Als het gaat over klimaatverandering en hoe we de opwarming van de aarde binnen de perken kunnen houden, dan hebben we het al gauw over de energietransitie. We moeten overstappen op wind, zon, waterstof; als de uitstoot van broeikasgassen maar omlaag gaat. Toch is dat maar een deel van de oplossing. Ons bodemgebruik is zeker zo belangrijk.

"Met 'minder, minder' komen we er niet", zegt Fransjan de Waard. Hij is bodemexpert en medemaker van de film Bodemboeren. "De aanpak van het klimaatprobleem is niet alleen een kwestie van minder broeikasgassen uitstoten. We kunnen en moeten ook actief CO2 aan de lucht onttrekken."

De discussie daarover wordt al gauw hoogtechnologisch, geeft De Waard toe. Maar in die hoek moeten we het volgens hem niet zoeken. "Niemand kan je op dit moment vertellen hoe en met welk geld we CO2 met technologie kunnen afvangen en opslaan. Maar met andere manieren van bodemgebruik kom je een heel eind."

'Grootste kansen liggen bij de veehouders'

De Waard ziet vele mogelijkheden om beter met onze bodem om te gaan. Maar hij wil realistisch blijven: "Binnen het huidige systeem liggen de grootste kansen bij de veehouders. Grazende kuddes in kruidenrijk grasland leveren misschien niet de megahoeveelheden melk en vlees per koe waaraan we gewend zijn geraakt, maar de bodem gaat dan weer koolstof vastleggen in plaats van uitstoten." Om dat te bereiken moeten we volgens De Waard met twee dingen stoppen: met grasfalt en met het injecteren van drijfmest.

“Mest en urine moeten niet gemengd worden. Koeien hebben niet voor niks twee uitgangen.”
Erik Valk, biologische boer

Voor de agrarisch minder onderlegde lezer: met 'grasfalt' worden weides bedoeld waarin maar één grassoort groeit en de rest ('onkruid') met chemische middelen wordt geweerd. En drijfmest is het mengsel van mest en urine in de opvangbakken onder koeienstallen.

Nederlandse boeren zijn verplicht deze mest in de grond te injecteren, omdat er te veel broeikasgassen vrijkomen wanneer het zo over het land zou worden uitgereden, zoals vroeger gebeurde. "Maar van het bodemleven blijft zo niks over", aldus De Waard, "En daar moet je het toch van hebben."

Terug naar gezonde bemesting

Erik Valk boert biologisch en is voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu. "Ik ben al twintig jaar bezig met de vraag hoe we terug kunnen naar gezonde bemesting. Drijfmest is feitelijk onnatuurlijk rottende mest, daarom stinkt het ook zo. Mest en urine moeten niet gemengd worden. Koeien hebben niet voor niks twee uitgangen."

“Het was handiger geweest als Schouten ons zelf had laten bepalen hoe we stikstofuitstoot kunnen terugdringen. Dat geeft meer motivatie dan regels en straffen opleggen.”
Erik Valk

Valk krijgt in zijn zoektocht te maken met wat hij noemt "de wereld van belangen". "Boeren hebben geïnvesteerd in stallen zonder stro, in injecteermachines. Op landbouwopleidingen krijg je te horen dat er altijd iets bíj moet, om meer voedsel te produceren. Koeien krijgen krachtvoer om meer melk en vlees te produceren. Maar eiwitrijk krachtvoer leidt tot hogere uitstoot van stikstof en broeikasgassen. Terwijl het leuke van koeien juist is dat ze enkel en alleen uit gras, een gewas waar wij als mens niets mee kunnen, hoogwaardig voedsel als melk en vlees kunnen maken."

Een stap in de goede richting

Wat vindt Valk dan van de nieuwe regels die landbouwminister Carola Schouten onlangs introduceerde? Daarin wordt het eiwitgehalte van krachtvoer aan banden gelegd, om de stikstofuitstoot terug te dringen. "Het was handiger geweest als ze ons zelf had laten bepalen hoe we stikstofuitstoot kunnen terugdringen. Dat geeft meer motivatie dan regels en straffen opleggen. Maar op zich is het een stap in de goede richting."

"Het kortetermijndenken in de politiek belemmert een omslag, of eigenlijk een terugkeer naar een structureel duurzamere manier van boeren", vindt Valk. "Met koeien in de wei en stro in de stallen. Gelukkig zie ik de laatste jaren dat steeds meer boeren openstaan voor deze manier van denken. Nu de beleidsmakers nog."