De opwarming van Nederland is niet voor alle dagen van het jaar gelijk. De temperaturen op de koudste winterdagen en de warmste zomerdagen nemen het sterkst toe, meldt het KNMI dinsdag op basis van de temperatuurtrend in De Bilt in de periode van 1960 tot en met 2019.

Gemiddeld steeg de temperatuur in de afgelopen zestig jaar met 0,036 graden per jaar. Verdeeld over alle dagen van het jaar is het verloop van de temperatuurtrends "tamelijk vlak". Dat geldt alleen niet voor de extreem koude en extreem warme dagen, want daarbij is het verschil ongeveer twee keer zo groot, aldus het weerinstituut.

Volgens het KNMI zijn vooral de koudste nachten (0,07 graden per jaar) en de warmste middagen (0,08 graden per jaar) veel sterker opgewarmd.

Een verklaring voor de sterke opwarming van de koudste dagen is volgens het weerinstituut de wind, die dan vaak uit het noordoosten - de polaire gebieden - komt, daar "waar het klimaat relatief sterk is opgewarmd". Ook komt in de winter vaker een mildere wind uit het westen voor, aldus het KNMI.

Een wind die vaker uit het zuiden komt - vanuit het Middellandse Zeegebied - is volgens het KNMI een oorzaak van de sterke opwarming van de warmste dagen van het jaar. Daarnaast komt de warme zuidenwind vaker voor in de zomer, al weten meteorologen niet waarom.