Van de Amazone tot de Russische taigawouden: door klimaatverandering worden bossen over de hele wereld vatbaarder voor uitdroging en bosbranden. Die branden zullen steeds vaker ook de genadeklap zijn, waarna het bos definitief plaatsmaakt voor grasland of steppe.

Dit blijkt uit een nieuwe studie onder leiding van de Universiteit van Colorado, die onlangs werd gepubliceerd in vakblad Global Ecology and Biogeography. De onderzoekers keken specifiek naar de bossen in de Amerikaanse Rocky Mountains, onder meer in de staten Colorado en Californië, die in de laatste jaren in toenemende mate door bosbranden worden geplaagd.

Of die verbrande bossen kunnen herstellen, hangt volgens de onderzoekers sterk af van de mate waarin het klimaat verandert.

In een scenario waarin de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd scherp wordt teruggedrongen en de mondiale opwarming onder de 1,5 graden blijft, zal in Californië rond het jaar 2050 nog 18 procent van de bossen teruggroeien na een bosbrand.

Als de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in de komende decennia blijft stijgen, zal dit halverwege de eeuw nog slechts 5 procent zijn. De overige 95 procent van verbrande Amerikaanse bergbossen zal dan definitief verdwijnen en plaatsmaken voor een vegetatie van gras, struiken of zelfs woestijn.

Momenteel woeden er opnieuw bosbranden in Californië, die worden aangevuurd door extreme nazomerhitte.

Klimaatverandering wakkert bosbranden aan

Vorig jaar waren er wereldwijd uitzonderlijk veel bosbranden. In Australië kwamen daarbij volgens schattingen van ecologen miljarden wilde dieren om. Opvallend is dat in 2019 en 2020 ook grootschalige natuurbranden voorkwamen binnen de noordpoolcirkel. Bij die Arctische branden kwam afgelopen zomer een recordhoeveelheid CO2 vrij.

Zowel in Siberië als in Australië leggen wetenschappers een link met de wereldwijde klimaatverandering. Dat verband loopt niet zozeer via veranderende neerslag, maar via een toename van verdamping, als direct gevolg van hogere temperaturen. In een periode zonder regen drogen planten en bodems hierdoor sneller uit en kunnen bosbranden zich sneller verspreiden.