De zomer van 2018 was een van de droogste Nederlandse zomers ooit gemeten. Aanvankelijk waren wetenschappers terughoudend om die droogte te linken aan klimaatverandering, maar een dinsdag gepubliceerde KNMI-studie ziet toch een verband, specifiek voor Oost-Nederland, dat op de toekomst vooruitloopt.

De nieuwe studie laat zien dat over de afgelopen tientallen jaren in het binnenland de kans op droogten al is toegenomen, als gevolg van de mondiale opwarming. Omdat onze zomers warmer zijn, verdampt er meer water, waardoor planten en bodem sneller uitdrogen als de regen een tijd uitblijft. Er is nog geen trend van afnemende zomerse regenval, maar die wordt voor de toekomst wel verwacht.

Voor die toekomst tekenen klimaatmodellen een tweedeling: in onze winters krijgen we meer lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan en dus meer regen. In de zomers krijgt Nederland naar verwachting juist vaker te maken met hogedrukgebieden en daarmee langere aangesloten perioden zonder regen. Dit zal dan het effect van de toegenomen verdamping nog versterken.

2020 misschien droogste jaar ooit, en dit kunnen we eraan doen
311
2020 misschien droogste jaar ooit, en dit kunnen we eraan doen

Verdamping wel toegenomen, maar zomerneerslag grillig

Zo ver zijn we nu nog niet. De Nederlandse winters zijn weliswaar meetbaar natter en zachter geworden, en onze zomers ook een stuk warmer, maar met de zomerneerslag is het nog een grillig verhaal. Vrij letterlijk, omdat zomerse stortbuien óók toenemen.

Daarom was het KNMI in 2018 terughoudend om de recorddroge zomer in dat jaar te verbinden aan de mondiale opwarming. "Deze droogte is niet met klimaatverandering in verband te brengen. In de toekomst wordt de kans op droogte wél groter", zo vatte het weerinstituut de hoofdzaken twee jaar terug samen.

Wel werd samen met de Universiteit Utrecht een nader onderzoek gestart, waarvan dinsdag de resultaten zijn gepubliceerd. Die bevestigen dat de kans op extreme droogten door klimaatverandering toeneemt, maar niet alleen in de toekomst. Uit het bestuderen van meetgegevens van de afgelopen decennia blijkt dat ook het twee jaar oude droogterecord al met de opwarming in verband te brengen was - zij het alleen regionaal: in de oostelijke helft van Nederland, ook het gebied dat in 2018 het zwaarst getroffen werd.

"We brengen met dit nieuwe onderzoek een nuancering aan door meer in detail naar de regionale klimaattrends van Nederland te kijken", vertelt hoofdonderzoeker Sjoukje Philip aan NU.nl. "In het binnenland zien we nu wél een trend naar meer droogte. Die is niet gedreven door veranderende neerslag, maar door de stijgende temperatuur en dus toegenomen verdamping."

Lastige factoren: onverklaarde kustregen en te snelle opwarming

De nieuwe conclusie luidt dan ook: in het binnenland komen extreme droogten zoals in 2018 nu vaker voor dan halverwege de vorige eeuw. In de kustregio's is dit niet het geval. Daar is in een smalle strook van 50 kilometer de netto hoeveelheid zomerregen juist iets toegenomen. Dat is geen gevolg van de mondiale opwarming, maar wel een factor die de extra verdamping lokaal heeft gecompenseerd. Het droogtebevorderende effect van klimaatverandering is in de kuststrook daarom (nog) niet zichtbaar, terwijl dit in het binnenland wel zo is.

Een andere reden waarom het lastig is weersextremen in Nederland te verbinden aan de mondiale klimaatverandering is dat de opwarming in ons land snel verloopt. Niet alleen sneller dan wereldgemiddeld, maar ook sneller dan de modellen verwachtten. Dat gebeurt met name tijdens zomerse hittegolven, die in Nederland al zo'n 3 graden warmer zijn geworden. Ook in dat opzicht loopt Nederland dus gedeeltelijk op de toekomst vooruit.

Die toekomst is ook dit jaar weer opvallend actueel. Amper twee jaar na de droogste zomer ooit, is het aan het begin van de nieuwe meteorologische zomer nog een stuk droger dan in 2018.