Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de kosten van het Energieakkoord doorgerekend: die bedragen tot 2050 gemiddeld ruim 1 miljard euro per jaar. Daarmee zijn de totale kosten van het Nederlandse klimaatbeleid beter bekend. Met het Klimaatakkoord erbij gaat het om circa 0,4 procent van het bruto binnenlands product.

Het Energieakkoord is een pakket van politieke afspraken, met als doel de Nederlandse energievoorziening duurzamer te maken. Dit akkoord moet ertoe leiden dat we in Nederland in 2023 16 procent van onze energie duurzaam opwekken.

De totale kosten van het afsprakenpakket uit 2013 bedragen volgens de nieuwe doorrekening van het PBL tussen 2000 en 2050 circa 52 miljard euro. Die kostenpost is wat er overblijft als je de directe financiële baten van de geproduceerde en bespaarde energie aftrekt van de investeringen, vertelt hoofdauteur Robert Koelemeijer aan NU.nl.

De kosten zijn verspreid over de periode van 2000 tot 2050, en komen dus gemiddeld uit op iets meer dan 1 miljard euro per jaar, overeenkomend met 0,1 procent van het bruto binnenlands product. Een groot deel van de kosten zitten in de periode van 2013 tot 2023 - dan kost het Energieakkoord gemiddeld 2,1 miljard euro per jaar.

Totale kosten Nederlands klimaatbeleid nu beter bekend

Zes jaar na de totstandkoming van het Energieakkoord sloot Nederland vorig jaar ook het Klimaatakkoord. Dat bestaat uit zeshonderd aanvullende afspraken die ertoe moeten leiden dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 nog ongeveer half zo hoog is als in 1990. De kosten hiervan waren al eerder doorgerekend, en liggen volgens het PBL rond 2030 op maximaal 1,9 miljard euro.

De twee politieke akkoorden bevatten maatregelen voor energiebesparing, toename van duurzame energie en bijvoorbeeld elektrisch rijden - en vormen daarmee tezamen de invulling van het Nederlandse klimaatbeleid, waarvan de totale kosten nu dus ook beter bekend zijn.

Koelemeijer: "De kosten van het extra beleid dat in het klimaatakkoord is opgenomen hadden we al eerder berekend. Die stijgen naar 1,6 tot 1,9 miljard euro in 2030. De kosten van het beleid dat daarvoor al van kracht was hebben we nu ook in beeld gebracht. Die bedragen in 2030 nog ruim 1 miljard euro."

"De kosten van het Energieakkoord nemen af, en die van het Klimaatakkoord toe. Tezamen blijft het zo'n 3 miljard per jaar tussen 2020 en 2030." Dat komt overeen met ongeveer 0,4 procent van het bruto binnenlands product. "In het totale energiesysteem gaan jaarlijks veel grotere bedragen om", zegt Koelemeijer. "Zo schommelt de waarde van de in Nederland verbruikte olie, gas en steenkool tussen de 15 en 30 miljard euro per jaar."

Belangrijke stappen naar klimaatneutrale samenleving in 2050

Met het Energie- en Klimaatakkoord is Nederland er nog niet. Na 2030 is aanvullend beleid nodig, om de netto CO2-uitstoot volgens doelstelling in 2050 bijna naar nul te krijgen. Maar het zijn wel belangrijke stappen die al zijn gezet, legt Koelemeijer uit:

"Zonder het Energieakkoord zou de Nederlandse CO2-uitstoot vanaf 2020 zo'n 40 miljoen ton hoger zijn geweest. Ter vergelijking: dat is ongeveer een vijfde deel van de huidige uitstoot. Ook zijn innovaties en kostendalingen tot stand gebracht die weer van belang zijn voor het realiseren van een duurzaam en betaalbaar energiesysteem in 2050."