Diverse experts riepen ertoe op: economische herstelpakketten na de coronacrisis moeten klimaatbeleid verder helpen en niet remmen. Uit een voorlopige analyse lijkt het geld in praktijk de andere kant op te gaan: G20-landen willen ten minste 133 miljard euro in fossiele brandstoffen steken, bijna tien keer zoveel als in zon en wind.

In 80 procent van de gevallen wordt bovendien geen voorwaarden voor verduurzaming gesteld aan deze staatssteun. Dit concludeert een samenwerking van veertien onderzoeksinstellingen, waaronder het Internationale Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (IISD), het Stockholm Milieu Instituut (SEI) en de Columbia Universiteit in New York.

Ze baseren zich op de tot nog toe beschikbare gegevens uit de herstelpakketten waarmee de negentien grootste economieën en de Europese Unie (samen de G20) uit het dal van de coronacrisis omhoog willen komen. Omdat veel gegevens nog incompleet zijn, hebben de organisaties woensdag een speciale website gepresenteerd - de Energy Policy Tracker - waarop de cijfers en analyse wekelijks geactualiseerd zullen worden.

Alleen daadwerkelijk gekwantificeerde beleidsplannen kunnen worden meegewogen, waarbij regeringen concreet hebben gemaakt hoeveel geld ze in een sector willen steken. De fossiele brandstoffensector staat in die teller op 151 miljard dollar ( zo'n 133 miljard euro). Ter vergelijking: de zonne- en windsector zou op basis van de voorlopige cijfers slechts 16 miljard dollar staatssteun ontvangen.

"Onder de dekmantel van herstel van COVID-19 steken regeringen enorme volumes publiek geld in de worstelende fossiele sector", zegt programmadirecteur Alex Doukas van Oil Change International. "Dat was al een slechte investering voor de pandemie uitbrak. De herstelpakketten zouden via schone energie in de toekomst moeten investeren, in plaats van de vervuilers van het verleden te subsidiëren."

Die opinie kwam in de afgelopen maanden van verschillende kanten, en met verschillende argumenten. Uit analyses van het CBS, TNO en het PBL blijkt dat duurzame investeringen relatief veel werkgelegenheid kunnen creëren.

En ook economisch kunnen investeringen in duurzame technologie inmiddels beter renderen dan eenzelfde hoeveelheid staatssteun voor oudere sectoren, stelden Zwitserse onderzoekers onlangs. Dat dit veelal niet gebeurt, komt volgens hen onder meer doordat oude sectoren nog beschikken over betere politieke lobbykanalen.

Een laatste kans voor het klimaat

De voornaamste reden om groen te investeren is de urgentie van het klimaatprobleem. Om de opwarming nog onder de in het Parijsakkoord afgesproken 1,5 graad te houden, moet de daling van de uitstoot als gevolg van de coronacrisis alle komende jaren in hetzelfde tempo doorzetten, zei klimaatexpert Corinne Le Quéré onlangs.

Alle experts gaan er echter van uit dat deze daling tijdelijk is, en dat de uitstoot weer sterk zal terugveren, zoals onder meer in China al het geval is.

Daarbij komt dat het politieke moment een unieke kans biedt. Voor de uitvoering van het Parijsakkoord is het namelijk noodzakelijk dat nationale overheden zeer grote bedragen gaan investeren. En dat is precies wat er in de nasleep van de coronacrisis sowieso staat te gebeuren.

"Het herstel van de coronacrisis zou moeten resulteren in versnelling van de energietransitie", zegt Tom Moerenhout, professor in mondiale betrekkingen van de Columbia Universiteit en betrokken bij het nieuwe onderzoek. "Als we die kans missen en net als bij de economische crisis van 2008 opnieuw inschepen op een fossiel gedreven economisch herstel, wordt onze planetaire koorts een zonnesteek."