De hoeveelheid zonnestraling die de aarde bereikt, is niet helemaal constant. Aan deze zonnevariatie worden grote verhalen opgehangen. Zo zijn er mensen die beweren dat de mondiale opwarming door de zon komt. Het tegendeel is waar: als het aan de zon lag, zou het juist iets koeler zijn geworden.

Ook dat verhaal wordt vervolgens overdreven. Zo zou er nu een nieuwe ijstijd aankomen. In werkelijkheid is de invloed van zonnevariabiliteit op het aardse klimaat in beide richtingen zeer gering, legt Rob van Dorland uit aan NU.nl. Hij is wetenschappelijk adviseur bij het KNMI, en onderzocht de invloed van de zon op het klimaat.

"De zon had eind vijftiger jaren de grootste pieken in de intensiteit. Daarna is de zon langzaam iets zwakker geworden", zegt Van Dorland. "Zonder het effect van broeikasgassen zou het op aarde in de afgelopen decennia dus juist iets zijn afgekoeld - zij het heel weinig, omdat het klimaateffect van deze variatie sowieso zeer gering is."

“In de komende jaren wordt de zon weer langzaam actiever, tot deze rond 2025 piekt.”

De variabele felheid van de zon komt in golfbewegingen. De pieken en dalen waar Van Dorland naar verwijst zijn onderdeel van de 'Zonnecyclus van Schwabe', beter bekend als de elfjarige cyclus - omdat over een periode van ongeveer elf jaar de activiteit van de zon toeneemt en weer afneemt. Een zonneminimum is een zwakke fase die doorgaans een paar jaar duurt. Het zwakste moment viel volgens NASA rond april 2020.

Forse variaties in zonnewind, maar niet in zonlicht

Of je daar wat van merkt, hangt af van waar je je bevindt en waar je op let. Liefhebbers van het noorderlicht komen tijdens een zonneminimum bedrogen uit van een tripje naar Lapland, het fenomeen kan dan volledig afwezig zijn.

Ook mensen die het oppervlak van de zon bestuderen, kennen de cyclus goed. Tijdens het zonneminimum zijn tijdelijk geen zonnevlekken te zien op het oppervlak van de zon, sporen van explosies waarbij geladen deeltjes aan de zwaartekracht van de zon ontsnappen. Deze zogeheten zonnewind bereikt uiteindelijk ook de aarde. De geladen deeltjes worden aangetrokken naar de magnetische polen, wat het poollicht veroorzaakt, dat dus veel actiever is tijdens een zonnemaximum.

“Liefhebbers van het noorderlicht komen tijdens een zonneminimum bedrogen uit van een tripje naar Lapland, het fenomeen kan dan volledig afwezig zijn.”

Maar waar de zonnewind flink kan variëren, geldt dat veel minder voor de belangrijkste energiestroom die van de zon naar de aarde gaat: licht. De hoeveelheid zonlicht is sterk bepalend voor de temperatuur, maar fluctueert nauwelijks. "Het temperatuureffect van de elfjarige zonnecyclus is een schommeling van slechts twee- tot vijfhonderdste van een graad", zegt Van Dorland.

Een piek rond 2025

In de komende jaren wordt de zon weer langzaam actiever, tot deze rond 2025 piekt, naar verwachting even sterk als de vorige piek, uit 2014. Toch gaan er geruchten dat de cyclus steeds zwakker zou worden en we richting een 'langdurig zonneminimum' bewegen, waarbij zonnevlekken voor tientallen jaren verdwijnen. Dit wordt als een van de oorzaken genoemd voor een relatief koele periode in West-Europa rond de zeventiende eeuw die de verwarrende naam 'Kleine IJstijd' draagt.

Stel dat we een nieuw langdurig zonneminimum krijgen, brengt dat beslist geen ijstijd, zegt Van Dorland. Zo'n langdurig zwakkere zon heeft wel een meetbaar effect op de gemiddelde temperatuur op aarde, maar opnieuw zwak: een vertraging van de huidige opwarming met tien tot twintig jaar, als het al gebeurt.

Lokaal kunnen klimaateffecten iets groter zijn. Zo zijn er onderzoeken die suggereren dat wij enkele jaren ná een zonneminimum 's winters vaker oostenwinden hebben, met dus grotere schaatskansen. "Maar ook de kans op een Elfstedentocht neemt alleen maar af, zolang de concentratie broeikasgassen verder stijgt", aldus Van Dorland.