Insecten gaan wereldwijd hard achteruit. Bij ons is intensieve landbouw de voornaamste oorzaak, maar mogelijk wordt de rol van klimaatverandering onderschat, staat in een nieuwe Zweeds-Spaanse studie. Niet alleen in de tropen, maar ook in Europa kan zomerhitte een zware wissel trekken.

Tropische insecten zijn minder gewend aan temperatuurschommelingen en daardoor kwetsbaarder voor opwarming. In gebieden met een gematigd klimaat horen insecten in het koelere deel van het jaar inactief te zijn. Volgens de onderzoekers is deze factor echter nog niet meegewogen. Ook in onze contreien zitten veel soorten al dicht bij de maximale temperaturen die ze aankunnen, zo schrijven ze in Scientific Reports.

Tot nu toe werd aangenomen dat klimaatverandering alleen in de tropen een oorzaak van insectensterfte is. Zo is het aantal insecten op de bodem van tropische bossen in Midden-Amerika sinds het einde van de jaren zeventig met meer dan 97 procent afgenomen.

In dezelfde periode stegen de temperaturen daar met ongeveer 2 graden. Wetenschappers zien een oorzakelijk verband tussen de klimaatverandering en insectensterfte, omdat veel tropische insecten een smalle fitness curve hebben. Dit betekent dat ze als koudbloedige dieren precies in de klimaatzone zitten die optimaal voor hun stofwisseling is en dat een kleine verschuiving in de gemiddelde temperatuur een directe bedreiging vormt voor hun voortbestaan.

Hogere temperatuur heeft complexer effect in gematigd klimaat

Het effect van stijgende temperaturen op de biodiversiteit in zones met een gematigd klimaat is een stuk complexer. Dat komt mede doordat de temperaturen daar van nature meer variëren in de verschillende seizoenen.

Bovendien hebben gebieden op hoge breedtegraden in het verleden flinke klimaatschommelingen - zoals ijstijden - meegemaakt, die voor een belangrijk deel aan de tropen voorbij zijn gegaan.

Mogelijk bieden de genen van noordelijke soorten ze daardoor meer mogelijkheden om zich aan te passen aan veranderende temperaturen.

Toestroom van insecten uit Zuid-Europa maskeert achteruitgang

Daar staat tegenover dat de gebieden op hoge breedtegraden tegenwoordig sneller opwarmen en bovendien temperaturen bereiken die in vele miljoenen jaren niet zijn voorgekomen. Mogelijk gaan deze opgelopen temperaturen het aanpassingsvermogen van soorten te boven.

Bovendien wordt de afname van biodiversiteit in onze regio deels gemaskeerd door de toestroom van zuidelijke soorten. Zo kunnen in Nederland 'nieuwe' bijensoorten worden ontdekt, terwijl inheemse soorten uitsterven en ook het totale aantal wilde bijen sterk achteruitgaat.

Die neerwaartse trend zet ook bij ons in razend tempo door: in 27 jaar tijd is in Duitse natuurgebieden meer dan drie kwart van de insecten verdwenen, bleek in 2017 uit veldonderzoek van de Radboud Universiteit. Een jaar later constateerden de wetenschappers vergelijkbare afnames in Nederlandse natuurgebieden.

De Nijmeegse onderzoekers denken dat klimaatverandering in de afname tot nog toe geen grote rol speelde en dat de voornaamste oorzaak bij de intensieve landbouw ligt. Schaalvergroting en monocultuur leggen een groot beslag op het landschap. Daarnaast kunnen insecticiden en ammoniak ook de biodiversiteit in naastgelegen natuurgebieden schaden.