper wilt beoordelen, wil je natuurlijk ook weten wat eigenlijk het probleem is dat wordt aangepakt. Unilever noemt zelf klimaatverandering als een van de redenen.

Het klopt dat fossiele brandstoffen via de uitstoot van CO2 de belangrijkste oorzaak van klimaatverandering zijn, maar het merendeel van die brandstoffen belandt niet in jouw shampoo of wasverzachter. Het leeuwendeel wordt rechtstreeks verbrand in auto's, kolencentrales enzovoort. Het klimaatprobleem vergt eerder een beleid voor brandstoffen dan een voor grondstoffen.

Maar ook deze kijk ('hoe belangrijk is de actie') is niet de juiste manier om de stap van Unilever te beoordelen, legt Cynthia Cummis uit in gesprek met NU.nl. Ze is hoofd van de afdeling privaat klimaatbeleid van het World Resources Institute (WRI) en bestuurslid van Science Based Targets, een soort keurmerk voor het klimaatbeleid van grote bedrijven.

Streven naar CO2-neutrale bedrijfsvoering

Het gaat niet zozeer om hoe waardevol één individuele actie van een bedrijf is, maar om het grotere beleid waar die actie een onderdeel van uitmaakt, aldus Cummis. "Een teken van echte klimaatactie is wanneer een bedrijf een klimaatambitie uitspreekt die overeenkomt met de klimaatwetenschap, en het die ambitie ook in praktijk brengt met een CO2-afbouwstrategie."

"Een oliebedrijf kan bijvoorbeeld zeggen dat het het klimaatakkoord van Parijs steunt. Maar als het daaraan niet daadwerkelijk plannen verbindt om z'n meest vervuilende raffinaderijen uit te faseren en het gewoon doorgaat met het uitbreiden van oliereserves, dan komt de praktijk niet overeen met de woorden."

Dat is volgens Cummis ook het geval wanneer bedrijven hun groene beleid outsourcen, bijvoorbeeld door niet zelf de CO2-uitstoot af te bouwen maar de gemaakte CO2-uitstoot elders te compenseren.

"Bedrijven zouden met hun klimaatbeleid vooral moeten streven naar een CO2-neutrale bedrijfsvoering, en daar doelen aan verbinden die op één lijn staan met de wetenschap."

978 bedrijven hebben 'op wetenschap gebaseerde klimaatdoelen'

Science Based Targets rekent de klimaatplannen van grote bedrijven door. Het initiatief heeft inmiddels een lijst van 978 internationale bedrijven die werken aan klimaatstrategie voor de lange termijn, die in overeenstemming is met het Parijsakkoord. Het maakt daarbij zelfs onderscheid tussen bedrijven die streven naar beperking van de opwarming tot 2 graden, 'ruim onder 2 graden' of 1,5 graad.

Hoe zit het dan met die grotere lijn bij Unilever? Het bedrijf wil in 2039 volledig CO2-neutraal zijn. Dat is een stuk ambitieuzer dan de meeste westerse landen, waaronder Nederland. Het levensmiddelenconcern staat dan ook opgenomen in de bedrijvenlijst van Science Based Targets, met de classificatie '1,5 graad'. Conclusie: de fossielvrije wasmiddelen zijn een (kleine) stap in een groter geheel.