Met orkanen en overvloedige regenval werd in 2018 in Oman de kiem gelegd voor een sprinkhanenplaag die, verdere weersextremen en overstromingen volgend, zich inmiddels heeft verspreid over delen van Zuid-Amerika, Afrika en Azië. En juist daarom is het einde niet in zicht, denken landbouwdeskundigen van de VN, die vrezen voor grootschalige voedseltekorten.

In februari schreef NU.nl over de sprinkhanenplaag in het oostelijk deel van Afrika, die toen ook Jemen, Pakistan en India trof. Daarin ook een voorspelling: als de leefomstandigheden ideaal bleven, kon de totale populatie van de zwermende woestijnsprinkhanen in een half jaar tijd nog vijfhonderd keer zo groot worden.

Die theorie is sinds februari grotendeels praktijk geworden. Met name Afrika is zwaar getroffen. De Wereldbank schatte in mei dat daar 90 miljoen hectare akkerland en weidegrond beschadigd kan raken, wat leidt tot een financiële schade van 9 miljard dollar.

“Als een zwerm neerstrijkt op een akker, kan deze in zeer korte tijd volledig kaal gevreten worden, met misoogst tot gevolg.”

Daarbij ligt ook hongersnood op de loer. Zo blijft ook het door oorlog en ondervoeding geteisterde Jemen niet gespaard. Als een zwerm neerstrijkt op een akker, kan deze in zeer korte tijd volledig kaalgevreten worden, met misoogst tot gevolg.

Sproeivliegtuigen boeken weinig succes

Er wordt getracht de plaag te bestrijden - in Kenia en Ethiopië bijvoorbeeld door vanuit vliegtuigen insecticiden te spuiten - maar tot nog toe zonder noemenswaardige successen. Experts zeggen dat het ontbreekt aan een gerichte internationale aanpak, mede door noodlottig samenvallen van de sprinkhanenplaag met de coronacrisis.

“De oorzaak van de snelle groei zit in de voortplantingssnelheid van de woestijnsprinkhanen: vrouwtjes leggen om de vijftien dagen eitjes.”

Terwijl de plaag in omvang groeit, neemt ook het aantal getroffen landen verder toe - tot Nepal in Azië en Paraguay en Argentinië in Zuid-Amerika aan toe. De oorzaak van deze onverbiddelijke groei zit in de voortplantingssnelheid van de woestijnsprinkhanen: vrouwtjes leggen om de vijftien dagen eitjes.

Of de plaag verder blijft doorgroeien is onzeker, maar de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (de FAO) is er niet gerust op. Normaal gesproken stopt de groei na een half jaar, omdat in de getroffen landen dan het droge seizoen aanbreekt. Dat plaatst een rem op de plantengroei, waardoor de opvallend geel-zwart gekleurde sprinkhanen niet langer genoeg voedsel hebben om te blijven zwermen.

De nieuwe generatie zal dan weer terugkeren in de gebruikelijke gedaante, met een onopvallende bruine schutkleur - en een marginaal bestaan langs randen van woestijnen.

Ze verliezen dan zelfs het vermogen om te vliegen, en wachten als soort geduldig tot de voor hen ideale omstandigheden opnieuw aanbreken - stortregens en overstromingen, de kiem voor een nieuwe plaag, doorgaans zeldzame gebeurtenissen die tientallen jaren uiteen kunnen liggen.

Hoorn van Afrika en Jemen startpunt tweede golf

Volgens de FAO is er nu echter het risico dat de plaag langdurig blijft rondzingen omdat de zwermende sprinkhanen zijn verspreid over zo'n groot gebied, dat ze de moessonregens en daarmee ideale voortplantingsomstandigheden kunnen blijven volgen.

Vorige week rapporteerde de FAO dan ook dat er in de Hoorn van Afrika en ook in Jemen, waar de plaag in 2018 en 2019 het centrum had, de plaag aan een tweede ronde is begonnen met een nieuwe generatie zwermende sprinkhanen, waarvan verwacht wordt dat deze opnieuw over aangrenzende landen zullen verspreiden.

Sprinkhanenplaag Afrika: 'Eet ze op of laat ze elkaar opeten'
117
Sprinkhanenplaag Afrika: 'Eet ze op of laat ze elkaar opeten'