De aanhoudende droogte heeft de natuur forse klappen toegebracht, vertellen hydrologen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten donderdag in gesprek met NU.nl. Gevreesd wordt dat veel zeldzame soorten amfibieën en vlinders zijn verdwenen, terwijl ook veel meer bomen zijn gestorven en heide afstierf. "Steeds vaker tref je berken zonder blad aan."

Hydroloog Corine Geujen van Natuurmonumenten legt uit dat één droge zomer al voldoende is om de cyclus van vlinders, libellen en amfibieën te ontregelen. Na drie droge jaren worden echter ernstige gevolgen waargenomen.

Zo zouden enkele zeldzame vlinders compleet zijn verdwenen. Geujen noemt het veenhooibeestje, heideblauwtje, gentiaanvlinder en bruine vuurvlinder als voorbeelden.

Ecoloog Roy van Grunsven van de Vlinderstichting voegt daar nog enkele soorten aan toe, waaronder de (kleine) heivlinder. In één jaar tijd zouden slechts elf exemplaren zijn gesignaleerd, hij weet niet zeker of die vlinder volgend jaar überhaupt nog in Nederland voorkomt.

Vlinders en rupsen komen om door gebrek aan voedsel

Vlinders zouden veelal de hongerdood sterven. "De droogte is funest voor hun leefgebied. Er zijn veel minder nectarplanten", aldus Van Grunsven. Hij benadrukt dat veel rupsen het niet eens meer tot vlinders schoppen door de droogte. "Ook planten waarvan zij moeten eten, zijn in rap tempo verdwenen."

Niet alleen vlinders lijken te verdwijnen, melden Geujen en vakgenoot Rob van Dongen van Staatsbosbeheer. Ook bos- en boomkikkers, libellen, de knoflookpad en kraam- en weidevogels hebben het moeilijk. De vogels broeden nog wel voldoende jongen, maar velen sterven na de geboorte door een gebrek aan eten.

Alle soorten hebben behoefte aan vochtige terreinen. Ondergrondse waterniveaus lopen echter al jaren terug, en het kleine beetje regen dat wél valt is bij lange na niet genoeg voor de natuur om zich te herstellen, concludeert Van Dongen.

In het verleden werd met name schade waargenomen in natuurgebieden van Overijssel, Drenthe, Gelderland en delen van Noord-Brabant en Limburg. De gevolgen worden nu echter landelijk steeds zichtbaarder. Vooral beekdalen of gebieden met hoog- of trilveen lijden flinke schade.

De boomkikker. (Foto: René Vencken)

'Zijn Nederlanders zich bewust van de schade die hun natuur oploopt?'

Van Dongen maakt zich zorgen over de ontwikkelingen en vraagt zich af hoeveel Nederlanders op de hoogte zijn van de staat van de Nederlandse natuur. "Dit jaar heeft het alleen in de eerste twee maanden geregend, maar vanaf maart viel er vrijwel geen druppel meer. Dat merk je niet op de oppervlakte: weilanden zien er nog altijd groen uit, maar schijn bedriegt."

Geujen wil de geleden schade nog niet onomkeerbaar noemen. Ze is echter wel van mening dat Nederland in rap tempo structureel beter moet omgaan met water. Het begeerde regenwater vasthouden is volgens haar erg moeilijk, maar mogelijk. "Er moet wel structureel anders gehandeld worden. Vennen en beekdalen moeten in de winter gebruikt worden om water op te slaan, zodat het in de zomer beschikbaar is voor de natuur, in drogere tijden."

Ook klinkt de hydroloog kritisch over de hoeveelheden grondwaterpompen in Nederland. "Er is geen goed beeld van hoeveel er in Nederland zijn, maar het is wel duidelijk dat zij het laatste beetje water uit de grond halen."