Nederland wil de komende tien jaar bijna 200 miljoen bomen planten, om daarmee het klimaatbeleid te versterken. Maar werkt dat wel? Experts hebben zo hun bedenkingen. De CO2-winst blijkt in praktijk gering, en ook voor andere milieudoelen is bos lang niet altijd de beste optie.

Bossen kunnen veel koolstof bevatten, onder meer in de boomstammen. Waar bossen worden gekapt of platgebrand om aan extra landbouwgrond te komen, komen dan ook grote hoeveelheden CO2 (koolstofdioxide) vrij. Dat is zo'n 10 tot 15 procent van de wereldwijde uitstoot.

Ontbossing stoppen is dus 'goed voor het klimaat'. Maar geldt dat ook voor het aanplanten van nieuw bos? Dat hangt er vanaf wat je ervoor inruilt. Dat de resultaten flink kunnen tegenvallen blijkt uit een nieuwe studie naar de aanplant van berken en zilversparren op Schotse heidevelden. Want 12 en 39 jaar na het planten was de CO2-winst precies nul, schrijft een team in vakblad Global Change Biology.

“Bos planten levert misschien alleen klimaatwinst op als je het op koolstofarme bodems doet.”
Nina Friggens, universiteit van Stirling

Heideveld evengoed als bos

De reden zit onder de grond: de berken en sparren leggen weliswaar koolstof vast in hun takken, maar dat was precies evenveel als er verloren ging in de bodem. Diepere wortels stimuleren daar de afbraak van organisch materiaal.

Je kunt het ook omdraaien, vertelt hoofdauteur Nina Friggens van de universiteit van Stirling aan NU.nl. "De oorspronkelijke heidevelden hadden koolstofrijke bodems. Daar valt dus weinig te winnen. Bos planten levert misschien alleen klimaatwinst op als je het op koolstofarme bodems doet."

Plantecoloog Juul Limpens van de Universiteit van Wageningen zegt niet verbaasd te zijn: "Waarschijnlijk zijn in de Schotse studie die bomen aangeplant op plekken die zijn ontwaterd. Dat betekent dat je het in de bodem opgeslagen koolstof als het ware verwisselt voor koolstof in bomen."

Ook verdroging en biodiversiteit meewegen

Het laat zien dat als je CO2 wilt opslaan, bodems ook voldoende vochtig moeten zijn. Plantenresten rotten dan minder snel weg, waardoor langzaam steeds meer koolstof opstapelt in de bodem.

Daar komt bij dat klimaatverandering niet het enige duurzaamheidsprobleem is, en CO2 vastleggen dus ook niet de enige oplossing. Zo hebben de Nederlandse natuur en landbouw toenemend te lijden onder verdroging, en gaat ook de biodiversiteit achteruit.

Limpens: "Vanuit biodiversiteitsperspectief zou ik zeker niet overal bos aanplanten, maar kijken naar de potentie van het landschap, de natuur die er vroeger voorkwam en natuur die in de buurt ligt. Dan zijn er alternatieven te bedenken."

"Zo is stimulering van veenvorming in moerassige natuurgebieden een effectieve manier om CO2 vast te leggen die ook meehelpt om verdroging tegen te gaan, en daarnaast historisch past bij Nederland."

Natte natuur: veel soorten en veel koolstof

Bosaanplant kan dan nog wel eens averechts werken, vertelt Limpens. "Natte natuur die afhankelijk is van oppervlakkige waterstromen, kan verdrogen door de aanplant van bos. Dat zien we op de hoge zandgronden rond vennen, en ook op vochtige heidevelden en natuurlijke, schrale graslanden - gebieden met koolstofrijke bodems en hoge biodiversiteit."

Vorig jaar was er veel media-aandacht voor een Zwitsers plan om wereldwijd 'een biljoen bomen' te planten in de strijd tegen klimaatverandering. Zowel in die studie als in mediaberichten erover zaten de nodige rekenfouten. Herbebossing op die schaal kan de opwarming deze eeuw met maximaal 0,3 graden vertragen - mits het op de juiste bodems gebeurt.